De ark van Noach en de kubus van Utnapishtim: een andere kijk op het zondvloedverhaal

Door Abe de Verteller op

Het verhaal van de ark van Noach en de zondvloed is wereldberoemd. God liet de aarde  overstromen om zo de mensheid te straffen. Maar Noach mocht het – samen met zijn familie – overleven. Ook moest hij van elk soort dier één paar meenemen in een enorm schip. Toen het water wegzakte kon alles met Noach en zijn familie opnieuw beginnen en God liet een regenboog zien als teken van zijn belofte dat hij nooit weer zo’n ramp zou laten gebeuren. Ik kwam er achter dat dit verhaal veel meer lagen heeft dan puur een verhaal over zonde en straf en wil deze bevindingen graag met jullie delen.

Ark van Noach – Bijbel van Anton Koberger ca, 1500

De Sumerische en Akkadische Noach

Allereerst is het overstromingsthema veel ouder dan menigeen denkt! De eerste boeken uit de Bijbel werden tussen de tiende en de vijfde eeuw v.C. geschreven. De oudste versie van dit verhaal is echter al zo’n 3600 jaar oud! Deze Sumerische versie komt uit de stadstaat Nippur. De held heet hier koning Ziusudra (Dit betekent hij van het lange leven). In de – iets jongere – versie uit Babylonië heet hij Atrachasis (wat ‘de zeer wijze’ betekent) en in de Akkadische versie is de naam van de held Utnapishtim. Dit betekent: ‘hij die  leven heeft gevonden of gezien’. Hier is het een episode in het veel langere epos van Gilgamesh. In zijn volledige versie komt dit verhaal uit de twaalfde eeuw v.C, maar delen zijn al uit de achttiende eeuw. De eerste twee versies zijn voor mij te fragmentarisch om te gebruiken voor een duiding. Daarom gebruik  ik de versie uit het Gilgamesj epos en vergelijk die met het verhaal uit de Bijbel om zo tot een paar mooie ontdekkingen te komen. (1)

Zondvloed (detail van de Sixtijnse kapel) – Michelangelo 1508-1512

De schepping als een scheiding van het water van de chaos

Om het einde van de wereld te snappen moeten we eerst iets meer weten over het begin: In de Sumerische mythe baarde Nammu – de godin van de oerzee – de god van de hemel (An) en  de godin van de aarde (Ki). Deze twee paarden met elkaar en Ki baarde de god van de lucht. Deze god genaamd Enlil scheidde An en Ki van elkaar en nam de aarde als zijn domein, An neemt de hemel als zijn domein. Hoe het verder gaat met Ki wordt niet verteld.
In het Babylonische epos Enuma Elisj zijn het Apsoe (de god van de zoete wateren) en Tiamat (de godin van het zoute water) die zich verenigen en zo nieuwe godenparen scheppen. Apsoe wordt gedood door Ea en Tiamat door Marduk. Zij wordt in tweeën gespleten en uit haar lichaam wordt onze hemel en aarde geschapen.
In de Bijbel gebeurt er iets gelijkaardigs op de tweede dag van de scheppingsweek: ‘En God zeide: Daar zij een uitspansel (of gewelf) in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren! En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo. En God noemde het uitspansel hemel.’ (2)

De kosmos volgens de Hebreeën

Uit deze scheppingsverhalen kunnen we opmaken dat onze kosmos omringd is door water. Dit is echter iets anders dan de vloeistof die wij kennen. Het is de oerstof of oersoep die er al was voor er iets anders was. Het is de ‘arche’, de oorsprong van alles. De hemel is hier niet meer dan een soort van dak, het is een gewelf waaraan de sterren, de zon en de maan aan bevestigd zijn. Een ander woord hiervoor is het firmament of uitspansel. Ook de aarde is te zien als een soort van beschermende laag die de chaotische oerwateren tegen houdt. In het begin waren hemel en aarde nog met elkaar in verbinding, maar later worden zij van elkaar gescheiden door lucht. Zo ontstaat de wereld waarin de mensen kunnen leven. (3)
Bij ‘mens’ gaat het om een bewustzijnsveld dat naast kosmisch ook individueel bewustzijn heeft en daardoor eigen keuzes kan maken. Vanuit zijn individu creëert hij zichzelf een lichaam en een ego, maar vanuit zijn kosmische bewustzijn weet hij dat hij ziel of geest is. Het is de grote kunst om deze twee in balans te houden zodat afgescheidenheid – om keuzevrijheid mogelijk te maken – in evenwicht gehouden wordt door overgave en verbinding om zo dicht bij het goddelijke te kunnen blijven.

Zondvloed – Joachim Uytewael 1595

De reden voor de overstroming

Enlil, de god van de lucht, beslist dat de mensen te lawaaiig zijn en uitgeroeid moeten worden door een grote overstroming. De Hebreeuwse God Elohim wil de mensen uitroeien vanwege hun boosaardigheid. Hij zag dat de ‘overleggingen van hun hart’ slechts boos waren. Dit klinkt verschillend, maar gaat om hetzelfde: de – al dan niet uitgesproken – gedachten van de mens winnen aan kracht en richten zich dusdanig op ego en materie/lichaam dat de goddelijke zielskant van de mens vergeten wordt. Dit geeft lawaai en verstoring van de eenheid en het stille zielenveld. Dit geeft ook ‘zonde’, in de ik-gerichtheid verliest de mens zijn energie en dat is zonde. Enlil als god van deze vorm van bewustzijn weet als geen ander dat deze mens heeft gefaald. Hij zal opnieuw moeten beginnen en hij doet dat met de enige mens die wel beloftevol is: Utnapishtim. ‘Ut’ is bijzonder want hij heeft leven gezien. Als Noach betekent zijn naam rust en alleen in die stilte is het mogelijk om je te verbinden met Leven. Noach wandelde met God zegt de Bijbel. (4)

Het zaad van al wat leeft

Utnapishtim wordt dus gewaarschuwd. Echter niet door Enlil, maar door de god van de wijsheid Ea/Enki.  Hij zegt: ‘Geef je bezit op, en red je leven. Breng het zaad van al wat leeft in het schip.’ Het is bijzonder om te zien dat het hier niet gaat om fysieke dieren die de ark in gaan, maar om ‘het zaad van al wat leeft’. Nu is het zaad hetzelfde als de kiem. Het is de oorsprong waarin alles wat een bepaald dier tot dat dier maakt is vervat. Alles wat de ark ingaat kan dat alleen als het terug gebracht wordt tot zijn essentie en dat geldt ook voor de mens! (5)

Terug naar Tehom

Vervolgens geeft Ea instructies over de afmetingen van de boot: ‘De lengte en de breedte moeten gelijk zijn. Maak er een dak op zoals de Apsoe heeft.’ (De Apsoe is de zoetwateroceaan in het diepste van de aarde.) Uit deze tekst kunnen we opmaken dat het hier niet over een zeewaardige boot gaat, maar over een vehikel dat stand kan houden in de chaotische turbulentie van de oeroceaan. Het schip moet een dak hebben zoals die van de Apsoe simpelweg omdat hij de kosmische wateren (of zij nu zoet of zout zijn) moet kunnen weerstaan.
De komst van dit ‘water’ is weer het duidelijkst te lezen in de Bijbel: Op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten (of fonteinen van de grote afgrond) open en werden de sluizen des hemels geopend. In het Hebreeuws worden die ‘waterdiepten’ ‘Tehom’ genoemd. Het zijn dezelfde wateren als die uit het scheppingsverhaal waar God een scheiding tussen aanbracht. Het water komt dus niet van regenbuien o.i.d. maar uit de diepte en de hoogte, voorbij al het bekende. Zij komt uit de waterige chaos van Tehom. Deze Tehom kennen we ook als Tiamat! Het zijn de zoute wateren van de oerchaos. Zo werd de hereniging van de bovenste en de onderste wateren (het mannelijke en het vrouwelijke element van Tehom) een vernietiging van de wereld in een kosmische omhelzing! Dit is ook te zien als de omhelzing van de god Apsoe met de godin Tiamat. (6)
Een twaalfde-eeuwse rabbijn beweert dat de ark veertig dagen onder water verbleef en hij had waarschijnlijk gelijk: de ark van Noach werd omringd door water! En zo moet niet alleen de mens, maar de hele schepping opnieuw beginnen. (7)

The deluge – John Martin 1834

De ark als een zwarte kubus

De ark van Utnapishtim moet – zo lezen wij in de tekst – de vorm hebben van een kubus! De ark heeft verder een zwarte kleur door de pek waarmee hij waterdicht gemaakt is. (8) Deze opmerkelijke vorm en kleur heeft zij gemeen met een aantal zeer heilige plaatsen en wezens: de godin Cybele/Kubaba (oftewel kubus) die als zwarte steen werd vereerd te Rome, de zwarte steen Ka’aba die een onderdeel is van een zwart kubusvormig gebouw in de moskee van Mekka en dan nog de ‘ark van het verbond’ die in het zwarte, kubusvormige heilige der heiligen van de tempel van Jeruzalem stond. Deze drie plaatsen/objecten staan symbool voor het prilste begin en het centrum van de wereld. Zij zijn te zien als de allereerste oervorm van het huwelijk tussen bewustzijn en materie. Een samengaan dat individueel bewustzijn mogelijk maakte. Het enige verschil tussen de ark van Noach en de andere voorbeelden is dat de ark noodgedwongen teruggaat naar die oervorm en dat de anderen juist het prille begin markeren van waaruit de materie alle kanten op is gegroeid. (Om die reden claimen zowel Rome, Mekka als Jeruzalem het ‘centrum’ van de wereld te zijn.)

Die Sintflut – Hans Baldung Grien 1516

De Ararat als eerste materie

De ark is te zien als de oervorm die kan dienen als eerste bouwsteen voor een nieuwe schepping. Het is de meest oorspronkelijke materie, waar ook de eerste kiem van individueel bewustzijn in zit. Dit blijkt ook uit een andere anekdote: Volgens het reisverslag van Marco Polo uit de dertiende eeuw had de piek van de berg Ararat de vorm van een kubus! Dit was het allereerste wat boven het water uit kwam. Precies hier kwam de ark van Noach te rusten. Je kan de bergpiek zien als het eerste stuk materie wat boven de kosmische wateren uit kwam steken. Ararat betekent heilige grond en de ark komt precies hier naartoe alsof het een magneet was. De kosmos klontert zich weer samen en breidt zich uit als in een nieuwe schepping. Het is daarom passend dat er in de Gilgamesj-tekst een associatie gelegd wordt met het Nieuwjaarsfestival, de tijd van een nieuw begin. (9)

The subsiding of the waters – Thomas Cole 1829

De verachtelijke goden

Het is opmerkelijk hoe weinig respect er doorklinkt voor de goden in het Gilgamesj-epos. Als de stortvloed nog hoger komt, worden zelfs de goden bang, ze zoeken een schuilplaats in de hemel van Anu: ‘als honden kropen de goden daar tegen de muur aan!’ Het is duidelijk dat de goden ook een kosmos nodig hebben en de oerchaos niet kunnen overleven.
Uiteindelijk stopt de regen en het schip komt vast te zitten op de berg Nisir. Utnapishtim maakt dan een reukoffer: ‘De goden roken de zoete geur; als vliegen kwamen de goden op de offervazen af. Zodra echter de verheven Godin Belet-ili (Ishtar) was gekomen, zwaaide zij de vliegenklap en verdreef zij de goden.’  Uit deze zin blijkt zelfs dat de goden de mensen nodig hebben voor hun voeding. Zonder menselijke aandacht overleven de goden het niet.
Ook de God uit de Bijbel klinkt soms verdacht menselijk: hij voelt berouw en smart en kan wandelen met Noach. Toen Noach een brandoffer voor hem maakte, rook hij de liefelijke reuk. Dit bracht hem in een goede stemming en hij zegent Noach. (10)

Le déluge – Léon Comerre 1911

De regenboog als verbond tussen de mens en God(in)

In de Bijbel eindigt het verhaal met God die een regenboog laat verschijnen. De regenboog is hier een teken van de plechtige belofte van God aan Noach – en aan alle andere levende wezens – dat hij nooit weer zo’n grote overstroming zal veroorzaken. Ook in de Akkadische versie komt een gelijkaardige episode voor: na het zien van alle vernietiging op aarde toont de godin Ishtar haar halsketting en zegt ‘zowaar als dit juweel (of deze dingen van lapis lazuli) om mijn nek hangt, zowaar zal ik nooit de dagen van de overstroming vergeten.‘ (11) Dit halsjuweel zou prima de regenboog kunnen zijn. Als de godin hemelkoningin is en wij stellen haar als hemel voor (zoals de Egyptische godin Nut de nachthemel personifieert) dan is de regenboog goed te visualiseren als een – boogvormig – sieraad om haar hals! Ook hier hangt er een impliciete belofte in de lucht dat Ishtar er voor wil zorgen dat de goden nooit weer de mensheid uit zullen roeien. Maar de regenboog is meer dan dat..

regenboog-1280px-joseph_anton_koch_006

Landschaft mit dem Dankopfer Noahs – Joseph Koch ca. 1803

De ark onder de regenboog

Regenboog in het Latijn is ‘arcus pluvius’. Dit is verwant aan het Griekse ‘arkhe’ wat begin of oorsprong betekent. Ark komt van het latijn ‘arca’ en betekent doos of kist/lijkkist. Het is zeer opmerkelijk dat de ark van Noach ‘arca’ in het Latijn en ‘arche’ in het Oud-Duits is. Dit suggereert een verwantschap tussen deze twee woorden. Zeker omdat de ark de oerstaat van het leven bevat. (12)
De ark staat na de zondvloed onder de regenboog. Uit de zwarte kist komen alle paartjes dieren twee aan twee tevoorschijn. Het is ‘het zaad van al wat leeft’, het leven in zijn meest pure mannelijke en vrouwelijke vorm. Zij worden direct gebaad in de zeven kleuren van het sieraad van de Godin. Daarmee zijn ze weer terug gebracht in ons tijd-ruimte continuüm en ervaarbaar in alle kleuren en geuren! Zo staat de regenboog voor de brug tussen de oerstaat en onze kosmos. De mens krijgt van God (of godin) een teken aan de hemel als herinnering hoe hij altijd weer contact kan maken met de goddelijke kern, waar hij uit voortkomt. Slechts een enkeling blijft bij die kern en zo iemand is Utnapishtim.

Noahs ark on mount Ararat – Simon de Myle 1570

De beloning: onsterfelijk in het paradijs

Als Enlil ziet dat Utnapishtim en zijn vrouw de vloed toch hebben overleefd, is hij eerst boos, maar uiteindelijk beloont hij ze juist. Hij maakt ze tot goden, maakt hen onsterfelijk en laat ze wonen aan de monding van de rivieren in het paradijselijke eiland Dilmoen. Dit is niet toevallig ook de plaats waar – volgens de Enuma Elisj – het zoute water (Tiamat) en het zoete water (Absu) zich met elkaar vermengden. Alleen bij de bron van alle leven kan de mens voor eeuwig leven! Ook Noach is – bijna- onsterfelijk, hij wordt maar liefst 950 jaar oud. (13) Zo is het de kunst van degene die de stormen van het leven heeft doorstaan en daarbij terug gebracht is tot zijn essentie, om bij die levensbron te blijven wonen. Om te kunnen genieten van de zeven felle kleuren/aspecten van het Leven, maar zich niet mee te laten voeren door de stroom bij de bron vandaan. Zodat hij altijd het water des levens kan blijven drinken en in het eeuwige Nu kan zijn, onsterfelijk zijn.

Abe J. van der Veen

Noten:
1) Genesis 6-9
https://www.livius.org/articles/misc/great-flood/
Het Gilgamesj-Epos (vert. Theo de Feyter) 13
2) Hooke, S.H. – Middle Eastern Mythology 24
Hooke 42 – 46 Enuma Elisj 1e en 4e tablet
Genesis 1 vs 6-8
3) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/firmament
Firmāmentum, dat in het klassiek Latijn alleen ‘steun, vastheid’ betekende, werd in de Vulgaat ingevoerd ter vertaling van Grieks steréōma, letterlijk ‘het hard gemaakte, de grondslag’, dat als weergave diende van Hebreeuws rāqīaʿ ‘uitspansel’; de zichtbare hemel werd vroeger gezien als een gewelf waar de sterren aan waren bevestigd.
4) https://www.livius.org/articles/misc/great-flood/flood3_t-arahasis/
https://en.wikipedia.org/wiki/Noah_(name)
5) Epos van Gilgamesj tablet XI vs 27
6) Epos van Gilgamesj tablet XI vs 27-31
Genesis 7:11
https://en.wikipedia.org/wiki/Tehom
Graves, R. en Patai – Hebrew Myths 111 – 113
De hemelsluizen worden geopend door twee sterren van de Pleiaden te verwijderen. Zo herenigden de bovenste en de lagere wateren zich met elkaar, het mannelijke en het vrouwelijke element van Tehom.
7) The 12th-century Jewish commentator Abraham ibn Ezra interpreted the ark as being a vessel that remained underwater for 40 days, after which it floated to the surface. en.wikipedia.org/wiki/Noah
8) We also read about the dimensions of the Ark, which is not a ship in our sense of the word, but a large cube, with a roof like the firmament that had once divided the primordial waters. In other words, the Ark is to be a copy of the universe. https://www.livius.org/articles/misc/great-flood/flood3/
http://creationwiki.org/Location_of_Noah%27s_ark

9) nl.wikipedia.org/wiki/Ark_van_Noach_(schip)
Marco Polo – Il Milione of De reizen van Marco Polo (ca. 1298)
https://en.wikipedia.org/wiki/Mount_Ararat
Gilgamesj epos tablet XI vs 70-75
10) Gilgamesj epos tablet XI vs 113-116
Gilgamesj epos tablet XI vs 160-163
Genesis 6:5-8, 8:21
11) Gilgamesj epos tablet XI vs 163-165
12) the Jewish tradition, which uses a term that can be translated as a “box” or “chest” to describe the Ark.  The word “ark” in modern English comes from Old English aerca, meaning a chest or box.  https://wikiredia.info/wiki/Noahs_Ark
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/ark1 http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/aarts
https://www.etymonline.com/search?q=arch
13) Gilgamesj epos tablet XI vs 202-205
Genesis 9 vs 28

Ook interessant:

Noah komt ook voor in de Koran en heet daar Nuh. Zijn verhaal daar komt in grote lijnen overeen met het verhaal uit de Bijbel.

Noach wordt volgens Joodse overleveringen door zijn kleinzoon Kanaän gecastreerd.

De Griekse versie van het zondvloedverhaal heet Deucalion en Pyrrha. Zij bevolken de aarde opnieuw door stenen (moeder aarde, Gaia) achter zich te werpen, die spontaan mensen worden.

In de ark werd niet gecopuleerd, niet door de mens, noch door de dieren. God sloot de gaten in de hemel dicht met twee andere sterren en zo stopte de regen uit de sluizen van de hemel. Met een wind werd het water over het randje van de aarde geduwd. Graves – Hebrew myths 114

De eerste steen die boven de oerwateren uitstak was bij de Egyptenaren de Benbensteen. Deze had de vorm van een kleine pyramide. De kerkvader Origenes (c. 182–251) meende  dat de ark ook de vorm had van een pyramide, maar dan zonder punt.
‘He also fixed the shape of the ark as a truncated pyramid, square at its base, and tapering to a square peak one cubit on a side; it was not until the 12th century that it came to be thought of as a rectangular box with a sloping roof.’

Berosus, a Caldean historian (257 BC), wrote: “But of this ship that grounded in Armenia, some part if it still remains … and some get pitch from the ship by scraping it off and use it for amulets to ward off evil.”.  Also, ‘It is said, moreover, that a portion of the vessel still survives in Armenia on the mountains of the Gordyaens, and that persons carry off pieces of bitumen, which they use as talismans.’
1245 A.D.Jehan Haithon, a monk wrote: “Upon the snows of Ararat a black speck is visible at all times: this is Noah’s Ark”
1633 A.D.Adam Olearius wrote: “The Armenians, and the Persians themselves, are of opinion that there are still upon the said mountain some remainders of the Ark, but that Time hath so hardened them, that they seem absolutely petrify’d. At Schamachy in Media Persia, we were shown a Crosse of a black and hard Wood, which the Inhabitants affirmed to have been made of the Wood of the Ark”.

Meer over de zwarte kubus/steen:

Voor mij gaat het om de esoterische betekenis van deze steen. Het is de fundatiesteen waarop alle andere materie rust. Wie deze steen weghaalt kan de vernietiging van onze wereld veroorzaken. De wateren van de afgrond, oftewel de kosmische oceaan zouden onze wereld weer overstromen, zoals het ooit gebeurde ten tijde van Noach/Utnapishtim. Hij kon overleven dankzij zijn kubusvormige doos, waar de kiem van bewustzijn in kon overleven; de Ark.Wat is de connectie met de zwarte kubus van Kubaba/Cybele en de Ka’aba? Het is de oervorm van de materie, als mater materia. De allergrootste paradox is dat de plaats waar je terug kan gaan naar éénheid en verlichting tegelijk de plaats is waar ooit alle materie uit ontsproot. Daardoor staat de steen van het centrum en de oorsprong ook voor de steen van de materie. Zeker als het om een kubusvormige steen of plaats gaat. De Ka’aba betekend kubus en is ook kubusvormig. Cybele werd oorspronkelijk Kubaba genoemd, oftewel vrouwe van de kubus. Het heilige der heiligen in de tempel van Jeruzalem was in de vorm van een kubus. De kubus staat symbool voor de bouwblokken van de materiële wereld en ook de tweedimensionale vorm, het vierkant is een symbool voor de materie. Haar vier hoeken staan voor de vier elementen waaruit de materie is gevormd.

Wie naar de steen van het centrum en het begin gaat kan de ervaring ondergaan wat bewustzijn is zonder materie en gedachten. Meestal is zoiets voorbehouden aan ingewijden. Mensen die dit doen zonder de vereiste inwijding lopen het risico dat de chaos hen overweldigt, oftewel ze worden gek. Toch is het een risico wel waard, want hier is ook de plaats van het heilige der heiligen, de plaats waar je in rechtstreeks contact kan komen met het Goddelijke. Dit is ook het contact met de godin van het noodlot, Manat de onafwendbare. Zij toont je dat eenheidsbewustzijn heel dicht bij een bijna-doodervaring komt. Alles waarmee je je kunt identificeren verdwijnt, je wordt opgeslokt in een zwart vierkant gat. Van alle materie en gedachten om je heen blijft precies één zwarte kubusvormige steen over. Daarin – als in de ark – zit je, met rondom chaos of éénheid.

Cybele is de grote moedergodin van de Frygiërs en later ook van de Romeinen. Zij is de Magna Mater, de grote moeder van de Goden. Zij wordt Agdos genoemd als het om haar verschijning in de vorm van een rots/ steen gaat. Dit zou ook de steen zijn waarmee Deucalion en Pyrrha – na de Griekse zondvloed – een nieuw mensengeslacht vormden.

Accordingly, Noah’s instructions are given to him by God (Genesis 6:14–16): the ark is to be 300 cubits long, 50 cubits wide, and 30 cubits high.[6] These dimensions are based on a numerological preoccupation with the number sixty, the same number characterising the vessel of the Babylonian flood-hero.[1] Its three internal divisions reflect the three-part universe imagined by the ancient Israelites: heaven, the earth, and the underworld.
Is er iets met het getal zestig of zes? Noah is precies 600 als de wateren komen.. De ark als microkosmos met een verdeling hemel, aarde en onderwereld.

The universe as conceived by the ancient Hebrews comprised a flat disk-shaped habitable earth with the heavens above and Sheol, the underworld of the dead, below.[26] These three were surrounded by a watery “ocean” of chaos, protected by the firmament,

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.