De castratie van de Wildeman; betekenis van den en spar

Door Abe de Verteller op

Er werd vroeger weinig onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten naaldbomen. Daarom is het moeilijk om uit oude bronnen helder te krijgen welke boom precies bedoeld wordt. De namen den en spar worden dwars door elkaar gebruikt voor beide boomsoorten en beiden werden vroeger pijnboom genoemd ook al is dit tegenwoordig meer gebruikelijk voor de grove den. (1) Vandaar dat ik hier beide bomen door elkaar zal behandelen. De symboliek van de pijnboom hangt nauw samen met de altijd groene naaldbedekking, de grote lengte die de boom kan krijgen en de zaaddragende spar/denappels. De den wordt ook wel mastboom genoemd omdat er vaak masten van werden gemaakt. Het hout wordt vooral gebruikt om huizen mee te bouwen. Deze houtsoort heet grenen.

Castratie onder de den

Attis rustend onder een pijnboomDe den komt al voor in de antieke mythe van Attis en Cybele. Cybele werd in Frygië aanbeden als godin van de met pijnwouden bedekte bergstreken en o.a. gezien als heerseres van wilde dieren. Als wezen met mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen heette zij Agdistis. Omdat zij de Goden schrik aanjoeg bond Dionysos – toen ze sliep – haar penis vast aan haar voet. Zij stond op en castreerde zo zichzelf. Uit het losgescheurde geslachtsdeel ontstond een amandelboom. Vervolgens werd Attis – de toekomstige minnaar van Cybele/Agdistis – uit deze boom geboren. Toen de schone herdersgod Attis voor een ander koos, verstoorde Cybele zijn bruiloft en maakte hem gek. Hij castreerde zichzelf en zij veranderde de doodbloedende held in een dennenboom. In een andere versie ging Attis vreemd met de dennendryade Sagaritis. Uit nijd hakte Cybele de boom van de dryade om, waarna Attis uit verdriet zichzelf onder een pijnboom castreerde.. De boom werd door Cybele meegenomen in haar grot om deze daar te bewenen. Toen de aanbidding van de godin Cybele en haar gemaal Attis naar Rome werd gebracht werden zij onderdeel van uitgebreide lentevieringen. Op 22 maart werd een dennenboom gekapt en omwonden met wollen banden alsof het een lijk was. Vervolgens werd het versierd met alle attributen van de herdersgod Attis; viooltjes, cimbalen, fluiten en tamboerijnen en mogelijk werd er ook een beeltenis van Attis zelf op aangebracht. Deze boom werd door de ‘dendrophoren’ naar de tempel van Cybele gebracht. De volgende dag begonnen de rouwklachten rondom de boom. De ‘galli’, de eunuch priesters van Cybele, verwonden zichzelf en de initiaten castreerden zichzelf in extase ter ere van Cybele en konden zo haar priester worden. De pijnboom werd een jaar onder de tempel bewaard en daarna verbrand. uiteindelijk volgde op 25 maart de ‘hilaria’, een feest van vreugde ter ere van de herrijzenis van Attis. (2)

Osiris en Dionysos

608px-Mainade_satyros_Staatliche_Antikensammlungen_2654

Maenade vecht met thyrsusstaf tegen satyr

Ook voor Osiris werd – in de Romeinse tijd tenminste – een dennenboom omgehakt. Deze werd uitgehold en in deze holte werd een beeldje van Osiris geplaatst. Net als bij de boom van Attis werd hij pas na een jaar verbrand. In de mythe van Osiris komt een episode voor waarin Osiris – gevangen in zijn sarcofaag – opgenomen wordt in een tamarisk. Deze boom wordt vervolgens gekapt om dienst te doen als stutpaal voor het paleis van Byblos. Zowel in het ritueel als in de mythe wordt Osiris zo een geest van de boom. Als hij weer uit de boom wordt bevrijd door Isis helpt hem dat niet, want zijn rivaal Set scheurt het lichaam van Osiris in 12 stukken. Hij scheurt ook de penis van zijn lijf. Dit 12e stuk verliest hij definitief; het werd door Set in de Nijl gegooid en vervolgens opgegeten door een vis. Uit rivierklei maakt Isis een substituut fallus. Pas dan kan Osiris herleven. (3)

Sommigen interpreteren de omgehakte pijnboom als symbool voor de gecastreerde fallus van Attis of Osiris. Ook in andere klassieke gebruiken zien we dat de pijnboom fallische trekjes heeft. Zo werden er zaden van de denappel in de grot van Demeter gegooid om de aarde vruchtbaar te maken. Een andere grot in Griekenland – die omzoomd was met pijnbomen – werd gebruikt om de maagdelijkheid van meisjes te testen. Een meisje betrad de grot. Als deze dicht ging en er klonk zoete muziek, dan was ze nog maagd, als de grot open bleef staan en er klonk geweeklaag, dan niet meer. (4)

Maenade met thyrsus

Maenade met thyrsus

Volgens één bron zou Dionysos zijn thyrsusstaf gekregen hebben van Cybele. Deze thyrsus was een venkelstaf omkranst met klimop of wijnrank en bekroond met een denappel. Hij wordt wel gezien als een fallisch embleem en de denappel als het zaad of de eikel. Vreemd genoeg wordt zij vooral gebruikt door zijn Maenaden, zijn vrouwelijke aanhangsters. Deze dragen de thyrsus en bevechten er de satyren mee als dezen met hun erectie te dichtbij komen. Je zou kunnen zeggen dat de wijn- en klimopplanten in hun spiralende weg omhoog langs de venkelstaf (met het verborgen vuur), uiteindelijk in de kruin, waar de denappel is, tot een extase komen. Zo kan er honing en melk uit de staf vloeien. (5)

Pan en de dryade 

Ook Pan, de gehoornde god van de wilde natuur en de chaos, heeft een connectie met de den. Zijn liefje Pitys werd door de jaloerse god van de Noordenwind Boreas door zijn ijzige wind doodgevroren. Pan veranderde haar vervolgens in een dennenboom, zij werd daarmee een dryade, een boomnimf. In een andere versie werd zij juist door een andere god veranderd in een dennenboom om zo aan een verkrachting door Pan te ontsnappen. Sindsdien kan je haar horen zuchten in het ruisen van de dennentakken en je kunt haar tranen zien in de harsdruppels. Als teken van rouw voor deze Pitys omkranste Pan zich met dennentakken. Mogelijk is de boom ook gewijd aan Artemis, de meesteres der wilde dieren. Als Diana had zij een bosheiligdom, een nemeton in Nemi. Deze werd bewaakt door een zogenaamde ‘koning van het woud’, maar daar was haar boom een eik.. (6)

Pan en Pitys

Pan en Pitys

Pitys is een dryade, zoals Sagaritis. Ook in latere verhalen komen we de vrouwelijke geest van de den tegen. In een sage uit Smaland (Zweden) wordt verteld hoe een familie  een huis bouwt. Bij hun intrek verschijnt er uit het niets een mooi meisje in het huis. Zij leeft en werkt met hen mee. Dit gaat een aantal jaren goed tot een knoest in de planken van het huis loslaat. Zij verandert prompt in een geest en verdwijnt door het gat naar buiten. Ze blijkt de boomgeest van de den te zijn die uit het woud is gehaald om het huis te bouwen. Pas met het ontstane gat kan zij ontsnappen. Tot op de dag van vandaag wordt bij de bouw van een huis, als het houten geraamte af is, soms een klein dennenboompje vastgemaakt aan de nok . Dit zou een overblijfsel kunnen zijn van een ritueel gebruik waarin samen met een pasgekapte den ook de geest van die den uitgenodigd wordt om een welwillende huisgeest te worden. Toch kan deze verlangen naar haar vroegere verblijf in het woud. (7)

th_07silvanus

Silvanus met sparrentak

Pitys, Sagaritis en het meisje van Smaland zijn boomgeesten, verbonden met één boom of één huis. Ook Attis en Osiris zijn verbonden met één boom, toch zijn ze grotere geesten, ze zijn goden. Net als Pan en Dionysos hebben ze een sterke connectie met de vegetatie, die door hun castratie en hun dood in de lente weer tot leven kan komen. Net als Pan en in mindere mate de satyren van Dionysos zijn ze heer van het woud en heerser over de wilde dieren. In de Romeinse tijd voegt zich nog een heer van het woud bij dit illustere gezelschap: Silvanus! Hij is de Romeinse god van het woud en draagt een tak met denappels bij zich of soms een mantel behangen met denappels. Hij wordt wel ‘dendrophorus’ oftewel dennendrager genoemd. Dit doet sterk denken aan de dennendragers van de rituelen van Attis.(8)

Merlijn en Owain in het Nemeton van Brocéliande

De connectie van een machtige dennenboom met de heer van de dieren komen we ook tegen bij het verhaal van Yvain/Owain uit de Arthurverhalen van Chrétien de Troyes en de Mabinogion. Deze verhalen spelen zich af in Bretagne in het betoverde woud Brocéliande. Daar gaat de ridder Owain/Yvain op zoek naar avontuur. Hij vindt een enorm grote, zwarte man met een knuppel en met maar één oog en één voet. Hij zit op een heuvel en alle dieren gehoorzamen hem. Hij is de heer van het woud en de heer der dieren. Hij wijst Owain de weg naar een bron naast een enorme pijnboom. Door water over een zekere steen te gieten veroorzaakt hij een hagelbui, waardoor de immergroene boom zijn blad verliest. Als straf moet Owain vechten met een zwarte ridder. Volgens een Bretonse legende zou dit gebeurd zijn bij de bron van Barenton. Dit betekend waarschijnlijk ‘rijk der druïden’ van het Bretonse Barc’h Helan, het zal een bosheiligdom of nemeton zijn geweest. (9)

Merlijn en Nimue

Merlijn en Nimue

Ook de – vaak als druïde neergezette – tovenaar Merlijn kende de bron van Barenton. Mogelijk is hij de figuur die Owain ontmoette toen hij naar de bron bij de den ging. Merlijn veranderde zich regelmatig in een zwarte, grote, grove figuur. Voordat hij de hoogste adviseur van de koning van Brittannië werd, ging Merlijn door een fase van waanzin waarin hij een wilde man van het woud werd en een roedel met herten aanvoerde. Merlijn nam zijn geliefde Nimue mee naar deze bron in het woud. Hij verteld haar dat op die plek vroeger twee geliefden elkaar beminden en dat de plek vroeger bewoond werd door Diana. Merlijn werd daar door haar betoverd en opgesloten in zijn eigen ‘glas tann’. Glas tann is te vertalen als wintergroene heilige (dennen)boom. Dit kan de kosmische dennenboom van de bron van Barenton zijn geweest. Zijn geest werd door Nimue in deze boom betoverd om er nooit weer uit terug te keren.. Later werd dit woord uit het Cornish vertaald als glazen huis. Merlijn zou dan in een glazen huis of een  kristallen grot betoverd zijn. In deze heilige dennenboom wacht Merlijn het moment af waarin hij terug mag keren naar onze wereld. (10)
Ook Shakespeare associeert de pijnboom met tovenaars en geesten. In ‘the Tempest’ wordt de luchtgeest Ariel door de tovenaar Prospero uit een pijnboom bevrijd. Hij werd daar al 12 jaar gevangen gehouden door de heks Sycorax.

De wildeman en de sjamaan

GERMAN-WILDMANIn enkele middeleeuwse afbeeldingen zien we een wildeman met een ontwortelde spar. De wildeman is – net als Merlijn, Pan en Attis – een beschermer van het woud en zijn bewoners. Bij de Slaven woont de koning van het woud in de oudste zilverspar van het woud. Volgens de Yakut uit Siberië is de spar (0f anders een berk) de wereldboom. Sjamanen worden in deze boom – in nesten – grootgebracht. Hun zielen komen voort uit eieren die de grote roofvogel moeder heeft uitgebroed. Voor ze sjamaan zijn moeten ze eerst de wijsheid hebben geleerd van de duivel-sjamane met maar één oog, een arm en één been en door demonen in stukken worden gehakt. Toch sterft hij niet want zijn ziel is een vogel geworden en zijn ‘kracht’ (mogelijk zijn fallus) blijft veilig in het nest bewaard.. (11)

De fallische den

Erg interessant in dit geheel is het nogal komische verhaal van Krämer in de Malleus Maleficarum over een man die zijn penis kwijt is geraakt. Hij gaat naar een heks die hem adviseert om een bepaalde boom te beklimmen, daar zal hij een nest vinden met meerdere penissen. De man beklimt de boom en vindt het nest met wel twintig penissen die daar wonderwel rondkruipen en zelfs haver eten! De man wil de dikste er uit zoeken, maar de heks roept hem toe: doe dat niet die behoort aan de priester!

Gallo Romeins beeld van een fallisch aandoende sparappel

Gallo Romeins beeld van een fallisch aandoende sparappel

In een Duitse sage laat een heks laat door middel van een storm de kerktoren van het dorp Ahorn plooien. De kromgebogen toren is de risee van de hele omgeving, tot een jonge schaapherder een oplossing weet. Hij bindt een touw tussen een pijnboom en de toren en weet door middel van magische spreuken zo de toren weer recht te trekken. In dit verhaal zou je de toren kunnen zien als een metafoor voor een slap geslachtsdeel.. Iets letterlijker is het woord ‘pik’ voor de sparappel in Poitou, ook in Frankrijk is dit woord synoniem met het mannelijk geslachtsdeel. Ze gooiden daar de denappels in het vuur tijdens de barensweeën van een vrouw in de hoop op een snelle bevalling. De spar wordt verder zowel als meipaal en als kerstboom gebruikt. Vooral de meipaal heeft ook een krachtige fallische associatie en is ook te zien als een verbinding met de kosmos. (12)

Conclusie

Uit deze verhalen zien we dat de boom sterk geassocieerd wordt met de heer van het woud. Deze woont in het nemeton, in de grootste boom van het heiligdom van het woud. Hij is de beschermende geest van het woud!  In een dennenwoud zal dit een den zijn geweest, in een eikenwoud, natuurlijk een eik. Deze bomen hebben een sterk fallische symboliek. Tegelijk zijn het kosmische bomen. Zijn piek, zijn uiteinde, een pik, is te zien als de fallus van de God die in het zwarte kosmische gat van de Godin gestoken wordt. Met de boom bereik je de Andere wereld. Hierin zie je een oeroud beeld terugkomen van de dominante bovenliggende Godin. (13)  Bij haar binnen treden is een kosmische castratie, voorbij het gat verdwijnt het geslacht en lijkt opgeslokt! De ongeïnitieerde die dit meemaakt zal in paniek denken dat hij ontmand is. Tegenover een dergelijke machtige vrouw – als Artemis, Nut of Cybele – wordt hij impotent. De volgers van Attis en Cybele zullen echter weten dat de semicastratie hen in éénheid brengt en zo maakt tot priesters, sjamanen of tovenaars. Zij zullen hun mannelijke energie vanaf dat moment meer in dienst stellen van de gemeenschap in plaats van het eigen genot.  Zo worden zij brengers van vruchtbaarheid en wijsheid uit de andere wereld. Vandaar dat tovenaars als Merlijn en sjamanen zich bij deze bomen ophouden.
Ze zijn ook de wildeman en de koning van het woud. Figuren die sterk verbonden zijn met de natuur en de dieren. Tegenwoordig zien wij dat als woest en primitief, maar ooit werd de wilde natuur juist gezien als grootste bron van wijsheid. Wijs zijn, was de taal der dieren verstaan! De heer van het woud heeft ook vaak maar één oog en één been omdat hij in eenheid is. Als triomfantelijk teken dat hij zijn eigen seksuele energie kan beheersen draagt de wildeman de ontwortelde spar of anders een knots of staf in de hand. Zijn initiator is de grote godin van het woud; Cybele van de pijnbomen, Artemis/Diana heerseres der dieren of in de latere verhalen een heks. Cybele en Artemis hebben de testikels van hun aanbidders geoogst, de heks in de sage van Krämer oogstte fallussen. Toch maakt het die mannen tot priesters, mannen van groot gezag. Een gezag dat zij ontlenen aan de grote godin.

Abe van der Veen

Noten:

1)  De Cleene – Compendium van Rituele planten p. 266
2) Obbink – Cybele, Isis, Mithras
http://aediculaantinoi.wordpress.com/2012/04/06/megalensia-the-third-day/
3) Frazer – Golden Bough p. 380
4) Compendium p.271-274
5) http://en.wikipedia.org/wiki/Thyrsus
6) Graves – The white goddess p. 191 Haar beeltenis ‘de Artemis van Efese’ lijkt op die van Cybele, zij is omhangen met testikels, zo gezegd van stieren, maar mogelijk van haar priesters.
De heilige Martinus vond een Heilige den bij een Dianatempel in Tours. Hij zou bijna zijn gedood door een vallende Heilige Den, maar met het teken des kruizes wist hij zich te beschermen, sindsdien hebben de heidenen die daar leefden zich bekeerd.
http://www.herbasanitas.nl/wat-kun-je-eigenlijk-met-een-grove-den-doen/
7) Moens en de Weerd – Bomen en mensen p. 174
8) Dorcey – The cult of Silvanus p. 17 en 3
9) Merlin – Robert de Boron en Life of Merlin – Geoffrey of Monmouth
Gwyn Jones vert. – Mabinogion p.158
Chrétien de Troyes – Arthurian Romances (Yvain) p. 185
http://www.philipcoppens.com/broceliande.html
http://travel.wikinut.com/Merlin-and-the-Fountain-of-Barenton-in-Britanny/21why8iq/
Deze bron is nog steeds te bezichtigen!

10) Hageneder – De helende kracht van bomen p. 149
‘Glas Tann’ komen we ook tegen in de Arthuriaanse site ‘Glastonbury’
11) Hageneder p. 143
Mircea Eliade – Shamanism p. 38
12) De kerstboom behandel ik in een ander artikel..
Teirlinck – Flora Magica p. 264
Moens p. 274
Krämer – Malleus Maleficarum
http://www.accessmylibrary.com/article-1G1-87146072/flying-phallus-and-laughing.html
1
3) In de tijd voor de tijd waren God en Godin één. Cybele was Agdistis de man en vrouw in één. Gaia en Ouranos bij de Grieken en Anu en Ki bij de Sumeriërs waren continu in elkaar, met elkaar verbonden. Tot de god en de godin door de luchtgod wreed uit elkaar werden getrokken. Kronos castreerde zijn vader Ouranos met een sikkel, Kumarbi beet de geslachtsdelen af van zijn vader, de hemelgod Anu in het scheppingsverhaal van de Hurieten en bij de Egyptenaren reikte de fallus van Geb niet meer tot de vagina van Nut. Toen de scheiding was voltrokken was de (dennen)boom te zien als de brug tussen deze werelden.

Verder: In het 5000 jaar oude epos van Gilgamesj uit Sumerië komt al een wildeman èn een god-beschermer van het woud voor. Enkidu is de harige wildeman die beschaving vindt. Hij en Gilgamesj strijden tegen Humbaba de beschermer van de cederwouden. Humbaba verliest de strijd waardoor het woud gekapt kan worden..

Veel internetbronnen noemen Tanfana. De verhalen over een dennengodin genaamd Tanfana blijven echter zeer speculatief. Alleen Tacitus noemt deze godin, maar zonder verdere bijzonderheden. Zie: http://www.herbasanitas.nl/wat-kun-je-eigenlijk-met-een-grove-den-doen/

Een reactie op “De castratie van de Wildeman; betekenis van den en spar

  1. Beste Abe, verhalenverteller….Als conclusie bij je verhaal over den en spar vindt ik de volgende uitspraak:
    “Uit deze verhalen zien we dat de boom sterk geassocieerd wordt met de heer van het woud.”
    Dan wil ik je nog een veel oudere verbinding tonen n.l. de boom die sterk geassocieerd wordt met de godin. De levensboom is de godin en zij werd afgebeeld als paal of boom b.v. Asjera. Haar naam betekent ook heilige of groene boom, naast paal of zuil. Zo is Asjera ook gevonden in alleen al 700 opgegraven beeldjes te Jeruzalem ( zgn. zuilfigurines) die op huisaltaren waren te vinden en blijk geven van een bloeiende verering ( 700- 800 v Chr in Israël), in tegenstelling tot wat bijbelvertellers ons willen doen geloven: want haar “palen” en heiligdommen op groene heuvels moeten worden vernietigd en zijn “niet goed” in de ogen van de Here. OOk in Egypte vinden we boomgodinnen: b.v. de godin Hathor en Noet. De vroege bewoners van Egypte vereren stenen, bergen,en bomen, waarschijnlijk net als elders, in vrouwelijke vorm. Boomverering kan historisch herleid worden tot in het oude rijk rond 2780 v. Chr. maar moet veel ouder zijn. Het gaat erom dat mensen de levengevende kracht in de boom als vrouwelijk ervaren en die associëren met een godin, een boomgodin. Ik ben nu zelf net bezig met een afbeelding van een Kanaitische boomgodin van 1700 tot 1550 v. Chr.waar zij verbonden is met de vijgeboom: de boom van de onderwereld.
    Ook zijn er verhalen van wonderlijke verschijningen van Mariabeeldjes in bomen. Bij de kerstening in de 8e eeuw n Chr. werden deze boomheiligdommen verboden en omgehakt, net zoals dus 2000 jaar eerder in Kanaän….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.