Joelen, slepen en raddraaien op Oudejaarsdag

Door Abe de Verteller op

Wheel at Konark TempleOm de gebruiken van Oud en Nieuw goed te begrijpen, is het goed om te weten wat de Joeltijd en het jaarwiel inhouden. Midwinter heet bij de Scandinaviërs en de Schotten ook wel Joel of de Joeltijd (Yuletime). Joel stamt af van het Indo-Europese woord ‘kwel’ dat draaien betekent. Joel is ook waarschijnlijk verwant aan het Oudnoorse hjöl wat rad of wiel betekent. (1) Dit wiel is te zien als het jaarwiel, het levenswiel of het zonnewiel. De zon staat in de Joeltijd op zijn allerlaagste punt. Het wiel heeft meestal acht spaken en is eeuwig in beweging. Zij is de cyclische tijd. Tijd die geen begin en geen einde heeft maar eeuwig voortduurt. De tijd wordt gemarkeerd door de seizoenen. Lente, zomer, herfst, winter en opnieuw lente! Want zo gaat de cyclus van de tijd. Hierin is geen plaats voor een definitief einde. Elk sterven is slechts een fase die nodig is voor een wedergeboorte. Het wiel of rad symboliseert dit. Zij kan een dag zijn of een jaar of een leven. Ook de dag met zijn ochtend, middag, avond, nacht en weer ochtend en het leven met zijn geboren, jeugd, volwassenheid, ouderdom en sterven en weer opnieuw geboren worden is zo´n cyclus van de natuur. Ergens op de velg van dit wiel bevinden wij ons. Door ons individuele bewustzijn moeten wij een unieke eigen plek innemen in de tijd en in de ruimte, maar wel op dit wiel. Onze vrije wil wordt ingeperkt door ons onverbiddelijke meedraaien op het wiel des levens. Onvermijdelijk leidt dit ons naar verval en dood. Hierdoor lijken de lotgevallen in ons leven gepredestineerd, ze lijken onontkoombaar.

Het wiel van Fortuin

848fb9b93b5889ecbed70e61b5f820fc

Kaart X Wiel van fortuin (Bembo tarot 15e E)

Vanuit deze optiek wordt het wiel ook wel het Rad van Fortuin genoemd. In kaart tien van de hoge Arcana van de Tarot wordt dit rad getoond. Vrouwe Fortuna zit in het midden van het wiel met een blinddoek om. Zij deelt zonder aanzien des persoons de gelukkige en ongelukkige momenten van het leven uit. Zij is de schikgodin die beschikt over ieders leven. Zij heet ook Vortumna ‘zij die het jaar draait’. Aan Fortuna werd in de Romeinse tijd op één januari geofferd voor geluk en succes in het komende jaar. (2)

Het taboe op draaiende wielen tijdens de Joeltijd

303982In de Germaanse landen was er een taboe om wielen te laten draaien met midwinter. Het zonnewiel, of het jaarwiel stond stil. Als de mens zijn wiel wel liet draaien zou dat tegennatuurlijk zijn en ongeluk brengen. Tijdens de Joel moest daarom al het vlas of wol afgesponnen zijn. Er mocht geen draad meer zitten op het spinnewiel. Dit gebod ging je niet snel overtreden want de godinne Holda of vrouwe Perchta kwam persoonlijk kijken of je je wel hield aan dit gebod. Als je toch was gaan spinnen dan was de godin vertoornd en zou in het ergste geval voor straf je buik openrijten! (3) Waarom was er dit grote taboe?: Omdat Joel de tijd is tussen de jaren. Een heilige periode waarin de doden en de levenden met elkaar kunnen communiceren. Een tijd waarin de grenzen tussen deze en de andere wereld uiterst dun zijn. In die periode is er geen draad, geen tijd. Het is alsof je eventjes de adem inhoudt voordat je een nieuwe ademteug doet. De tijd staat stil en zo ook het rad. Het levensrad staat op zijn hoogte of dieptepunt, het is maar net van welk standpunt je het bekijkt.

Joelen, vuurwerk en raddraaiers

charivariAan het einde van de midwinterperiode moet het wiel weer in beweging worden gezet. Dit doen we door te joelen! Joelen is de beste methode om nieuw leven in de brouwerij te blazen. Joelen betekent namelijk op luidruchtige, drukke wijze feestvieren met veel geschreeuw, gezang en lawaai. Dit joelen werd gedaan door raddraaiers. Nu staat dit woord voor oproerkraaiers en revolutionairen, maar letterlijk betekent het degenen die het rad of het wiel doen draaien. Er is een revolutie, een omwenteling nodig, zodat het nieuwe jaar kan beginnen en de raddraaiers zorgen daarvoor!
Voordat het vuurwerk zijn introductie deed in onze landen maakten de mensen lawaai met ketels, ratels en met hun stem! Door al dit wild geraas werden de sluimerende levensgeesten weer wakker. De spoken van het oude jaar verdwijnen. Mogelijk werd dit in de heidense tijd nog gedaan onder aanvoering van Odin. Hij was de leider van de wilde jacht en droeg de bijnaam Jolnir; heer van de Joeltijd!

Midwinterhoornblazen

Het verband met het wakker maken van de levensgeest van het gewas is helemaal duidelijk bij het gebruik van het Midwinterhoornblazen. In het oosten van het land wordt dit gebruik gepraktiseerd in de kersttijd. Vaak blies men deze grote hoorn boven een put. De put is de ingang naar de onderwereld, de wereld van vrouw Holle. Zo werden haar geesten opgeroepen om wakker te worden en een begin te maken met de vruchtbaarheid van het aankomende jaar. Hier gaat het natuurlijk om het allerprilste begin, een nieuw kiempje van leven. Zo is het lawaai van oudejaarsdag niet alleen een verjagen van de boze geesten van het oude jaar, maar ook een wakker maken van de levensgeesten van het nieuwe jaar! (4)

Slepen op oudejaarsdag

Aasgaardreien_peter_nicolai_arbo_mindre

Åsgårdsreien (1872) door Peter Nicolai Arbo

In verschillende dorpen in Nederland ging de dorpsjeugd – tot zeker eind twintigste eeuw – nog met oudejaarsdag “slepen”. (5) Dit hield in dat alles dat op erven rondslingerde door die jongeren meegenomen kon worden. Dit werd vaak in de brand gestoken. Maar ook veel spul werd slechts verplaatst. Dit gebeurde het liefst op een spectaculaire plek, bijvoorbeeld op het dak van een boerenschuur. (Op enkele plaatsen zoals Sleen in Drenthe en Leermens in Groningen gebeurt dit nog steeds.) De mythische achtergrond van dit gebruik is te vinden in de sage van de Wilde Jacht. Rond de midwinter rijdt de Wilde Jager met een leger van geesten door de lucht. Zij jaagt achter de geesten aan van het Oude jaar om ze mee te nemen naar de Andere wereld. Dit gaat gepaard met veel lawaai en als ze voorbij zijn gekomen is dat terug te zien aan het spoor van chaos dat ze achterlaten. Toch brengt dit juist geluk, want waar de wilde Jacht langs was geweest zou het land een rijke oogst voortbrengen. (6)

Het lijkt alsof de jongeren van deze dorpen onbewust die verschijning van de Wilde jacht uitbeeldden. Natuurlijk is het gewoon leuk om allerlei “kattenkwaad” uit te kunnen halen. Maar ergens moet er een oorsprong en een aanleiding voor zijn. Die is te vinden in het oude volksgeloof van de Wilde Jacht die in de Midwinter o.a. met Oudejaarsdag voorbij komt. Het slepen met Oudejaarsdag heeft zeker twee functies: Zij is als een herfststorm die al hetgeen wegblaast wat te zwak is om de winter te overleven. Al het oude wordt verbrand in een groot vreugdevuur om plaats te maken voor het nieuwe. Verder had het een corrigerende functie voor slordige boeren en dorpelingen, die hiermee te verstaan kregen dat de leider van de Wilde Jacht (Die soms Odin of Wodan werd genoemd, maar ook onder vele andere namen bekend stond) rommel en chaos niet tolereerde.

Oliebollen eten en schranzen met Kerst

Natuurlijk zijn dit lang niet alle oudejaarsgebruiken. Wat te denken van ons gebruik om vette oliebollen te bakken en in grote aantallen te consumeren? Dit oliebollen (en appelflappen) eten hoort bij de beginmagie, waarin een goed begin – in dit geval lekker veel en vet eten – een goed jaar voorspelt en zelfs genereert. Dit speelt nog in overtreffende trap mee met het zich vol eten tijdens het kerstmaal. Kerstavond wordt in sommige streken daarom zelfs ‘dikkefretsoavend’ oftewel schransavond genoemd..
Het einde van het jaar was ook een geijkte tijd om te kijken wat het volgende jaar brengen zou. Dit was wellicht ook een onderdeel van het bakken van de oliebollen. Het heeft er veel van dat hierbij een heel oude divinatiemethode werd gebruikt, waarbij het beslag slordig in het kokende vet of olie werd geworpen waardoor er de vreemdste vormen ontstonden. Door te staren naar deze bizarre vormen en daar vrij op te associëren kon je iets te weten komen van wat het Nieuwe jaar zou gaan brengen.

Conclusie

Door al deze rituelen krijgt het jaarwiel het benodigde duwtje om weer in beweging te komen. De grootste lawaaimakers van de joelende bende krijgen dit voor elkaar en heten dan ook niet voor niets raddraaiers! Zij draaien het rad en brengen zo het jaarwiel – aan het einde van het oude jaar – opnieuw in beweging. Een nieuw jaar kan beginnen, want het wiel is begonnen aan een nieuwe ronde. De God van het nieuwe jaar is geboren!

Abe van der Veen

Noten:

1) van Gilst – De eeuwige kringloop 321
Lankester – De acht jaarfeesten 64
http://en.wikipedia.org/wiki/Yule

2) Graves – Greek Myths 126
http://www.thaliatook.com/OGOD/fortuna.html
We kennen de lotsgodin Fortuna ook in haar drievoudige vorm als de drie schikgodinnen die spinnen aan het levenswiel. Zij spint je levensdraad, zij weeft je draad samen met vele andere levensdraden en uiteindelijk knipt ze je draadje door. Je bent volkomen aan haar grillen overgeleverd. Soms zullen dingen je toe vallen en soms zullen ze tegen vallen.. De drie godinnen zullen bij je zijn tijdens je geboorte, je huwelijk en bij je dood. Bij geboorte en huwelijk is zij een welkome gast. Bij de dood zien we haar minder graag. Toch zal zij komen, want zij is Atropos, oftewel de onafwendbare!

3) Joke en Ko Lankester – De acht jaarfeesten 75
Farwerck – Noordeuropese mysterieën 99

4) http://nl.wikipedia.org/wiki/Midwinterhoorn
Edda – Snorri Sturluson (vert. M. Otten) 110, 243
http://nl.wikipedia.org/wiki/Joelen
De connectie tussen joelen en joeltijd wordt niet erkend door de etymologische woordenboeken, maar is wel zeer toevallig en symbolisch passend. Ook raddraaier als degene die het jaarwiel weer in beweging brengt wordt niet ondersteund door deze boeken..

5)  Joke en Ko Lankester – De acht jaarfeesten 75
http://www.sleen.nu/nieuws/actueel/news_id,4058/slepen-een-oude-gewoonte
In het Friese dorp Ryptsjerk waar ik opgegroeid ben gebeurde dit ook nog in de jaren zeventig en tachtig.. We sleepten met alles wat los rondslingerde op boerenerven naar een centrale plaats in het dorp en maakten er een vreugdevuur van! Dit werd ons natuurlijk niet in dank afgenomen, maar andere boeren maakten er juist gebruik van om onnutte zooi kwijt te raken..

6) C. Lecouteux – Phantom armies of the night
Farwerck – Noordeuropese mysterieën 110 en 125

7) Een negentiende eeuwse verklaring vertelt dat de oliebol in Nederland al te vinden zou zijn bij de Bataven en Friezen. Deze Germanen offerden aan het einde van december voedsel aan de goden om hen tevreden te stellen, met name de godin Perchta en andere geesten die verzoend moesten worden. Hun offervoedsel hadden ze in meel gewikkeld en in de olie gebraad en het eindresultaat bestrooiden zij met witte meel. De vetheid van dit voedsel zou ervoor zorgden dat het zwaard van de godin Perchta van hun lichaam zou glijden. Een leuk bedachte verklaring zonder één enkele grond in de bronnen..

 

 

 

Een reactie op “Joelen, slepen en raddraaien op Oudejaarsdag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.