Makkers staakt uw wild geraas: De betekenis van het Sinterklaaslied ‘Zie de maan schijnt door de bomen’

Door Abe de Verteller op

Het lied ‘Zie de maan schijnt door de bomen’ is een van de meest onbegrepen sinterklaasliederen die we kennen. (1) Vooral de betekenis van de tweede zin is zeer mysterieus: ‘makkers staakt uw wild geraas’. Het lied werd geschreven door de Amsterdamse arts Jan Pieter Heije en voor het eerst uitgebracht in een druk van het boekje ‘Al de kinderliederen’ uit 1845. Daarmee is het waarschijnlijk het oudste – nu nog gezongen – sinterklaaslied. Verder is er niets bekend over de intentie van de schrijver met dit lied. (2)

De eerste zin zet de sfeer direct neer: de luisteraar wordt opgeroepen om te kijken naar de maan. Het is en blijft een mooi, sfeervol gezicht als deze door de bomen schijnt. Verder niks aan de hand.
Maar dan die tweede vermaledijde zin: wie zijn die makkers? En waarom maken ze zo’n lawaai? Een aantal exegeten beweren dat het de kindertjes zijn die toe worden gesproken om minder druk te doen, maar een kind spreek je niet aan met ‘makker’, ook niet in de negentiende eeuw, dus dat klopt niet. Makkers zijn metgezellen of kameraden. Zij worden toegesproken om met hun lawaai te stoppen. (3) Wie deze makkers zijn en waarom ze zo wild razen wordt duidelijk als we kijken naar een aantal volksgebruiken rondom sint Nicolaas in de negentiende eeuw.

Het wild geraas

gemaskerde pieten 1948

Al in een bron uit 1659 wordt gezegd: ‘Sinte Claas, die rijke milde man, die is zo goed van geven dat de jongelui hem loven met geraas.
In een spotdicht uit 1802 is het Sinterklaas zelf die het lawaai maakt: ‘Zy lachen om Sint Nicolaas die met een ketting loopt en maakt een drommels groot geraas.
In een bericht uit 1850 lezen we iets over hoe lawaaierig het er buiten aan toe ging tijdens sint Nicolaasavond: “Gerust kunt ge u nu buiten wagen, Geen zwarte kop met huiden om het lijf geslagen en hoornen op. Geen ketens ramm’len langs de keien als van een beer, Gij hoort geen deur, geen schot rammeijen, Geen angstkreet meer.”
In 1863 vertelt de letterkundige Eelco Verwijs van geraas in Friesland: ‘Zo bijvoorbeeld vertonen zich op St.-Nicolaasavond op het Vliet te Franeker de zogenaamde St.-Nicolaasmannen, die vreselijk toegetakeld en vermomd, onder vervaarlijk geschreeuw en geraas de streek langs trekken en zich aan allerlei baldadigheid overgeven.’
Volgens de geschiedkundige Jan ter Gouw gingen in 1871 te Amsterdam de ‘zwarte Klazen’ rond: ‘onder groot rumoer, en met schoorsteenkettingen een afgrijselijke muziek op de straatkeien makende; de buurten rond, om op deuren en vensters te bonzen en met een bullebaksstem te roepen: ‘Synder ook quaje kyeren [kwade kinderen]?’ (4)

Deze citaten laten zien dat er op diverse plaatsen in Nederland in de Sinterklaastijd mannen rond gingen die zich angstaanjagend hadden verkleed en die daarbij veel lawaai maakten. Dit zijn de makkers die het wat rustiger aan moeten doen! Er is in de teksten sprake van het maken van lawaai door (jonge?) mannen die zich zwart hadden gemaakt of anderszins hadden vermomd. Het razen wat zij doen is volgens het etymologisch woordenboek woeden, bulderen, in razernij komen of zelfs gek worden. Het kan hier ook gaan om het rammelen met kettingen. Die ketens passen goed bij zwartgemaakte mannen die geesten moeten voorstellen. Zij staan voor de dolende geest die met een ketting nog vastgeketend is aan de materiële wereld, waardoor hij nog niet verder kan naar het hiernamaals. (5)
Het heeft ervan dat J.P. Heije een versie kent van dit gebruik waarin dit ‘razen’ en rond gaan gestopt moest worden zodra Sinterklaas zijn bezoek aan de kinderen brengt. In de conclusie vertel ik wat de reden zou kunnen zijn van al dit ‘geraas’.

De derde zin is weer vrij duidelijk. Zij vertelt over een ‘heerlijk’ avondje. Het maakt duidelijk dat het een bijzondere avond is; het is Sinterklaasavond. Maar als we kijken naar de etymologie is er hier meer aan de hand: heerlijk betekent gelijk of zoals een heer. Het woord ‘heer’ is verwant aan het oudnoorse ‘harr’ wat ‘grijsharig’ betekent en het oudhoogduitse ‘herr’ wat ‘voornaam’ of ‘heilig’ betekent. Heerlijk is dan de verrukking en het plezier die deze voorname, heilige grijsharige heer teweeg brengt. (6) Sint Nicolaas is deze heer. De stam ‘her’/’har’ zullen we opnieuw tegen komen bij de Harlekijn in het tweede couplet.

De koek en de gard

Volgens de laatste zin van het eerste couplet kunnen de kinderen tijdens dit bezoek een koek of een gard verwachten, oftewel een beloning of een straf. De koek gaat om de speculaaskoek, een typische lekkernij van de Sint. Mogelijk is deze vernoemd naar de bisschop als ‘speculator’. Dit is Latijn en betekent: ‘hij die alles ziet’. De kinderen werden wijs gemaakt dat de Sint alles kon zien wat het kind het afgelopen jaar had gedaan en zo kon bepalen of hij zoet is geweest en dus lekkers zou krijgen of stout was en daarmee de roe had verdiend!

De gard is dan ook niets anders dan een ander woord voor de roe. De roe of gard is een bundel berkentwijgen. Deze werd tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw nog gebruikt door de zwarte Pieten om daarmee de stoute kinderen op de billen te slaan, of daar in ieder geval mee te dreigen! Ook de mannen die vermomd rond gingen hadden meestal berkenroedes bij zich om deze jonge kinderen (maar vaak ook de vrouwen) op de billen te slaan. Dit kon er soms hard aan toe gaan!

Sint en Krampusduivel met roe 1901

In dit fragment uit 1802 wordt verteld hoe zoiets te werk ging: ‘Men had, voor tijden, en heeft nog wel hier en daar, de kwade gewoonte, dat men, op den dag, die aan een roomse Heilige, St. Nikolaas genaamd, gewijd is, kerels verkleedde en zwart maakte, die dan die Heilige moesten verbeelden, met rammelende kettingen aan de huizen rond gingen en de kinderen bang maakten. De zoeten kinderen gooiden zij lekkers toe, en sloegen vaak de stoute jongens, welke zij ook ene roede brachten. Ik had een broer, die wat wild was. Mijn ouders meenden hem te temmen, wanneer zij op St. Nicolaas, een zwarte man op hem af zonden. Men maakte hem wijs, dat St. Nikolaas hem mee nemen zou. Toen hij nu die zwarte kerel zag, werd bij zo bang, dat hij, over zijn ganse lijf, beefde. Hij kreeg zware galkoortsen en stierf er aan.’ (7)

Hier zien we dus wie – tot ver in de negentiende eeuw – de koek of de gard kwamen brengen: één of meer zwarte mannen die sint Nicolaas moesten voorstellen, deze wordt vaak Zwarte Klaas genoemd.

Die bonte harlekijn

Harlekijn uit 1601

In het tweede couplet heeft het er van dat er snoep en cadeaus aan de kinderen zijn uitgedeeld. Zij worden vermaand om alles eerlijk te delen. Verder valt alleen nog de harlekijn op. Op het eerste gezicht lijkt dit een onschuldig stukje kinderspeelgoed, maar bij nadere beschouwing is hij de sleutelfiguur in de reden van al het geraas! Deze figuur uit het toneel van de ‘commedia del arte’ (ontstaan in de zestiende eeuw) heeft wel wat van onze zwarte Piet. Hij heeft vaak een zwart masker op en een veelkleurig kostuum. Hij is grappig en acrobatisch en vaak speelt hij een dienaar. Tegenover de harlekijn staat de pierrot met het witte gezicht. Pierrot betekent kleine Piet. (8)
De harlekijns komen we ook tegen op een schilderij van de intocht van Sinterklaas door de Noord-Nederlandse Matthijs Naiveu uit 1703. Hier zien we duidelijk linksonder een kleine zwarte Piet strapatsen uithalen samen met twee harlekijns. Sinterklaas zelf heeft het druk met het tuchtigen met de roe van twee vechtende kinderen.
In een tekst uit 1717 van ene Jan van Gijsen lijkt het er op dat Sinterklaas zelf een harlekijnspak aan heeft!:

‘Een Amsterdammer kwam gekleed als Harlekien, 
In schijn van Sinte Klaas, en deelde aan hun mede
Wat lekker was, of mooi gelijk de Al-Ouden deden.’ (9)

Harlekijn en de Wilde Jacht

Het woord harlekijn is echter nog ouder, het stamt af van de ‘maisnie Hellequin’, dit was in de folklore van Frankrijk een troep duivels die er ’s nachts te paard op uit trok onder aanvoering van Hellequin, een figuur met een zwart gemaakt gezicht. Zij waren er op uit om de zielen naar de hel toe te jagen. Deze figuur staat weer in verband met de legendarische Engelse koning Herla cyning die een van de aanvoerders van de wilde jacht was. Beide figuren vinden we al in teksten uit de twaalfde eeuw. (10)

Johan Wilhelm Cordes – Der wilde jagd ca. 1869

De harlekijn is dus een nakomertje van koning Herla, de aanvoerder van de Wilde Jacht! Een beroemdere aanvoerder van de Wilde jacht is natuurlijk de Germaanse god Wodan. Ook van deze figuren uit de folklore wordt gezegd dat zij met wild geraas – en soms ook met zwart gemaakte gezichten – rond trokken. Sinterklaas die met zijn donkere knecht en zijn vliegende paard overal cadeaus brengt wordt dan ook vaak gezien als – deels – ontstaan uit de verhalen rondom de Wilde Jacht. (11)

Conclusie

Sinterklaas als nar of harlekijn. Centsprent uit 1750

Het lied ‘Zie de maan schijnt door de bomen’ is een glimp die ons wordt gegund op een oudere mentaliteit, waarin de scheidslijn tussen de mensenwereld en die van de geesten nog dun is, en op bijzondere tijden – zoals de midwinter – zelfs even doorbroken kan worden.
Sinterklaas als harlekijn klinkt lachwekkend, maar is vanuit deze achtergrond begrijpelijk. Hij is dan te zien als Herla/Wodan de aanvoerder van het geestenleger dat bekend staat als de Wilde Jacht of het wilde Heir (=leger). Deze heer met zijn ‘heir’ moet aan het einde van het jaar op de zielen van degenen jagen die het afgelopen jaar zijn gestorven. Als zij ze gevangen hebben nemen zij ze mee naar de Andere wereld. Dit jagen gaat gepaard met groot kabaal. De zielen worden op deze wijze bang gemaakt, uit hun schuilhoeken gedreven en opgejaagd. Op de drempel naar de nieuwe zijnstoestand, waar zij de ‘Andere wereld’ moeten betreden zou het oordeel plaatsvinden van de ‘alziende speculator’. Krijgen ze straf voor slecht gedrag tijdens hun leven, of worden ze beloond voor hun goedheid? In een meer algemeen kader zal het geestenleger het ‘kwade’ en ‘afgeleefde’ van het vorig jaar opruimen om zo plaats te maken voor nieuw leven in het nieuwe jaar. (12)
De mannen in de dorps- en buurtgemeenschappen gingen aan het einde van het jaar al lawaai makend in een optocht rond en droegen dan maskers of maakten hun gezichten zwart om zich zo als geesten te vermommen. Zo eerden zij de vooroudergeesten en hielpen zij mee met de opruimingstaak die – op een energetisch niveau – door de echte geesten werd uitgevoerd. Zij zijn de makkers met hun wilde geraas! Toen dit ritueel in de negentiende eeuw nog wel werd gespeeld maar niet meer werd begrepen, waren de kinderen de vervanging van de doden. Nu waren zij het die werden meegenomen in de zak naar ‘Spanje’ (een eufemisme voor de Andere/onderwereld) en nog steeds bleef het de vraag: zijn de kinderen zoet geweest of stout? Worden ze beloond met de koek of gestraft met de gard?! (14)

Abe van der Veen

Zie voor meer achtergrond dit artikel: http://www.abedeverteller.nl/de-vroegste-bronnen-van-zwarte-piet-en-zwarte-klaas/

1) Dit is de tekst van het liedje:
Zie de maan schijnt door de bomen
Makkers staakt uw wild geraas.
’t Heerlijk avondje is gekomen
’t avondje van Sinterklaas.
Vol verwachting klopt ons hart
Wie de koek krijgt, wie de gard
Vol verwachting klopt ons hart
Wie de koek krijgt, wie de gard

O wat pret zal t’zijn te spelen
Met die bonte harlekijn
Eerlijk zullen w’alles delen
suikergoed en marsepein
maar, o wee, o bittere smart
kregen wij voor koek een gard.
Maar, o wee, wat een bittere smart
kregen wij voor koek een gard!
https://www.songteksten.nl/songteksten/28559/sinterklaas/zie-de-maan-schijnt-door-de-bomen.htm
2) https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/feestdagen/81581-de-leukste-sinterklaasliedjes-en-zijn-geschiedenis.html
http://www.henkvanbenthem.nl/sinterklaas/sint-nicolaasliederen/zie-de-maan-schijnt-door-de-bomen/
3) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/makker
https://onzetaal.nl/kregen-wij-voor-koek-een-gard/
4) www.abedeverteller.nl/de-vroegste-bronnen-van-zwarte-piet-en-zwarte-klaas/
sintenpietengilde.nl/literatuur/
Je zou zelfs kunnen zeggen dat de razende uitzinnig wordt, hij raakt uit zichzelf en treedt uit zijn lichaam om op deze wijze een geest te worden.
5) Denk hierbij ook aan de geesten uit ‘A christmas Carol’ die allen vast zitten aan kettingen. https://www.enotes.com/homework-help/christmas-carol-marleys-chain-an-importan-symbol-602246
6) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/heerlijk
7) sintenpietengilde.nl/literatuur/
8) https://en.wikipedia.org/wiki/Harlequin#History
9) sintenpietengilde.nl/literatuur/
10) Lecouteux, C. – Phantom armies of the night 87-117
11) Janssen, L. – Nicolaas, de duivel en de doden 92-108
12) Het bijeengaren van de zielen als taak van de Wilde Jacht wordt een enkele keer genoemd, maar meestal niet. Dat dit zijn bijzondere taak zou zijn blijft daarmee een speculatie, voor mij is het qua symboliek passend en aannemelijk.
Janssen 107

13) Het is opmerkelijk dat al het in het lied genoemde snoepgoed een rol speelde in ‘vrijerij’. Sinterklaas werd de ‘goedheiligman’ genoemd. Dit is een verbastering van “goet-hylik man” wat je weer kan vertalen als “goed-huwelijks man”. Dit maakt hem tot een soort van huwelijksmakelaar. Hij was de patroon van alle vrijers oftewel al diegenen die op zoek waren naar een goed huwelijk. De koek uit het lied is naw een speculaaspop. Deze werd ook wel een vrijer genoemd. Als je er tijdens het feest van Sinterklaas één kreeg, dan had je een aanbidder. Suikergoed is zoet snoepgoed. Dit had vroeger veelal de vorm van een hartje. Ook dit was – net als de Vrijer – een liefdesteken van een aanbidder. Jongens konden ook nog met een stuk marsepein (ook vaak in hartvorm) een meisje hun liefde verklaren. Helaas kan ik voor deze symboliek geen primaire bronnen vinden.

14) Puur qua rituele en mythische betekenis zou ik Piet graag zwart hebben gehouden, maar ik moet helaas erkennen dat dit diepere aspect allang niet meer door de grote massa wordt herkend. Ik zal ook niet zo naïef zijn om te denken dat dit besef nog snel terug zal komen. Het feest in zijn huidige vorm is dusdanig geseculariseerd en geciviliseerd dat het niet meer uitmaakt of Piet zwart is of roetvegen heeft of anderszins. De kinderen zullen er niet minder van genieten en alle mensen met een Afrikaanse oorsprong of met een donkere huidtint zullen er dan naar alle waarschijnlijkheid meer van kunnen genieten. De volwassene met een bleke teint had al bijna de sint in de uitverkoop gezet en was dan overgelopen naar de kerstman, ware het niet dat met het Sinterklaasjournaal en de vele bioscoopfilms de Sint weer ‘hip’ was gemaakt. Die ‘normale’ volwassen Nederlander keek ook al niet om naar meifeesten, oogstfeesten en andere allang verdwenen gebruiken en die maalt zeker niet om de diepere, esoterische betekenis van het feest. Dus waarom die hakken in het zand? Het sinterklaasfeest blijft een prachtig feest wat velen dierbaar is, maar het zal niet verdwijnen. Sint verdwijnt niet als Piet roetvegen krijgt, het kinderfeest blijft bestaan, maar verandert weer een stukje en zo is dat alle vele malen eerder zo gegaan. Dit doen is niet impliciet toegeven dat je fout zat en al die tijd racist was, maar dat je erkent dat er elementen van racisme in het uiterlijk van Zwarte Piet zitten en dat je dus over je eigen schaduw heen kan stappen. Ik zou persoonlijk kunnen leven met een roetpiet. Dit zou een mooie handreiking zijn naar degenen die moeite hebben met het racistische element dat gaandeweg toch ook in Piet is geslopen. En toch snap ik dat dit verrekte moeilijk is voor velen. Dit komt omdat de Piet-discussie onlosmakelijk verbonden is geraakt aan een breder racismedebat.

Het toegeven aan verandering wordt namelijk lastiger gemaakt doordat het lijkt dat je toe moet geven aan een leugen. De oorsprong van Piet ligt een stuk complexer dan het negerslaaf verhaal en de liefhebber van Piet doet dit geenszins vanuit racistische motieven (al zitten er zeker racisten tussen). Door zwart op te geven lijkt het dat je leugens moet accepteren als alternatieve waarheden omdat de ‘tegenpartij’ heeft gewonnen en de winnaar heeft altijd gelijk! De blanke/witte is schuldig ad infinitum, want de erfzonde van slavernij en kolonisatie blijft eeuwig aan hem plakken. Toegeven zou betekenen dat je deze erfzonde accepteert en zo maak je je eeuwig schuldig! Deze polarisering is om triest en soms ook om woedend van te worden. Pas als je je aan laat spreken door al deze beschuldigingen wordt het doen van een kleine geste – roetveeg bv. – een enorm moeilijke stap. Juist als je dit koud van je af laat glijden, omdat het werkelijk niets met jou als persoon te maken heeft, kan je grootmoedig zijn. Dan wordt het aanpassen van het uiterlijk van Piet weer een bagatelle, een kleinigheid. Je kunt een voorkeur uitspreken, maar hé waar doen we eigenlijk moeilijk over?
Maar mag dit toegeven dan ook van twee kanten komen? Wie donker van tint is kan er ook voor kiezen om zich niet te laten beledigen of te laten kwetsen. Als er duidelijk geen intentie daartoe is, is dat vrij makkelijk. Als het gaat om een licht pesterijtje – hé daar loopt zwarte Piet! – dan is dat ook prima van je af te schudden. [ik doe hetzelfde als ik weer eens nageroepen wordt met ‘hé daar loopt Jezus’ vanwege mijn lange haar en baard] Er zijn meer en belangrijkere redenen om je zwart te schminken dan ‘blackface’ en daarom mag je moeite doen om die associatie van, zwart gezicht is denigrerend naar gekleurde mensen toe, kwijt te raken. Dat betekent dat negatieve gevoelens je niet meer aangedaan worden, je hebt het zelf in de hand. De ander eeuwig schuldig maken, betekent jezelf eeuwig slachtoffer maken en wie doe je daar in godesnaam een plezier mee? Hiermee ophouden is waarschijnlijk de belangrijkste handreiking naar het ‘andere kamp’. De veel gehoorde zinsnede ‘zwarte Piet is racisme’ is veel te kort door de bocht. Racisme zit niet in het wezen van de zwarte piet maar in de hoofden van mensen die bij dit symbool een negatief geladen mentaal plaatje maken.

Het lijkt mij dat iedere organisatie zelf mag bepalen welke vorm en kleur van Piet hij zal kiezen. Er is in deze tijd geen voor iedereen goede keuze te maken. Er is wel de mogelijkheid om persoonlijk ervoor te kiezen om je niet gek te laten maken, je niet op de kast te laten jagen, je niet te laten kwetsen of beledigen om elkaar als medemensen te zien in plaats van ‘hullie van het pro- dan wel contra- zwartepieten-kamp’. Dat betekent naar argumenten luisteren ook al zinnen ze je niet, daar inzichten over opdoen en je oude mening soms bijschaven, ook al doet dat even pijn, zodat je nader tot elkaar komt en dit kan en moet zelfs van twee kanten komen. Voor de grote publieke feesten lijkt me de roetveegpiet de weg. In kleine kring denk ik dat we er samen best uit kunnen komen. De ene keer zal dit leiden tot roetveeg, een andere keer wellicht tot ‘Krampus’ en het zal ook heel vaak tot Zwarte Piet leiden en ook daar is – vanuit de juiste intentie – niks mis mee.

9 reacties op “Makkers staakt uw wild geraas: De betekenis van het Sinterklaaslied ‘Zie de maan schijnt door de bomen’

  1. Het laatste couplet is:
    Maar ik vrees niet dat wij klagen Vader Moede zijn zo goed
    Waren w’ook niet alle dagen, vele waren wij toch zoet
    Ban dus vrij de vrees van ’t hart, k’wed er ligt geen enkle gard (bis)

  2. In het boek ” de volksvermaken” uit ca. 1870 is ook sprake van het rammelen met kettingen over de straatkeien o.a.in Amsterdam maar ook in Oostenrijk.

  3. Bedankt Abe!

    Prachtig artikel, duidelijk!
    Goed onderbouwd!
    Hier kan ik me helemaal in vinden!

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Krampus

    Ik hoop dat de wereld een beetje gaat begrijpen, dat er over de hele aarde zoveel overeenkomsten zijn en dat die in onze oorsprong en geschiedenis liggen.
    Het feit dat iedereen eigenlijk broeder en zuster, familie van elkaar is!
    In mijn dna zitten ook jouw voorouders…

  4. Wat een mooi verhaal. Onze geschiedenis gaat ver terug en je geeft ons een mooi inzicht van hoe men vroeger dacht en handelde. Inmiddels is alles anders zoals je zelf ook schrijft. Alles veranderd tenslotte en de discussie van vandaag behoort over enige jaren ook weer tot de geschiedenis. Ik dank je voor dit mooie verhaal.
    Remko

  5. Ik organiseer al jaren initiatie-trajecten voor jongens naar volwassen Man-zijn in Frankrijk. Eén van de rituelen is in het bos een offervuur maken om (een symbool van) de kindertijd aan het vuur geven. De dag daarna smeren de mannen-in-spe hun gezicht in met deze zwarte as en blazen het vuur weer aan; (In Assepoester het anpfoesten/aanblazen van het nieuwe vuur). Zo wordt de Sfinx weer tot leven geroepen. In de Afrikaanse initiatie-tradities is het meestal witte as waar de gezichten mee ingesmeerd worden. Daarna wassen de jongens zich hier onder de waterval en laten zo symbolisch de kindertijd achter zich.
    In de You-Tube documentaire >Het Geheim van de Zwarte Klazen< is te zien dat in oude dagen de jongens drie dagen in Yul, rond 6 december, de ruimte kregen 'Het beest uit te hangen' in hun woongemeenschap. Meiden in de billen te knijpen en te razen. De wilde rivier werd gekanaliseerd en kon toch stromen, de oerbehoeftes werden niet ingedamd.
    Sinterklaas is naar mijn inzicht dus het archetype van een mentor zoals in het initiatie-verhaal van b.v. De Wildeman. De àndere man dan de eigen vader, die de jongeman stuurt en ondersteund in de zoektocht naar de eigen identiteit én plek in de samenleving. Streng doch rechtvaardig. Hier in de Franse Vogezen kennen ze ook Sinterklaas, en zoals al te lezen was is zijn hulp Père Foutard, die 4 kinderen in stukken gesneden had. Sinterklaas heeft de kinderen weer geHEELd. De mentor Sinterklaas neemt de kinderen die wild razen (zich afzetten) mee, weg van huis om hen door as-werk te initiëren in de volwassenheid.
    Meer informatie is op mijn website te vinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.