De jonge jaren van Johan van Oldenbarnevelt

Door Abe de Verteller op

Johan van Oldenbarnevelt hoort zonder twijfel tot de top drie van beroemdste Amersfoorters. Naast Mondriaan (en tegenwoordig ook Duncan Laurence) zal zijn naam als eerste genoemd worden wanneer je vraagt naar een bekende Amersfoorter. Onze minister-president Mark Rutte noemde hem zelfs de grootste staatsman die Nederland ooit heeft gekend! Hij stond aan de wieg van de Nederlandse onafhankelijkheid en is mede-oprichter van de VOC,  hij leidde de grote economische bloei van Holland in goede banen, waardoor de Republiek zo’n twee eeuwen lang het rijkste land was van Europa. Hij was meer dan dertig cruciale jaren de machtigste man van de jonge republiek. Als landsadvocaat was hij minister-president, minister van buitenlandse zaken en van financiën in één. Verder wordt hij voorvechter van de Nederlandse tolerantie en grondlegger van het poldermodel genoemd. Kortom hij is en was een belangrijk man voor Nederland. Dit hele jaar herdenken wij zijn vierhonderdste sterfjaar.

Johan van Oldenbarnevelt – Cornelis Saftleven 1663

Niets weten is het meest veilige geloof

Helaas weten we erg weinig van zijn jeugd in Amersfoort. Wie had ook kunnen bedenken dat hij later zo machtig en beroemd zou worden? Johan werd geboren op 14 september 1547 in een huis aan de Kortegracht, direct links van een steeg die nu – naar hem – de Oldenbarneveltsteeg heet. Hij is de zoon van Gerrit van Oudenbarnevelt en Deliana van Weede. Gerrit was een hereboer en veehandelaar. Hij had een eigen boerderij, een paar panden in de stad en verschillende stukken grond. Dit werd wel keuterboerenadel genoemd. Hij verdiende genoeg, maar hoorde daarmee niet tot de elite van zijn stad. Zijn moeder Deliana kwam uit een welgesteld geslacht die al eeuwen in het bestuur van Amersfoort zat. Ook was zij een verre nazaat van de Heren van Amersfoort, die na 1259 (stadsrechten van Amersfoort) de heren van Stoutenburg werden genoemd naar hun  kasteel even buiten de stad. Daarmee had Gerrit het goed getroffen.
Mogelijk is Johan geboren op een boerderijtje even buiten de stad, want zijn vader bezat daar de hoeve de Birkt vlakbij Soest. In september was het oogstseizoen, een drukke tijd. De kans is groot dat zijn vader daar bezig was met het binnenhalen van de oogst.
Hier in de Birkt hing boven de deur het motto van de familie: ‘Nil scire tutissima fides’ (‘niets weten is het meest veilige geloof’). Dit verlichte standpunt zal een grote invloed hebben gehad op Johan en hem later mogelijk tot een verdediger van de tolerantie in religieuze zaken hebben gemaakt.

Satire op de berechting van Johan van Oldenbarnevelt – Saftleven 1663

Een stichtelijk poëet

Op zijn achtste verhuisde het gezin naar de Bollenburg in de Muurhuizen.  Johan zat van zijn zevende tot zijn zestiende op de Latijnse school. Deze lag op de Appelmarkt, ongeveer waar nu de ‘waag’ staat. (Dit wordt later het gymnasium, het Johan van Oldenbarneveltcollege.) Deze was destijds van een zeldzaam hoog niveau. Op school leerde hij niet alleen Latijn lezen en schrijven, maar ook hoe je in het openbaar moest spreken en debatteren. De rector Nicolaas Edanus vond hem een goede leerling en noemde hem een ‘stichtelijk poëet’, zeg maar een vrome dichter (van dat dichterschap valt later helaas niks meer te merken). Verder was hij nog koorknaap in de sint-Joriskerk. Hij zal de priester hebben geassisteerd bij de mis en liederen gezongen hebben in het koor. In deze periode brak er twee keer de pest uit in Amersfoort, was er één keer een overstroming en één keer hongersnood. Johan zal daar zeker wat van mee hebben gemaakt.

Vader Gerritje Slecht

Zijn vader had als bijnaam Gerritje Slecht. Slecht betekende niet gemeen, maar  simpel of onnozel. Hij was bepaald geen lieverdje en een simpele ziel, die veel dronken was en ruzie schopte en in gevechten verzeild raakte. Meerdere malen werd hij daarvoor opgepakt en stond hij voor het gerecht voor mishandeling of dronkenschap. Hij spande zelf ook maar liefst 25 keer een proces aan, meestal ging het dan om ruzie over betalingen. De kans is groot dat Johan zijn vader vaak dronken heeft gezien en zo nu en dan klappen van hem zal hebben gekregen. Toen gold nog het spreekwoord: ‘wie zijn kind liefheeft, spaart de roede niet.’ In 1568 – toen Johan 21 was – maakte hij het al te bont: Gerrit had iemand doodgeslagen en was de Soestduinen in gevlucht. Daar tussen hei en duin hield hij zich schuil en kon hij zich met moeite in leven houden. Hij werd uiteindelijk schuldig bevonden aan een ‘lelijke doodslag’ en verbannen uit Utrecht. Hij heeft een jaar lang zijn tijd uitgezeten in Holland. Door bemiddeling van zijn zoon kon hij uiteindelijk terugkomen. In Amersfoort was de familie toen niet meer welkom en in 1575 verkochten ze de Bollenburg en verhuisden naar Utrecht. In 1577 raakte Gerrit zelfs nog zwaar gewond omdat de familie van het slachtoffer wraak op hem nam. Dit was dan ook een tijd waarin geweld en bloedwraak nog heel normaal was.

Deliana van Weede

Een gezin van zeven kinderen
Moeder Deliana van Weede was de stabiele factor in het gezin, zij bleef bij Gerrit door dik en dun en schonk hem naast Johan nog twee zonen en vier dochters. Dat waren dus zeven kinderen in totaal. Dat klinkt tegenwoordig als enorm veel, maar in die tijd was dat vrij normaal. Johan was de tweede zoon. Voor vier van de zes zal Johan zich mogelijk een beetje geschaamd hebben: Twee van zijn zussen belanden – volgens kwade tongen – in de prostitutie en een van hen had een onecht kind (dus buiten het huwelijk gekregen). Dat laatste was in deze tijd een grote schande. Zijn broer Reyer zat in het Staatse leger als hopman, maar bakte daar niet veel van. ‘Hij loopt lelijck ende kwijt hem niet’ staat er over hem geschreven. Hij was lui en onhandelbaar dus. Hij had zich zo misdragen dat hij bijna voor de krijgsraad kwam. Alleen de jongste broer Elias deed het goed en werd – na Johan zijn vertrek – de nieuwe pensionaris van Rotterdam.
Johan noemt zijn familie uit Amersfoort mogelijk om deze redenen nauwelijks. Hij zal zich wat voor hun hebben geschaamd. Toen hij een belangrijk man werd ging hij – bijna – nooit bij ze op bezoek en hij kwam zelfs niet op de begrafenis van zijn moeder in 1587 en die van zijn vader in 1588.

De waarzegster van Padua

Johan erfde een boerderij met grond van een oom van moederskant en dat gaf hem onafhankelijkheid en genoeg geld om te kunnen studeren. In 1564 op zestienjarige leeftijd verlaat hij Amersfoort en vertrekt naar Den Haag om te gaan werken bij een advocaat. Twee jaar later in 1566 ging hij naar de universiteit van Leuven om daar rechten te studeren. Hij liet zich inschrijven als van Oldenbarnevelt in plaats van Oudenbarnevelt en beweerde van adellijke afkomst te zijn. Hij deed zich zo wat voornamer voor dan hij werkelijk was. Hier kwam hij midden in de Beeldenstorm terecht. Het zal lastig studeren zijn geweest te midden van het rumoer van de volksmassa die de beelden in de kerk in stukken sloegen.
In 1568 vertrekt hij naar Heidelberg. Hier werd in 1563 de Heidelbergse catechismus opgesteld en in dit calvinistische bolwerk gaat Johan over tot het protestantisme, maar hij wordt geen scherpslijper. Tijdens zijn studie wordt hij een echte man van de wereld, hij wordt een kosmopoliet die over de grenzen van zijn eigen land heen kan kijken. Hij studeerde door heel Europa: in Leuven, Bourges, Keulen, Heidelberg en als laatste in Padua.

Over zijn periode in de Italiaanse universiteitsstad Padua gaat nog een –waarschijnlijk fictieve, maar daarom niet minder leuke – anekdote dat hij daar samen met twee vrienden een waarzegster ontmoette. Zij las voor alle drie hun horoscoop en deed vervolgens een gruwelijke voorspelling. Ze keek naar de ene jongeman: u zult een gewelddadige dood sterven. Toen keek ze naar de andere: u zult van schatrijk weer straatarm worden. Als laatste keek ze naar Johan: en u zult een groot staatsman worden, maar u zal het hoofd op het schavot verliezen! Dit zal gebeuren als de spiegel in de handen van het beeld van de godin van voorzichtigheid die op de gevel van uw huis staat zal breken.. Twintig jaar later komt een van deze vrienden Johan waarschuwen dat het precies zo gebeurd is als was voorspeld. Ook de spiegel brak nog vlak voor zijn arrestatie, maar Johan sloeg alle waarschuwingen in de wind..
Na vier jaar komt hij in 1570 terug naar Den Haag. Hij is dan afgestudeerd in de rechten. Vrij vlot daarna verhuist hij naar Delft en wordt daar advocaat.

Johan vlak voor zijn terechtstelling – Opzoomer, J. (1840-1878)

Door een slim huwelijk wordt Johan schatrijk
Daar trouwde hij in 1575 op 27-jarige leeftijd met Maria van Utrecht. Dit huwelijk kwam nog op een bijzondere manier tot stand en maakte hem op slag tot de rijkste man van Delft. Maria was huishoudster van de rijke regent Jacob van Utrecht en zijn broer. Maar zij was ook een bastaardkind van zijn – al overleden – zuster. Op het eerste gezicht had zij dus weinig aanzien en een lage status. Jacob van Utrecht was een van de rijkste mannen van Delft met wel vijf heerlijkheden in zijn bezit en Jacob had een zwak voor zijn nichtje, maar in de regel erfden bastaardkinderen destijds niets. Zij hadden volgens de normen van toen gewoon pech. De slimme Johan zag echter een kans om deze situatie naar zijn hand te zetten. Hij wist het zo te regelen dat een oude schipper uit Vlaardingen onder ede zwoer dat hij de vader was van het meisje. Hij kreeg als dank daarvoor een maandelijkse vergoeding. Daarmee had zij plots toch recht op de erfenis. Ondertussen waren de beide ooms kinderloos dood gegaan. Via een ingewikkelde juridische constructie kreeg Johan het voor elkaar dat zij als enige erfgenaam van haar ooms werd aangewezen. Vervolgens trouwde hij met haar. Zo werd zij van eenvoudig huishoudster schatrijk en Johan samen met haar. Of dit alles uit liefde zo gebeurde blijft de vraag.. Maria bleef een bescheiden toegewijde huisvrouw, die zich niet op de voorgrond plaatste. Kwaadsprekers zeiden dat haar zogenaamde vader, de zeeman meineed had gepleegd en – nog erger – dat zij het kind zou zijn uit incest van haar moeder met haar broer, oftewel haar eigen oom. Het was zeker verdacht te noemen dat de schipper juist op dat cruciale moment verscheen en zijn verklaring deed.

Maria van Utrecht – Moreelse 1616

Een beetje van adel
Maria bleef altijd bij hem en zij kregen vijf kinderen samen. Geen van zijn kinderen maakte ook carrière. We weten weinig van hen, zijn ene dochter zou een echte feeks zijn. Zijn andere dochter Maria was weer een halve dwerg en behoorlijk lelijk. Toch wist hij deze dochters uit te huwelijken aan heren van lage adel. De een was dit nog maar één generatie en de ander was een bastaard. Toch was dit het summum van eer voor een eenvoudig man van Amersfoortse komaf. Johan kocht nog het landgoed Stoutenburg direct naast Amersfoort in 1594. Dit deed hij waarschijnlijk omdat er vanuit zijn moeder genealogische lijnen liepen naar het adellijke geslacht Stoutenburg. Hij maakte daar een erfleen van en gebruikte dit weer als argument om te beweren dat hij van echte adel afkomstig was. Zo kon hij zich voortaan heer van Stoutenburg noemen. Voor hem was rijkdom niet genoeg. Als hij ook nog het prestige van het adeldom had, dan was hij pas echt geslaagd!
De rest van het verhaal van Johan van Oldenbarnevelt hoort thuis in de Vaderlandse geschiedenis, maar zijn jonge jaren zijn van Amersfoort. Hier erfde hij van zijn familie tolerantie en ambitie, het ethos om hard te werken en goed te studeren, maar ook – mogelijk van zijn vader – drift, wraakzucht, koppigheid en de neiging om grote risico’s te nemen. Een karakter dat hem tot grote hoogte bracht, maar hem uiteindelijk ook diep deed vallen.

De schrijver en verhalenverteller Abe van der Veen zal op 10 juni en op 21 augustus een wandeling over het leven van Johan van Oldenbarnevelt verzorgen speciaal voor kinderen. Zie museumflehite.nl

Abe van der Veen

Kaajan, H.J. – Een vertekend beeld van Gerrit van Oldenbarnevelt uit: Flehite Jaarboek 2001
Knapen, Ben – De man en zijn staat 2018
Tex, Jan den – Johan van Oldenbarnevelt 1980
Voor de profetie: https://salonvanweleer.nl/mysterie/boek3/navorscher.pdf



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.