Waarom halen wij met kerst hulst in huis? Het verhaal van de hulstkoning

Door Abe de Verteller op

De hulst (latijn: ilex) is voor bijna iedereen herkenbaar met zijn dikke, felgroene en stekelige bladeren. Hij staat vooral op arme grond in schaduwrijke plekken in het bos. Hulst is in het Engels ‘holly’, een kleine stap naar ‘holy’ oftewel heilig. Zijn Oudhoogduitse naam ‘hullis’ en het Keltische ‘tinne’ voor hulst betekenen inderdaad heilig. De hul- stam van het woord betekent beschermen, bedekken èn stekelig (1), want de stekelige bladeren van de boom beschermen de stam. Ook zou volgens de Romeinse botanicus Plinius het aanplanten van hulst rondom je huis, je tegen bliksem en toverij beschermen. Dit gebruik komt ook in latere bronnen voor.

In de Keltische bomenkalender hoort de hulst bij de achtste maand van het jaar. Dit is de periode van acht juli tot en met vier augustus. Deze maand valt daarmee in de midzomertijd. Deze plaatsing heeft waarschijnlijk te maken met het ritueel van de strijd tussen de hulstkoning en de eikenkoning. Met de midzomer volgt de hulst, de eik op als koning van het jaar. Deze strijd om de heerschappij van het jaar vindt plaats met de midzomer en met de midwinter. Als wij aan de symboliek van de hulst denken dan associëren wij hem echter meer met de midwinter en de kerst. Hij laat zijn altijd groen blijvende blad niet vallen en dat geeft hem een symboliek van hoop op betere en groenere tijden. Een symboliek die past bij de midwintertijd. Het is alleen vreemd en onlogisch dat de heerschappij van de hulstkoning in latere tijden niet meer voor een half jaar geldt, maar wordt beperkt tot de periode tussen kerst en Driekoningen.

Romeins midwinter; de Saturnalia

Al bij de Romeinen werd de hulst als cultische versiering gebruikt tijdens de Saturnalia (17-23 december). Dit feest komt qua datering ongeveer overeen met de midwinterviering. Tijdens dit feest ter ere van Saturnus (in het Grieks Kronos) werden de tempels en huizen versierd met hulst en aan de cadeaus die men aan elkaar gaf, was als gelukswens een hulsttakje bevestigd. Ook de knots van Saturnus was van hulst. Dit immergroen gaf aan, dat de feestvierders in een tijdloze wereld waren beland: de tijd tussen de jaren. Saturnus was hier heen verbannen na zijn strijd met zijn zoon en opvolger Jupiter (Zeus). Als Chronos – oftewel ‘vadertje tijd’ – heerste hij over een gouden tijd en een gebied van eeuwige lente. Dit waren de eilanden van gelukzaligheid in het uiterste westen, de plaats waar de zon ondergaat. Men bootste zijn sacrale tijd en wereld na door tijdens het feest van de Saturnalia flink feest te vieren. Dit gebeurde met elementen als losbandigheid, omkering, gekte en algemene vrolijkheid. Mannen kleedden zich als vrouwen en omgekeerd, heren werden slaven en vice versa, kinderen gedroegen zich als de volwassenen en volwassenen als kinderen. De heerschappij van Saturnus was tijdelijk. Aan het eind moest hij zijn macht overdragen aan de oppergod Jupiter (2). De eik was aan Jupiter gewijd. Je kan dus zeggen dat de hulstkoning zijn macht weer overdroeg aan de eikenkoning.

In de christelijke tijd werden hulstversieringen in de midwinter verboden omdat zij als te heidens werden gezien, maar het gebruik bleek onuitroeibaar. Uiteindelijk werd zij omarmd en bezongen in de ‘Christmas carols’ waarin hij werd geassocieerd met Jezus in het gezegde: ‘holly bears the crown’, oftewel hulst draagt de kroon en is dus koning! (3)

Gawain en de groene ridder

In de veertiende eeuw zien we in een Engels gedicht genaamd “Sir Gawain and the Green knight”  met Nieuwjaar – dus in de Joeltijd – een volkomen groene ridder aan het hof van koning Arthur arriveren. In zijn ene hand heeft hij een bijl en in de andere hand een hulsttak. Met de hulsttak als vredesteken van de midwintertijd toont hij zich een opvolger van Saturnus. Met de bijl geeft hij aan dat het eind van zijn heerschappij is gekomen. Hij daagt de ridders uit om hem het hoofd af te slaan, op voorwaarde dat hij daarna hetzelfde bij hem mag doen. Alleen Gawain neemt de uitdaging aan en wordt daarmee zijn opvolger. Over een jaar en een dag (of misschien beter een half jaar) moet hij – op zijn beurt – zijn hoofd er af laten slaan in de “groene kapel”. Deze kapel blijkt een grafheuvel te zijn. Dit duidt er op dat wij hier met een oud heidens ritueel te maken hebben. Gawain overleeft het avontuur en wordt niet onthoofd, omdat hij weigert om te vrijen met de vrouw van de Groene ridder (4).

Dit verhaal volgt een oeroud mythisch patroon waarin het wassende jaar in de vorm van de eik en het afgaande jaar in de vorm van de hulst tegenover elkaar worden gesteld. De hulst heerst over de periode waarin de zon elke dag ietsje lager aan de horizon staat. De eik heerst over de periode waarin zij juist aan de horizon klimt. Zij volgen elkaar op met midzomer  en met midwinter. Dit wordt soms uitgebeeld door een rituele strijd van twee mannen gehuld in eikenblad en in hulstgroen die een schijngevecht met elkaar houden. De uitkomst staat op voorhand vast. De hulstkoning wint met de midzomer en de eikenkoning met de midwinter (5). Ze zijn niet de zomerkoning en de winterkoning zoals sommige mensen denken. De een heerst over de groei en de ander over de afbraak en zo wisselen zij – en daarmee de seizoenen – elkaar af. Over dit ritueel is veel verwarring ontstaan onder andere omdat de rituele strijd soms ook met Beltain en Samhain, oftewel met 1 mei en 1 november wordt uitgevochten.

Dit kan te maken hebben met een verschillende invalshoek. Mogelijk keek men vanuit de Germaanse traditie meer naar de zon en vanuit de Keltische traditie meer naar de vegetatie. De Germanen hadden als grootste feesten midzomer en midwinter en keken dus naar het punt van de grootste en de kleinste hoeveelheid licht, naar de langste dag en de langste nacht. De Kelten keken bij Imbolc en Lughnasad naar het toppunt van koude en het toppunt van hitte. Beltaine is het hoogtepunt van de lente en de bloei, Samhain hoogtepunt van de herfst en het moment dat al het groen zich definitief heeft teruggetrokken. Hier werd dus meer gekeken naar opkomst en afsterven van het groen en naar warmte en kou.

De verbanning van de hulstkoning

De hulst volgt de eik op in de Keltische bomenkalender in de midzomertijd. De eik volgt – na een rituele strijd – ook de hulst weer op in de midwintertijd. Echter in de bomenkalender wordt de voorkeur gegeven om dan de nadruk te leggen op de transformatie van de godin van vlier naar berk, oftewel van lelijk naar mooi. Dit rituele gevecht is een strijd om het sacrale koningschap. De sacrale koning kan alleen heersen bij de gratie van de Godin. De winnaar van de strijd huwt de Godin van de soevereiniteit, oftewel de godin van het land! Dit is op voorwaarde dat hij na een half jaar zijn heerschappij overdraagt aan zijn tegenhanger, die daarmee zijn vrouw ook krijgt. Dit maakt hem tot ‘hoorndrager’ want hij laat het toe dat zijn vrouw vreemd gaat en grijpt niet in. Na een half jaar zijn de rollen weer omgedraaid.

Een aantal grote zonnehelden denken te kunnen heersen zonder te trouwen. Zij versmaden de Godin. De Sumerische held Gilgamesh wordt verleid door Inanna, maar hij wil niet net als haar voormalige minnaar Dumuzi naar de onderwereld gestuurd worden en weigert (6). Cuchulain krijgt de liefde aangeboden van de donkere oorlogsgodin Morrighan. Zij had al de liefde bedreven met de vadergod Dagda in een pas geploegde vore. Maar Cuchulain bedankt voor de eer, de donkere godin wordt zijn vijandin (7). Gawain weigert in te gaan op de avances van de vrouw van de Groene Ridder. Deze blijkt te werken in opdracht van Morgaine, de donkere toveres. In deze verhalen biedt een donkere, machtige, angstaanjagende godin zich aan als minnares – vlak na een grote overwinning van de held – maar zij slaan dit aanbod af en vinden dat ze het prima af kunnen zonder de hulp van de Godin. Je zou kunnen zeggen dat de zonneheld wil heersen over het hele jaar.

In de patriarchale tijd wordt de koning van het afgaande deel van het jaar zijn helft ontzegd en mag alleen nog regeren over de laatste dagen van het jaar (de kerst c.q. de Saturnalia en misschien ook in de Carnavalstijd). Hij bleef de godin trouw, zowel in haar jonge lente- als in haar oude wintergedaante. Hij werd daarom gezien als een sul die zich door zijn vrouw de les laat lezen. De gehoornde wordt een lachwekkende stumper, een ‘lord of misrule’, maar hij is wel een nuttige uitlaatklep. Zo kan je hem vergelijken met de duivel die zich op een kussen laat binden in het middeleeuwse spreekwoord, of anders met de wildeman die met geselroeden van hulst heerst over Carnaval (8).

In het verhaal van de hulstkoning en de eikenkoning is het drama te zien van de overgang van cyclisch om en om koning zijn, naar slechts één koning die de zwarte Godin versmaadt en de hulstkoning verbant. Deze was vanaf dat moment slechts heerser over de midwinter. Hij is daardoor in plaats van god van het afbrekende seizoen, god van  de doden, koning van de elfen of zelfs de duivel geworden. Zo zien wij hem optreden tijdens ‘halloween’ als de ‘grim reaper’ en tijdens midwinter als ‘vadertje tijd’ (9).

Ivy girl’ en ‘holly boy’

De strijd tussen het naar buiten gekeerde deel van het jaar en het naar binnen gekeerde deel zou je ook kunnen vangen in termen van mannelijk en vrouwelijk. Het is niet vreemd dat deze strijd ook werd gesymboliseerd in een strijd tussen de mannen en de vrouwen: In Engeland bestond er het ritueel van de strijd tussen het klimopmeisje en de hulstjongen. Zij streden om de heerschappij. Wie er het eerst over de drempel ging tijdens het nieuwe jaar was de baas! Dit gebeurde in de vorm van een lied of als ritueel, waarbij de andere sekse gehekeld werd. Als de hulstjongen het eerst zou zijn betekende dit een goed begin, het klimopmeisje zou juist ongeluk brengen. Mogelijk heeft dit te maken met de blauw-zwarte bessen van de klimop versus de rode, vruchtbare bessen van de hulst.

Deze karakters werden telkens meer gestereotypeerd tot een feeks en een sul of anders gezegd; een helleveeg en een “hoorndrager”. Beide horen als immer groen blijvende planten bij de Saturnaliën en de Midwinterfeesten (10). Ook tijdens het donkere deel van het jaar behouden zij hun groene bladeren en dus hun levenskracht en de mens kan daar gebruik van maken door de takken binnenshuis te halen. Hulst hoort hier bij de gehoornde god van de vegetatie en klimop bij de zwarte godin. Toen de gehoornde god nog over – minstens een helft van –  het jaar heerste huwde hij met midwinter deze afzichtelijke dame en hun vereniging maakte een nieuwe cyclus van leven en lente mogelijk. De lelijke heks werd in een beeldschone vrouw veranderd. Door de godin in haar soevereiniteit te erkennen in haar zwarte, lelijke vorm kon hij haar minnaar worden. De dualiteit van hulst en klimop zijn daarom complementair en niet antagonistisch.

In het verhaal van Gawain en Ragnell wordt dit huwelijk prachtig verteld: Als de lelijke Ragnell wordt gevonden zit zij tussen een eik en een hulst in. Gawain erkent de soevereiniteit c.q. het zelfbeschikkingsrecht van de lelijke dame Ragnell en zo wordt zij mooi. Toch zal zij hem later weer verlaten (ws. voor een vorm van de ‘hulstkoning’) In de latere moraal maakt dit hem tot hoorndrager. Dit gegeven werd in enkele Engelse Christmas carols verandert in een strijd om de heerschappij. In de carols wint de hulst – dus de man – de strijd der seksen en is meester, zoals je kan zien in dit 16e eeuwse lied:

‘The contest of the ivy and the Holly

Nay! Ivy, nay! lt shall not be, iwis, (indeed):
Let Holy have the maistry, (mastery) As the manner is.
Holy stood in the hall, Faire to behold: Ivy stood without the door, she is full sore acold.’
(11)

Conclusie

Ergens in de loop van onze geschiedenis zijn wij het afbrekende deel van het jaar en daarmee de hulstkoning en de zwarte godin gaan versmaden en zelfs gaan verafschuwen. De cyclische aard van de natuur waarin alles wat groeit en bloeit ook weer af moet sterven en in de grond moet worden opgenomen voor een nieuwe cyclus en daarmee een wedergeboorte, werd niet meer geaccepteerd. De eikenkoning en daarmee de scheppende kracht werd tot koning van het hele jaar gemaakt en de hulstkoning verbannen naar de onderwereld. Een maal in het jaar mocht hij regeren met de midwintertijd (of met carnaval). In die periode mag je uit de band springen en alles doen wat God verboden heeft omdat nu zijn tegenhanger regeert! Deze periode van rust, vrolijkheid en vrede was helaas slechts kort. Daarna heerste de strijdlustige en arbeidzame eikenkoning weer onbetwist. Toch hebben we beide aspecten nodig! De kwaliteiten van de hulstkoning zoals introvertie, ingetogenheid, zelfreflectie, contemplatie, rust en vrede zijn net zo belangrijk als de meer extraverte kwaliteiten van de eikenkoning.

Ondanks verwoede pogingen was het rituele gebruik van de hulst en de hulstkoning onuitroeibaar. Zijn feest moest in ere worden gehouden! Zo bleef de hulst met de midwinter de geluksbrenger die heil en heling bracht aan de mensen. Zijn tak – die met de midwinter zelfs op de kerstpudding niet mocht ontbreken – was een teken van leven, zelfs in de meest donkere en doodse periode van het jaar. Dat het offer van de (semi-)dood van de hulstkoning niet voor niets werd gebracht en dat zelfs in het duister van de midwinter een kiem van nieuw leven bleef bestaan in de groenheid van de hulst en in de groenheid van de midwintergod. Een verre nazaat hiervan vinden we in het kerststukje waarin de hulst niet mag ontbreken. Door deze in ons huis te brengen, brengen we nieuw leven in ons systeem, waardoor we de kracht vinden om een nieuwe cyclus aan te gaan in een nieuw jaar. Om de voortgang van de cyclus niet te verstoren moet het kerstgroen echter wel direct na Driekoningen de deur uit. Anders brengt het ongeluk (12 7; 595)!

Abe van der Veen

Noten

  1. Lankester, Ko – De Keltische maankalender in het zonnejaar 130
    Graves, Robert – The white Goddess 180
  2. Lankester 127
    Blöte-Obbes – Boom en struik in bos en veld 218
  3. Graves 180
    https://www.thespruce.com/the-holly-and-the-ivy-2132340
  4. Hertog, Erik vert. – Heer Gawein en de groene ridder
  5. Lankester 128
    Williamson, John – The oak king, the holly king and the unicorn
  6. Sandars, N.K. – The epic of Gilgamesh 86
  7. Gregory, Lady – Complete Irish mythology
  8. Cleene, Marcel en Marie Claire Lejeune – Compendium van rituele planten in Europa 506
  9. Bij de Welshmen heette deze Gwyn ap Nudd en vocht elke mei tegen Gwythyr ap Greidawl om de hand van de meikoningin, ook dit is te zien als een gevecht van de hulst tegen de eikenkoning.
  10. Carr-Gomm, Philip – Het plantenorakel der druïden 59
    Graves 184
  11. https://www.hymnsandcarolsofchristmas.com/Hymns_and_Carols/contest_of_the_ivy_and_the_h.htm
  12. Cleene 595

-Je zou zelfs prins Carnaval kunnen zien als een soort elfenkoning want zijn verkiezing is op de elfde van de elfde..

-De hulst wordt verder net als de vlier in verband gebracht met de godin Holda. Dit is omwege de ‘hul’ en ‘hol’ klankgelijkenis. Toch vind ik er meer voor pleiten om de hulst te wijden aan de Germaanse god Holder. Deze blinde god en tegenhanger van Balder is weer een variant op de hulstkoning in zijn rivaliteit met de eikenkoning. Hierom denk ik dat de hulst eerder gewijd is aan Holder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.