De betekenis van de Groene man

Door Abe de Verteller op

Kathedraal van Bamberg 13e eeuw

Tijdens een wandeling stelde ik me de vraag wie ben ik en wat is mijn band met de natuur om me heen? Ik keek op en een gezicht staarde me aan. Een stenen gezicht van bladeren op een geveltje ergens in Groningen. Dit was circa twintig jaar geleden, maar de queeste naar de Groene man in mezelf is nooit gestopt. De Groene man is de benaming voor dit zeer intrigerende ornament dat te vinden is in middeleeuwse kerken, maar ook op gevels van oude huizen. Hij wordt tegenwoordig gezien als het archetype van onze éénheid met de natuur of als symbool van mannelijke kracht verbonden met moeder aarde. Maar werd hij altijd zo gezien? Lees verder over mijn speurtocht naar de betekenis van de Groene man.

Het uiterlijk en de naam van de Groene man

Kapel van Rosslyn Schotland 15e eeuw

In de architectuur wordt hij ook tête feuillu, mascaronne of masque feuillu genoemd en gezien als een ‘grotesque’ (net als waterspuwers, duivels en andere monsterlijke koppen). (1) Er zijn drie hoofdvormen: het gezicht dat gemaakt is van blad (de wangen, het voorhoofd en/of de kin zijn gevormd uit bladeren), het gezicht waar het blad uit de mond spruit en het gezicht dat omkranst is met bladeren. Een vierde vrij zeldzame variant wordt wel de bloedzuiger genoemd. In deze variant komt er ook blad uit zijn ogen en oren. (2) Combinaties van deze vier komen ook voor. De derde variant waarbij het gezicht verscholen is achter bladeren komt relatief weinig voor als ornament, maar is wel essentieel in de verschillende mei-rituelen waarin de Groene man een rol speelt.

Bloedzuiger groene man

In kerken zit hij vaak onopvallend hoog op de kapitelen van pilaren of als sluitstuk van een ribgewelf. We vinden hem daar vrijwel nooit op een prominente plek. Op gevels van woonhuizen is hij wel duidelijk zichtbaar. Het gezicht is meestal van eik, acanthus of klimopblad en soms van wijnrank of meidoorn. Eén enkele keer is hij gekroond met een fleur-de-lis. Meestal is het een mannenhoofd, een duidelijke Groene vrouw komt slechts zelden voor. (3)

De vroegste geschiedenis van de Groene man

Green man masker Antalya (huidig Turkije) 2e eeuw AD

De eerste voorbeelden van het Groene man motief zijn uit de tweede eeuw na Christus. Ze staan op pilaren en grafmonumenten in Romeinse tempels uit verschillende uithoeken van het rijk.De meest in het oog springende voorbeelden zijn een groene man als masker uit Antalya (Klein-Azië), een groene man op de zijkant van een Nehalennia altaar uit Zeeland (Nederland) en een aantal groene mannen in de vorm van bladmaskers in Trier uit de tweede eeuw nC. Deze laatsten zijn uit een Romeinse tempel gehaald en in de zesde eeuw nC opnieuw gebruikt in een christelijke kathedraal. Dit kan er mede voor hebben gezorgd dat de Groene man ook geaccepteerd werd in de christelijke kunst. (4)

Zijkant Nehalennia-altaar

In de Romaanse kerken vinden we her en der een voorbeeld van de Groene man. De grote bloei van de Groene man vinden we echter in de Gotische kerken en kathedralen van de twaalfde tot en met de vijftiende eeuw. Vervolgens duikt het in de Renaissance ook op als versiering van woonhuizen in West-Europa, ook in Nederland. Een volgende opleving van de Groene man vinden we in de tweede helft van de negentiende eeuw ten tijde van de Neo-Gotiek. Na de eerste wereldoorlog verdwijnt de Groene man – samen met alle andere ornamentiek – uit het zicht van de bouwkunst. Mede dankzij het oplevende heidendom krijgt de Groene man vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw een nieuw leven in kunst en literatuur. Tegenwoordig vinden we hem zelfs terug in het assortiment van menig tuincentrum.

De Groene man en de god

Trier/Neumagen 2e eeuw

Deze gegevens zeggen weinig over de betekenis van de Groene man. Maar één keer is er een ornament gevonden met een inscriptie. Hierop staat Silvanus. Hij is de Romeinse heer van het woud en beschermer van de grenzen tussen woud en akker. Als de akker vergroot wordt moet er eerst een zoenoffer plaatsvinden voor Silvanus. (5) Een groen gezicht als dat van de Romeinse god en heer van het woud klinkt logisch, echter Silvanus wordt in de Romeinse kunst afgebeeld als een naakte bebaarde man met een bebladerde tak of een ontwortelde boom in zijn hand. Dit lijkt meer op een voorouder van de Wildeman! Net als Silvanus wordt de Wildeman meestal afgebeeld als een ruig behaarde woudman met een ontwortelde boom in zijn hand. Ik kom nog terug op deze connectie.

 

Oceanos schaal van Mildenhall 4e eeuw nC

Verder zijn er enkele laat-Romeinse afbeeldingen van Oceanus de zeegod met een baard van vegetatie. (6) Oceanus brengt overvloed en is de plaats waar de chaos overgaat in de kosmos. Hij voedt ook de bronnen die overal in het land opborrelen. Zo kunnen voedende waterstromen uiteindelijk bladerstromen zijn geworden. Hierdoor is hij een interessante voorganger van de Groene man. Voor de rest is het tasten in het duister naar de oorspronkelijke naam van de Groene man.

Silvanus

Dit speculeren, is dan ook in ruime mate gedaan. Hij wordt geassocieerd en geïdentificeerd met Cernunnos, Robin Hood en met de elfen, met Adonis en Dionysos, met de duivel, maar ook met Christus. Voor al die associaties is wel iets te zeggen, behalve dan een werkelijk bewijs en een directe benoeming in de primaire bronnen of op de oorspronkelijke artefacten. (7)

Maskers en groentjes

Het blad als masker (Den Haag, Lange Poten 12)

Toch zijn er mogelijkheden om achter het geheim van de Groene man te komen. Er zijn aanwijzingen voor zijn betekenis te vinden in zijn naam, uiterlijk en plaats. De Groene man is de ‘mascaronne’: het masker gemaakt van blad. De eerste groene mannen ornamenten zien er uit als maskers en ook later blijft dit een veel voorkomende vorm van de Groene man (bijvoorbeeld de groene man van Bamberg en Antalya). Masker komt van het Latijnse woord ‘masca’ wat geest of heks betekent. Wie gemaskerd rond liep ging volgens het oude volksgeloof behoren tot de geestenwereld. Een groen bladmasker verwijst hiermee naar een planten- of boomgeest oftewel een geest van de vegetatie.

Groen is etymologisch verwant aan groei. Wat groen is, is groeiende en vruchtbaar. Het zal zich ontplooien en ontwikkelen. Groen betekent echter ook naïef en onervaren. Een nog onervaren jongen is een ‘greenhorn’; een groentje. Hij wordt hier vergeleken met het jonge groene blad. Men zegt dan hij is ‘nog niet droog achter de oren’, of anders: ‘hij is nog groen achter zijn oren’. (8) De Groene man is jong, vol groeikracht en potentie en moet nog ‘ontgroend’, dus geïnitieerd worden in de geheimen van de volwassen wereld.

Exeter kathedraal

In tegenstelling tot veel vrolijke Groene mannen die nu als tuinornament dienen heeft het authentieke gezicht meestal een starende blik met een mysterieuze, serene, gekwelde of zelfs grimmige uitdrukking. Dit laatste woord komt van grimas, wat ook weer masker betekent. Mogelijk is dit de blik van iemand die midden in de beproeving van zijn inwijding zit, met tegelijkertijd de serene blik van iemand die participeert in een gewijde handeling en anders wel de gekwelde blik van een slachtoffer. (9)

De van oudsher meest voorkomende plaats van het Groene mannen ornament is op het kapiteel van een pilaar in de kerk. Als we speculeren dat een kerk vaak in de plaats kwam van een bosheiligdom met gewijde bomen, dan zijn de met loof geornamenteerde pilaren de vervanging van deze bomen en is de afbeelding van een Groene man te zien als een representatie van de boomgeest of – breder gezien – de geest van de vegetatie of het woud. Zo komen we weer dicht bij Silvanus – de heer van het woud – terecht!

Het ritueel van de Groene Man

Grüner Georg (groene Joris) – Steiermark 1890

Dit idee zou slechts een vage speculatie zijn, ware het niet dat er door heel Europa heen een wijd verspreid folkloristisch ritueel was van een processie en een offer van de Groene man. Deze rituelen zijn meestal pas in de negentiende eeuw of later opgeschreven en om die reden heerst er schroom vanuit de wetenschap om ze te koppelen aan de middeleeuwse kerkornamenten. Toch is het niet vreemd om in de relatief statische boerengemeenschap te verwachten dat een ritueel door de eeuwen heen zijn kernelementen heeft behouden. (10)

Ik zal nu een aantal volksrituelen en optochten beschrijven waarin een met bladeren bedekte man werd meegevoerd. Deze rituelen werden in de meitijd op verschillende plaatsen in Europa gehouden. De bekendste voorbeelden zijn de optocht met de ‘Jack in the Green’ in Engeland, met de Groene Joris in Roemenië, de Oostenrijkse ‘Pfingstl’ en de Nederlandse Klissenboer. Maar er zijn er nog veel meer o.a.: Le pere Mai in Frankrijk, de Maibär in Zwitserland, de Laubmann in Duitsland en de Zeleny Juray uit Joegoslavië. Welke betekenis kan je aan deze rituelen geven als je ze bekijkt als inwijdings- en vruchtbaarheidsrituelen? Vooral de connectie tussen de Groene man en de Wildeman kan ons nieuwe inzichten over de betekenis van de Groene man geven.

Jack in the Green, Groene Joris en Klissenboer

Jack in the Green, Londen illustratie uit 1795

Ik begin bij de Engelse Jack-in-the-Green. Deze hoort bij het meifeest dat gehouden wordt op één mei. De Jack is een man die verborgen zit in een piramide gemaakt van wilgentwijgen en bedekt met blad van hulst en klimop. Hij loopt mee in een optocht samen met de schoorsteenvegers en de meikoning en meikoningin of anders Robin Hood en Maid Marian. In Engeland blijft het bij een processie en geldinzameling zonder verdere rituele elementen. (11)

de ‘Burry man’ een Schotse ‘Klissenboer’ uit Queensberry

De Nederlandse klissenboer gaat al iets verder. Hij is vooral te vinden in West-Friesland en enkele andere Noord-Hollandse plaatsen. Dit ritueel werd tot in de negentiende eeuw uitgevoerd met ‘Luilak’ op de zaterdag voor Pinksteren. Wie dan het laatst uit bed kwam was de luilak of klissenboer, hij werd volgehangen met kleefkruid en/of klissen, vervolgens in een wagentje gezet en zo – al zingende – door de stad of het dorp gevoerd. Na deze rondgang werd hij in het water gesmeten.
In enkele stadjes in Friesland (Makkum, Bolsward en Franeker) werd – tot in de eerste helft van de negentiende eeuw – op die dag de ‘Pinksterbloem’ door de straten gevoerd. Dit was een jongen van zes of zeven jaar verborgen in een framewerk van hoepels en stokken die behangen waren met palmgroen en pinksterbloemen. Dit framewerk werd de ‘tempel’ genoemd en maakte hem onzichtbaar. Hij werd door vier jongemannen begeleid.  Zij droegen papieren puntmutsen en hadden zich gegrimeerd met zwarte en rode verf. Zo nu en dan stak de jongen zijn hand – met een napje – uit de groene ‘tempel’ om geld in te zamelen.  (12)

De Pinksterlummel

Pfingstl

In Oostenrijk en in Duitsland in Swaben en Beieren is er de ‘Pfingstl’, ook wel de ‘Pinksterlummel’ of ‘Pinksterkoning’ genoemd. Hij wordt – op sommige plaatsen tot op de dag van vandaag – met Pinksteren gekleed in bloemen en bladeren van els en hazelaar. Hij krijgt een hoge punthoed op met alleen gaten voor zijn ogen of anders een kunsthoofd. Deze figuur gaat in een processie door het dorp begeleid door jongens met getrokken zwaarden. Eerst wordt de Pfingstl nat gespetterd, dan wordt hij de rivier in geduwd waar de jongens doen alsof zij zijn hoofd afhakken en hem offeren. Hierbij verliest hij zijn kunsthoofd of hoed.
In Swaben werd tegelijkertijd een meiboom uit het bos gehaald. De laatste die mee kwam helpen werd aangekleed als de Pfingstl. Dan liepen er ook nog een zwarte man en een wildeman mee. Deze laatste werd dokter IJzerbaard genoemd. In één versie van dit ritueel liet deze “dokter” de Pfingstl herleven door hem ader te laten.

Maibär (Zwitserland) wordt in het water gegooid

Onder andere bij de zigeuners van Roemenië werd er een ritueel gedaan met Sint Joris (23 april) of op paasmaandag waarin een groene man genaamd Groene Joris voor komt. Deze Joris is een jongen die bedekt is met bladeren van de berk. Hij werd door het dorp rondgeleid samen met een versierde meiboom. De boom werd opgezet en Joris in het water gegooid. Vaak kroop de jongen er dan stiekem uit en werd het omhulsel verdronken. Ook gaf de Groene Joris gras aan het vee opdat deze het volgend jaar genoeg voer zouden hebben. Verder sloeg hij drie spijkers in de meiboom en gooide deze daarna in stromend water. (13)

Pfingstl

Ten laatste wordt er in Saksen met Pinksteren een ceremonie gedaan genaamd ‘de Wildeman het bos uit jagen’. Hier wordt een jongeman in blad en mos gehuld. Deze is de zogenaamde Wildeman die uit het bos wordt gejaagd en vervolgens neergeschoten. Een “dokter” doet een aderlating waarbij nepbloed op de grond stroomt en de jongen herleeft. (14)

Van de Pinksterkoning in Neder-Oostenrijk zijn al bronnen bekend uit de zestiende eeuw en het Jack-in-the-Green ritueel kent getuigenissen uit de achttiende eeuw. De andere rituelen zijn pas in de negentiende eeuw opgeschreven. Hoe lang ze daarvoor al zijn opgevoerd en op welke manier weet niemand. Behalve van de Jack-in-the-green en de Pfingstl weet ik ook niet of de rituelen tegenwoordig nog worden uitgevoerd. De Klissenboer wordt in ieder geval niet meer door de Hollandse straten gevoerd.

IJzerhans en de inwijding van het ‘groentje’

Schembartlaeufer_10

‘Schembart’ uit Neurenberg 1600

Zeker uit de uitgebreide beschrijvingen van de rituelen valt te concluderen dat de Groene man een rituele dood staat te wachten, waarna er een wedergeboorte plaats vindt. De in Swaben ten tonele gevoerde Wildeman ‘IJzerbaard’ heeft een cruciale rol in het vinden van een betekenis in dit ritueel. IJzerbaard lijkt namelijk sterk op IJzerhans, de Wildeman uit het gelijknamige sprookje van de gebroeders Grimm. Hierin wordt een jonge onervaren prins door een Wildeman het woud in genomen naar een heilige plaats met een zuivere bron. Hier wordt de jongen beproefd, hij doorstaat de test niet, maar weet toch later na vele avonturen en geholpen door IJzerhans zijn levensdoel te bereiken. Hij word een held en kan de prinses trouwen. Dit sprookje is te zien als het verhaal van een initiatie van een jongen tot een volwassen man. (15)

‘Schembart’ uit Neurenberg 1600

Bij afbeeldingen uit de zestiende eeuw van het ‘Schembartlaufen’ (een optocht met Vastenavend) in Neurenberg (Duitsland) zien we een Wildeman met een groene gordel en groene haren die een – mogelijk gemaskerde –  vastgebonden jongen aan zijn staf of boom heeft hangen. Hij is de schim oftewel geest met de baard (Schem-bart). Je zou dit tafereel kunnen zien als een scène uit een inwijding van een jongen door middel van het hangen aan een boom. Dit doet sterk denken aan de Germaanse hangritus, waarin jonge krijgers aan Odin worden gewijd door ze een semi-dood te doen ondergaan door ze te hangen. Deze Wildeman is daardoor met de god en inwijder Odin te vergelijken en de Groene man weer met een door Odin (of zijn representant) in te wijden jongeling. (16)

 

De nog onervaren knul krijgt het groene masker opgezet of wordt omhuld door groene bladeren en wordt daardoor liminaal gemaakt; hij wordt een wezen van de grens. Vanaf dat moment is hij een geest, een wezen niet van het woud, niet van het dorp, maar er tussen in op de grens. Zijn situatie wordt zo pijnlijk aanschouwelijk gemaakt. Zijn ik is nog niet in staat om zelf de energie, het groen, zijn innerlijke boom te beheersen. Hij is slechts onderdeel van de energiestroom. De jongen moet daarom dood gaan om opnieuw geboren te worden om plaats te maken voor de volwassen man.

De boom van de Wildeman

Wildeman van Bruegel 1566

Hij is zolang de ritus duurt onder de hoede van de heer van het woud. De naam van deze geest of godheid is onzeker. Het kan Silvanus (als het om Zuid-Europa gaat) of Odin (die ook Harbard -grijsbaard – werd genoemd) zijn geweest en later Schimbaard, IJzerbaard of IJzerhans. Zijn functie is echter duidelijk: hij is de god of geest van de inwijding die de grens tussen de wilde natuur en de gecultiveerde wereld beheerst. In de Middeleeuwen kennen we hem als de Wildeman. Hij heeft een knots in zijn hand als symbool van daadkracht en vuur of anders een uit de grond gerukte boom met wortels en al. Hij is woest, angstaanjagend, geil en weerzinwekkend verschrikkelijk. De groene of bruine haren en de bladkrans om zijn middel en zijn hoofd geven hem kracht. Toch is hij geen slachtoffer van zijn driften, van zijn woeste oerenergie. Hij beheerst ze juist door middel van de boom of knots die hij in zijn hand heeft. Hij kan hiermee zijn eigen energie geleiden. Hij kan ermee doden, maar ook tot leven wekken. Als inwijder gebruikt hij zijn boom om er de jongens aan op te hangen. Dit zie je terug in de afbeeldingen van het Schembartlaufen. Dit hangen is net als de symbolische onthoofding van de Pfingstl een rituele dood. (17)

Figuren uit het Schembartlaufen

In het ritueel van de Pfingstl treedt de Wildeman IJzerbaard op als dokter voor de Groene man. Eerst wordt de jongen gedood, dan door de Wildeman tot leven gewekt. Het is een nieuw leven, waarin hij geen groentje of knaap meer is, maar behoort tot de volwassen mannenwereld. Tegelijk is dit ritueel meer dan een initiatie. Het brengt vruchtbaarheid voor de hele gemeenschap. Het bloed van de jongen moet vloeien en de grond bevruchten. Hij moet ondergedompeld worden in een symbolische verdrinking, om daarna iedereen nat te sputteren om ze te laten delen in zijn vernieuwde numineuze krachten. Daarna kan hij opdrogen tot hij niet meer groen of nat is achter zijn oren. Zijn eigen boom is in het meiritueel al meegevoerd in de vorm van de meipaal. Nu kan hij zijn boom – net als Odin en de Wildeman – gebruiken als rijdier, hij weet zelf zijn energie, zijn groene kracht te kanaliseren. Hij is ontgroend! (18)

De betekenis van de Groene man en de Wildeman in kerk en kroeg

De Groene man staart ons aan, vast gemetseld aan zijn pilaren boom, met zijn gekwelde of juist serene blik. Hij is onderdeel van de wilde natuur, hij is onze connectie met die natuur. Dit is mooi als het om een boomgeest of vegetatiedemon gaat. Maar als het om een mens gaat is het een gekooide ziel achter zijn masker van bladeren. Hij is een onvolwassen ziel die beheerst wordt door zijn driften en zelf het heft nog niet in handen heeft.

Groene man van Sutton Benger

Pas in zijn tweede stadium – als het groen uit zijn mond (en eventueel ogen en oren) stroomt – is er sprake van een transformatie. Het is het moment van het (bloed)offer. De Groene man wordt gedood en kan wedergeboren worden. Zijn offer brengt een stroom van energie op gang. Deze overvloed wordt zichtbaar gemaakt door de vegetatie die uit al zijn openingen stroomt.

In zijn volgende stadium heeft hij haar op de borst en op de tanden gekregen. Hij is een Wildeman geworden! Hij heeft zich losgerukt van zijn boom. De samen met de Groene man uit het bos meegebrachte meipaal staat ten teken van de overwinning op de (eigen) natuur in het midden van het dorp en kan desgewenst beklommen worden.

Wildeman op het koorhek, Sint Bavo Haarlem

Ook de Wildeman is te vinden in vele kerken onder andere in het koorscherm. Daar is hij op de grens tussen het profane en het heilige, zoals Silvanus al de grens tussen natuur en cultuur beschermde. Alleen de ingewijden mogen voorbij het koorhek naar de plek van het rituele maal.

Vanuit de christelijke optiek kregen deze beeltenissen een volkomen andere interpretatie. De Groene Man werd een verdoemde ziel die ten onder ging aan zijn eigen wellust of anders wel een demon. De vruchtbare kracht van de Groene man verwerd tot zondige geilheid. De Wildeman werd in plaats van een heer van het woud een zielloze door god verlaten mens, of zelfs een demon. (19) De beelden bleven in de kerk maar hun betekenis onderging een treurige transformatie.

the-green-man-colne-signBinnen de kerk verwerden de Groene en de Wilde man tot verdorven zielen of demonen. Daarbuiten bleven ze nog lange tijd hun functie – initiatie van de jonge man en vruchtbaarheid voor de gemeenschap- houden in de meirituelen.  Deze eindigden vaak in de kroeg of herberg! Dat was de plaats van samenkomst voor de bonden en gilden die de processies en rituelen organiseerden. Dit is nog steeds te zien aan de uithangborden van herbergen en café’s met de afbeelding van een Groene of een Wilde man. (20)

De Wilde en de Groene man in jezelf

Het aspect van ontgroening in de symboliek van de Groene man lijkt misschien haaks te staan op het hedendaagse idealiseren van de natuur. Maar de wilde natuur kan levensgevaarlijk zijn: wie wil overleven moet de overgang naar volwassenheid maken en zijn natuur beheersen. Echter; wie werkelijk beheerst, die onderdrukt niet. Die laat in momenten van feest of juist strijd zijn wildheid, zijn wilde haren en daarmee zijn mannelijkheid zien. Hij toont dat hij – op zijn tijd – zijn wilde energie kan tonen, beheersen en desgewenst weer opbergen. Dat is het teken van een volwassen man die zijn boomknots weet te hanteren. Daardoor wint hij in het feest zijn vrouw en overwint hij in het gevecht zijn tegenstander.

Ook de Groene man is niet verdwenen door de transformatie. Hij leeft in iedere man die zo nu en dan zijn innerlijk kind vrijlaat en opgaat in zijn gevoel en zijn handeling en daarvan geniet zodat de groene harte-energie stroomt! Maar de Groene man kan slechts overleven in zijn pure genietende vorm door eerst in het ritueel dood te gaan.

Abe van der Veen 2012 en 2018

Noten:

1) Voor meer beeldmateriaal over de Nederlandse Groene man zie: Groene mannen van Nederland Op deze pagina probeer ik alle ornamenten van Groene mannen op en in gebouwen in Nederland te verzamelen. Als je me foto’s van Groene mannen in Nederland wilt toesturen dan graag! Stuur ze dan naar abedeverteller@hotmail.com. In dat geval graag een close-up en er moet echt blad te zien zijn dat uit het gezicht komt of onderdeel van het gezicht is. Graag ook het adres van de vindplaats. Succes!

Haslinghuis – Bouwkundige termen

2) De naam kreeg hij vanwege de foutieve aanname dat het bij dit specifieke voorbeeld om bloedzuigers in plaats van bladeren ging die uit de ogen kwamen.

3) In de zin van een duidelijk vrouwelijk gezicht van blad of waar blad uit stroomt. Het erg mooie boek van Lankester (Joke en Ko Lankester – De groene man en de groene vrouw 2011) overtuigt mij hierin niet, vooral omdat ik een strakkere definiëring van het begrip Groene man hanteer. Voor Ko en Joke is bladmotief als kraag, mantel of zelfs in de buurt van het gezicht genoeg voor een identificatie als groene man of vrouw.

4) Met name Neumagen – Trier (Duitsland) en Antalya (Turkije) kent mooie voorbeelden. Zie de foto. Lankester 53 en Basford – The green man 9-11

5) Op een fontein gemaakt voor de abdij Saint-Denis in Parijs uit de twaalfde eeuw. Basford pl. 23
Over Silvanus: Lankester- Westerse goden en godinnen 180 of http://en.wikipedia.org/wiki/Silvanus_(mythology)

6) Basford – The green man p. 9

7) Bv. William Anderson – Green man, John Matthews – Quest of the green man en Dr. Bob Curran – Walking with the Green Man
In Nederland vinden we een paar opmerkelijke plafondschilderingen in de middeleeuwse kerken van Zutphen en Deventer met een ‘groene Jezus’.

Zutphen Walburgiskerk

Deventer, Lebuïnuskerk

8)  http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/nog-niet-droog-achter-de-oren

http://www.etymologiebank.nl/zoek Dit is echt een geweldige bron voor woordherkomst, vele etymologische woordenboeken zijn in één keer te raadplegen.

9) Basford Voorwoord

10) Zeker als je kijkt naar de overeenkomsten tussen het volksgeloof uit de in de negentiende eeuw opgeschreven sagen en de heksen en weerwolfprocessen in de vijftiende en zestiende eeuw.

 11) Frazer – The golden bough p.129

Mannhardt – Wald und Feldkulte p. 311-325

12) http://www.kloosterven.nl/special/looielak.php
http://www.protestantsegemeentezevenaar.nl/data_pdf/gebruiken/Voorjaarsfeesten%20rond%20Pinksteren.pdf
Ter Gouw – De volksvermaken 1870 p. 229 Boven Haarlem liepen weleer de boerejongens met den Klisseboer te zingen; – ‘t was een jongen van top tot teen met klissen overdekt, zoodat hij zelf één groote groene klis leek. En de Amsterdamsche jongens der achterbuurten plagten ook zich te vermaken met een hunner makkers geheel met groen te behangen, en dan zingend met hem rond te trekken.
Dit is te vergelijken met de ‘Queensferry Burry Man’ uit Schotland. Ook deze ‘klissenboer’ werd rond geparadeerd. Als je hem geld of drank gaf zou hij geluk brengen. In Zwitserland werd een vergelijkbare ‘Pinksterluilak of Whitsun lout’ in het water gegooid, waarna hij vervolgens iedereen nat mocht maken.

W. Dykstra – Uit Friesland’s volksleven I p. 184-185 http://images.tresoar.nl/wumkes/pdf/DykstraW_UitFrieslandsVolksleven_1.pdf

13) Frazer p. 126 en 297
Zie ook dit prachtige oude filmpje van de ‘Pfingstl’: https://www.ardmediathek.de/tv/Unser-Land/Pfingstl-Tanz-Fronleichnamsprozession/BR-Fernsehen/Video?bcastId=14912650&documentId=52518970

14) Frazer p. 297 – 298

15) http://www.beleven.org/verhaal/ijzeren_hans

Zie ‘De Wildeman een boek over mannen’ van Robert Bly voor een uitvoerige uitleg van dit sprookje als een  initiatie van de jongen tot volwassen man.

16) Farwerck – Noordeuropese mysterieën p. 304, 156 en 198

Odin wijdde zichzelf in door negen dagen te hangen aan de wereldboom. Op de laatste dag werd hij doorstoken door een speer en reikte hij naar de runen in de bron van wijsheid. Odin is ook Grimnir de gemaskerde. Wie hem wou volgen moest ook een drievoudige dood doorstaan, hij moest hangen, doorstoken worden en verdrinken in de bron. Langs lucht, vuur en water en terug naar het leven. De vierde dood via aarde zou de fysieke dood betekenen.

17) Zie bv. de ontmoeting van Owain met de heer van het woud in de Mabinogion.
http://www.cerisepress.com/01/03/the-nuremberg-schembartlauf-and-the-art-of-albrecht-durer/view-all
‘Wildmen as they ran through the streets, screaming and occasionally demanding money,[6] dressed in skins, hair, leaves, moss, and other natural materials. In the Schembart manuscripts, Wildmen are sometimes seen holding an uprooted sapling to which a young man or boy has been tied,[6] apparently signifying their penchant for abduction.’

18) De wereldboom Ygdrassil is – vrij vertaald – het ‘paard van Odin’. Odin berijdt de boom alsof het een paard is om zo als een sjamaan in de geest naar de verschillende werelden te reizen.

Nog steeds zegt men van een jongen die een knappe man is geworden dat hij goed is opgedroogd.

Zie ook Bob Curran – Walking with the green man p.37

19) De christelijke herinterpretatie van dit beeld werd door Hrabanus Maurus in de achtste eeuw duidelijk gemaakt: Hij vergeleek groene takken (niet de groene man zelf zoals veel internetbronnen beweren) met de zonden van het vlees en met geile gemene mannen die zeker verdoemd zouden worden.
Basford 12

Centerwell (1997), 27–28 the name of the green man

20) Farwerck – Mysterieën 198

Bekijk ook: The company of the green man http://freespace.virgin.net/polter.geist/greenman.htm

https://austria-forum.org/af/Wissenssammlungen/ABC_zur_Volkskunde_%C3%96sterreichs/Pfingstk%C3%B6nig
http://www.langenbach-info.de/Brauchtum/Laubmann/laubmann.html
http://kwasikwarx.ch/kult-wilde-maskenbrauch-badragaz-maibaer.html

14 reacties op “De betekenis van de Groene man

  1. Inderdaad interessant. De wilde man die aan een boom de groene man draagt, lijkt erg veel op Sint Christoffel die een grote boomtak meevoert en Christus op zijn schouders.

  2. Hartelijk dank voor deze prachtige achtergrondinformatie!
    Ik vond gister in de Convento de Cristo in Portugal een Groene Man uit de 15e eeuw. Door jouw verhaal beleef ik deze vondst nog veel mooier. In het beeldhouwwerk die in mijzelf? Ha! Leve de Geoene Man!

  3. Pingback: Showcase: Midwinterfair Archeon 2016 – CosplayWijzer.nl

  4. Ik kende the Green Man vooral uit Engeland. zijn aanwezigheid in Nederland is een prettige verrassing. Ziet u ook overeenkomsten met de Zanger Christiaan figuur?

  5. Geweldig. Ik had me niet gerealiseerd dat het verhaal over de groene MAN ging. Ik ben vooral geïntrigeerd door de afbeeldingen (vooral gevelstenen). In mijn fantasie had ik hier vooral een beeld van wezens van het woud bij. Op zoek naar achtergrondinformatie in legendes etc. is het voor mij steeds een onzijdige figuur. Best jammer dat dat sprookje niet waar blijkt te zijn ;-).
    Mooi om zo de achtergronden te lezen. Dank je voor dit delen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.