De symboliek van de draak

Door Abe de Verteller op

Joris en de draak – Raphael 1503

Het fabeldier de draak vinden we al terug in de Oudheid. Het woord draak komt van het Latijn ‘draco’, wat grote slang betekent en dit komt weer van het Griekse drákōn. Dit zou ‘het scherpziende dier’ betekenen. Misschien heeft dit iets te maken met de vermeende hypnotische krachten van slangen en draken. Klassieke schrijvers zoals Aristoteles en Plinius gebruiken slang en draak door elkaar voor hetzelfde wezen. De draak is dus in wezen een monsterachtig grote slang. Qua symboliek staan deze beide wezens ook in elkaars verlengde. De oudste voorbeelden van draken zoals de Sumerische Tiamat, de Griekse Python, Hydra en Ladon, de Noordse Nidhoggr en Jörmungand en de Hebreeuwse Leviathan zijn allemaal grote slangen. De draak deelt om deze reden veel van zijn symboliek met die van de slang.

Draco

Vanaf de middeleeuwen verandert dit beeld van de draak naar een slangachtig, vuurspuwend monster met vleugels en/of poten. Zo wordt dit wezen eigenlijk een samenstelling van verschillende dieren. (Daarmee is hij te vergelijken met andere fabelwezens zoals de basilisk, de chimaera en de griffioen.) Qua uiterlijk is de Germaanse Lindorm of Lintworm de eerste uitbreiding van deze slang-draak. Hij wordt omschreven als een slang-achtige met twee poten. Het woord lintworm is een tautologie, lint en worm betekenen namelijk beiden slang. De volgende uitbreiding wordt de ‘wyvern’ genoemd, deze draak heeft naast twee poten ook twee vleugels. De complete klassieke draak zo we hem kennen uit de Arthur-verhalen en die over sint Joris heeft meer van een hagedis. Hij heeft vier poten, een geschubd lijf en vleugels. Vele van deze draken spuwen vuur of gif, maar dat hoeft niet. 

Waarom spreekt dit fabeldier door de eeuwen heen zo enorm tot de fantasie en waarom bleef hij zo immens populair? Om dit te verklaren hebben we geen theorie nodig over oer-herinneringen aan dinosaurussen of iets dergelijks. Zijn voorkomen in de bestiaria en – apocrief – in de Bijbel zal wèl veel invloed hebben gehad. Tot diep in de middeleeuwen werd er geloofd in het werkelijke bestaan van dit dier. Die tijd is echter voorbij en toch heeft de draak bijna niets van zijn kracht hoeven inboeten. Als we meer van de betekenis en populariteit van de draak willen begrijpen dan zullen we hem symbolisch, esoterisch en kosmologisch moeten duiden. (1)

De draak rondom de wereld

Apep

De grootste slang-draak is direct ook de oudste, het is de Egyptische god Apep (of Apophis). Hij is de vijand van de zon en het licht en de heer van chaos. Hij zou geboren zijn uit de navelstreng van de zonnegod Ra. Hij zit in de onderwereld in het uiterste westen, waar de zon ondergaat. Daar wacht hij Ra op om met hem te vechten. Hij weet zijn entourage met zijn magisch starende oog te hypnotiseren, maar toch wordt hij elke dag weer verslagen door Ra. Hij is zo groot dat hij de titel ‘wereldomcirkelaar’ draagt.
Wellicht is hij daarmee ook de kosmische slang die in zijn eigen staart bijt en daarmee alles omvat. Dit symbool vertegenwoordigt het begin en het einde van de tijd. Waarbij de tijd cyclisch is en chaos tot orde wordt en orde weer tot chaos vervalt. Het verbeeld de grens tussen de vormeloze wanorde en de ordentelijke wereld die hij omringd. Bij de Grieken wordt deze slang de Ouroboros genoemd. (2) 

Okeanos

We vinden deze slang-draak vooral in de Griekse en de Noordse mythologie. Wie de kosmische wateren bevaart zal volgens de IJslanders Jörmungand tegenkomen. Dit monster was door Odin in de oceaan gegooid die om de Midgaard – de mensenwereld – ligt. Hij wordt daarom ook wel de Midgaardslang genoemd. Daar op de bodem van de oceaan groeide hij door, tot hij de aarde omcirkelde en in zijn eigen staart beet. Zo komt het dat elke dappere ontdekkingsreiziger die voorbij de bekende zeeën zeilt, Jörmungand zal ontmoeten. Zijn naam betekent mogelijk ‘machtige schim’. (3) Dit is een toepasselijke naam voor de angst voor het onbekende. Een vergelijkbaar beeld vinden we terug bij de Griekse god Okeanos die ook rondom de wereld ligt. Hij is de verpersoonlijking van de oceaan in de vorm van een man met een slang-achtige vissenstaart. Ook deze machtige figuur ligt volledig om de – voor ons bekende – wereld heen. (4) Je kan bij dit beeld ook denken aan de draken die werden getekend op middeleeuwse wereldkaarten op de ‘terra incognita’ gedeelten waar de kennis van de bekende wereld ophield.

Ouroboros

Zodra het bekende ophoudt zal er altijd een draak opduiken van angst. Een angstige anticipatie voor het onbekende, waarin men zich voorbereid op het ergste. Ons ego zal het overschrijden van de grenzen van het gewone bewustzijn interpreteren als een vorm van doodgaan. Deze grootste angst is te omschrijven als de dood door het uiteenvallen van het individuele bewustzijn in een oorspronkelijke chaos. Dit maakt deze slang de bewaker en de grens van onze perceptie. Bij deze grenzen aangekomen zal een gewoon mens vluchten of verstarren.
Bij de wereld die de slang omvat hoeven we niet alleen aan de fysieke aarde te denken. We kunnen ons hierbij ook de hele beleefbare en bewust te maken wereld voorstellen. Zo wordt hij bewaker van de grenzen tussen de wereld van het dagbewustzijn en het nachtbewustzijn of anders gezegd tussen het materiële en het geestelijke bewustzijn.

De draak rondom de kosmische boom

Ladon

Een ander machtig beeld is de draak of slang die aan de voeten van een kosmische boom ligt. Dit is een boom die hemel, aarde en onderwereld met elkaar verbindt. Aan de hemel is deze te zien als het sterrenbeeld Draco. Dit is ook de draak Ladon die de boom met de appelen van de Hesperiden bewaakt in het uiterste westen. In de Sumerische mythologie vinden we deze wereldboom voor het eerst. Het was een wilg met de naam Huluppu: toen Anu de hemelgod en Enlil de stormgod hemel en aarde van elkander scheidden, liet Enlil de kosmische boom omwaaien. Inanna, de godin van hemel en aarde vond hem terug aan de oevers van de Eufraat en plantte de boom in haar tuin. In de wilg nestelden zich echter drie monsters: een slang genaamd ‘Kent geen bekoring’ woonde tussen de wortels, de duistere maagd Lilith in de vork van de stam en de stormvogel Anzu in de kruin. Alleen de held Gilgamesj wist de monsters uit de boom te jagen. Uit het hout van de wilg maakte hij voor Inanna een bed en een troon en voor zichzelf een trommel en een trommelstok. Mogelijk is hiermee de Huluppuboom tot een vervoermiddel gemaakt om naar de onderwereld te reizen, want de afdaling van Inanna naar de onderwereld is haar volgende avontuur. (5)

Nidhöggr (Stafkerk Urnes)

In de Edda wordt verteld over de wereldboom Yggdrasil wiens takken zich spreiden over de hele wereld en reiken tot aan de hemel. Zij heeft drie enorme wortels. Eén komt uit bij de Asen, bij de bron van het lot waar de schikgodinnen het lot bepalen. Eén andere wortel komt uit bij de reuzen. Daar is de bron van Mimir waarin wijsheid en kennis verborgen zijn. De derde wortel komt uit bij de onderwereld. Daar is de bron Hvergelmir en knaagt de draak Nidhöggr aan de wortel. Bovenop de boom zit een enorme arend. Een eekhoorn genaamd Ratatoskr rent op en neer langs de stam om boodschappen over te brengen tussen de arend en de draak.

Medea in haar wagen getrokken door draken

Dit prachtige en uitgebreide beeld van een kosmische boom kan iets zeggen over het energetische systeem van de mens. Mensen lijken op de es Yggdrasil in de zin dat zij beiden als verbinders, boodschappers en transformatoren van energie tussen hemel, aarde en onderwereld kunnen dienen. Vaak gaat dat echter fout: Ratatoskr de eekhoorn haast zich en springt van tak naar tak om boodschappen over te brengen, toch veranderen zij halverwege tot leugens en verwensingen. De mannelijke pool van daadkrachtige energie uit de hemel begrijpt de vrouwelijke energie uit de aarde niet die zich meer uit in gevoel. De rationele mannelijke gedachten van boven mengen zich slecht met de vrouwelijke sensuele zintuiglijkheid van onderen. De eekhoorn, die je kan zien als het bewustzijn, doet zijn best om de tegenpolen naderbij te brengen, maar moet twee werelden met verschillende talen verenigen en dat lukt hem maar zelden. De draak en de arend blijven vijanden. De energiestroom is hierdoor onderbroken en lekt weg. (In sommige bestiaria worden arend en draak ook als vijanden genoemd.) (6) 

Hermes met caduceus – Gianbattista Tiepolo (18e eeuw)

De draak rondom de kosmische boom kan je zien als de verbindende energie tussen de hemel en de aarde of tussen mannelijke en vrouwelijke energie. Goden zoals Odin, Inanna en Hermes kunnen deze energie bewust sturen en begeleiden en kunnen op deze wijze de boom met de daaromheen kronkelende slangen gebruiken als rijdier in hun trance. Dit proces wordt ook verbeeld door de staf van de goddelijke boodschapper Hermes; de caduceus. Rondom deze staf kronkelen twee slangen. Door middel van deze staf kan Hermes reizen langs de verschillende werelden.

Dit proces zorgt ook voor wijsheid, de Griekse ziener Teiresias laat twee slangen zijn staf beklimmen tot zij zijn oren schoon likken. Op deze wijze wordt hij helderhorend. In Duitse sagen wordt verteld van een jongen die met de midzomer het kroontje van de kop van de koning der slangen steelt. Daarna verstaat hij de taal der dieren.  Als de slangen in je energetische proces van boven naar beneden kunnen kronkelen dan ben je in staat om het energetische proces van binnenuit te bekijken, je kan in de geesteswereld zien! Voor gewone mensen is de boom echter onbereikbaar door de angst voor de draak en de adelaar. Zij zijn tot monsters geworden, die er met de schat van levensenergie vandoor gaan. Zo is de weg van het astrale reizen naar de boven- en onderwereld voor de gewone mens afgesloten. (7)

De rode en de witte draak

Merlijn en de rode en de witte draak

Het drama van de vijandschap tussen slang-draak en adelaar wordt ook verbeeld door middel van twee vechtende draken. Dit gebeurt o.a. in het Welshe verhaal ‘Lludd en Llevelys’: een rode en een witte draak bevechten elkaar op één mei of één november. (Dit zijn de dagen tussen de twee jaarhelften.) Op het hoogtepunt van hun gevecht slaken ze een kreet. Het vee, de mens en zelfs de aarde raken hierdoor onvruchtbaar. De koning van het land weet het probleem op te lossen door eerst het middelpunt van het land te vinden en vervolgens daar een ketel gevuld met mede naartoe te brengen. De draken vallen tijdens hun volgende gevecht in de ketel met mede en vallen in slaap. Ze worden begraven in Dinas Emreis en zo kan het land herstellen.

Eeuwen later probeert koning Vortigern op deze plek een toren te bouwen, maar deze stort telkens in elkaar. De jonge tovenaar Merlijn toont hem dat er onder de toren een grot ligt met daarin een poel. Elke nacht kruipen de twee draken uit de poel en beginnen met elkaar te vechten. Dit veroorzaakt zulk een aardbeving dat de toren in elkaar stort. Uiteindelijk bouwt de koning de toren op een andere plek, maar hij wordt omsingeld door zijn vijanden, de toren wordt in de brand gestoken en Vortigern verbrand samen met zijn toren. (8)

De slangen Ida en Pingala

Als we dit beeld willen duiden kunnen we kijken naar het systeem van de kundalini-yoga, waarbij er twee energiestromen (Ida en Pingala) kronkelen om een centrale pilaar (Sushumna). Er wordt een toren van bewuste energie opgebouwd door de vrouwelijke en de mannelijke kant met elkaar te vermengen. Als dit gebeurt in een diepe concentratie dan zullen de slangen de toren van energie beklimmen (of de toren zal groter worden). De twee draken dansen en beminnen elkaar zo intens dat ze het aardse verlaten en kunnen vliegen. Een stevige toren verbindt de boven- en de onderwereld. De draken worden rijdieren om die werelden te bereiken. Dit is te zien als de vermenging van de rode stroom van de godin, met de witte stroom van de god. Het is de neergaande en opgaande, de ingaande en uitgaande energiestroom. Als deze stromen in harmonie zijn met elkaar ontstaat er eenwording en daarmee vruchtbaarheid en creativiteit. 

Joris en de draak – Jorge Ingles 1475-1500

Je zou kunnen zeggen dat de draken en de toren staan voor het energiesysteem van de ‘sacrale’ koning Vortigern of Lludd. Als dit systeem harmonieus is dan is er een goede verbinding tussen het volk en het land. Doordat de koning het centrum van het land terug vindt en daarmee ook zijn eigen centrum, kan de ketel met mede in dat centrum voor de verzoening van de draken zorgen. Zij veranderen in het verhaal in varkens. Varkens zijn een teken van de aarde en zijn overvloed, dus waarschijnlijk is hiermee de vruchtbaarheid van het land hersteld. De rode en de witte energie verenigen zich en het innerlijk heilig huwelijk wordt zo toch nog bereikt!
Het verhaal van Vortigern laat de ondergang zien van een valse koning die niet in zijn centrum zit en wiens draken niet in balans zijn. In de beide verhalen zien we wat er gebeurt als de twee energiestromen antagonisten zijn geworden. Als de draken elkaar bevechten en de concentratie verbroken wordt dan stort de toren in elkaar. Als er geen harmonie is, maar juist frictie tussen de twee energiestromen dan zal de kreet van het kosmisch orgasme veranderen in een alles verwoestende schreeuw die het land veranderd in een woestenij. (9) 

De heilige en de draak.

Adam en Eva met de draak-slang – Rembrandt

De slang-draak kan niet alleen angst aanjagen, maar ook verleiden. Dit vinden we het meest duidelijk terug in het Bijbelse verhaal van de zondeval: een slang (geïdentificeerd als de duivel) zit in de boom van kennis van goed en kwaad (een vorm van de kosmische boom) en verleidt de mens met een appeltje. De slang was listig en hypnotiseerde Eva met de sappige vrucht. Hij verleidde haar met het aanbieden van goddelijke kennis en keuzevrijheid, maar vertelde niet dat zij daardoor het Paradijs van onbewuste éénheid zou verliezen. De appel staat voor dualiteit, de materiële wereld en seksualiteit. De mens had in een onbewust gelukzalige staat kunnen blijven, maar hij koos voor de keuzevrijheid om zelf een individu te worden. Door zijn ‘arrogantie’ zette hij zich apart van de andere dieren en zo kwam hij in een bewustzijnsstaat van afgescheiden individualiteit. Anders gezegd: God verdreef de mens uit het paradijs.
De mens is zijn rechtstreekse verbinding met de geestelijke wereld kwijt geraakt door in te gaan op deze eerste verleiding. Sindsdien wordt er energie afgetapt van de hoofdstroom, deze lekt weg uit het energetische systeem van de mens. De verleiding door slangen en draken is vanaf dat moment nooit opgehouden. 

Sint Joris en de draak – Raphael 1505

Vanuit het christendom was de draak synoniem met de duivel: een verpersoonlijking van het kwaad. (Het is – mijns inziens – beter om de draak te zien als een verleiding die je – als je deze kan weerstaan – juist sterker maakt.) Dit wordt o.a. weergegeven in de zevenkoppige draak die genoemd wordt in het Bijbelboek Openbaringen. (10) Deze draak staat voor de zeven hoofdzonden als zeven verleidingen die je uit je centrum halen en je verslaafd kunnen maken. Je energie stroomt niet meer heen en terug naar de bron, maar vertakt zich en wordt afgetapt door de vampiristische draak. Dit is – naast het opwekken van angst – de belangrijkste tactiek van de draak als bewaker van het heiligdom om te voorkomen dat je een hogere staat van bewustzijn bereikt.
Er zijn dan ook meerdere christelijke heiligen die de draak verslaan. Niet door hem te doden, maar door hem te onderwerpen. De beroemdste is sint Joris. Bij het stadje Silenos ontmoet hij een prinses die geofferd zou worden aan een draak. Hij maakte het teken van het kruis en trok ten strijde. Hij verwonde de draak en gooide de gordel van het meisje om de nek van de draak. Vervolgens kon zij het beest als een mak lammetje aan een touwtje meenemen naar de stad. Ook sint Martha en sint Margaretha temmen een draak. Sint Martha hoefde daarvoor alleen de draak te besprenkelen met wijwater. Sint Margaretha werd opgeslokt door de draak, maar het kruisje dat ze bij zich droeg sneed dwars door de huid van het beest zodat ze ongedeerd weer uit het beest tevoorschijn kwam! (11) Heiligen blijken vooral hun zuiverheid, gebed, wat wijwater en het teken van het kruis te gebruiken om hun draken te verslaan. Al deze dingen houden de heilige in zijn of haar centrum, in zijn stille middelpunt. Daar is hij niet gevoelig voor verleidingen. Hij kan dan de draak temmen en zo kan hij met zijn energie weer hemel en aarde verbinden. Dit maakt hem of haar tot iemand die in verbinding staat met de geestelijke wereld, een ware heilige. 

De ridder en de draak

Perseus verslaat de draak – Piero di Cosimo 1510

Het meest iconische en tegelijk meest cliché drakenverhaal is natuurlijk dat van de ridder die een draak verslaat, het meisje redt en trouwt en de schat mee naar huis mag nemen. Dit verhaal vinden we al bij de oude Grieken waar hun held Perseus de zeedraak Ceteus verslaat en het meisje Andromeda redt en mee naar huis neemt. Ook de ridder Tristan die in Ierland een draak weet te verslaan en het land zo redt van verwoesting is hier een voorbeeld van. Deze ridder of held heeft een andere tactiek dan de heilige: hij doodt de draak en slaat hem dan meestal de kop af. Als het gaat om de draak van angst dan zal hij het beest doorsteken met zijn lans. Maar het kan ook gaan om de – hiervoor genoemde – draken van verleiding. Deze zevenkoppige (of in ieder geval meerkoppige) draken slaat hij met zijn zwaard de kop af. Het zwaard is te zien als een symbool voor de zuivere rede die hem ingeeft dat de verleiding of illusie die de draak hem voortovert niet reëel is of in ieder geval een verslaving behelst.

Hercules en de Hydra – Pollaiolo ca. 1475

De meest verstandige held is Hercules. Toen hij zag dat de koppen van de draak Hydra telkens weer aangroeiden (of zelfs dat er nieuwe koppen bijkwamen) besloot hij ze niet alleen maar af te houwen, maar ook de wond dicht te schroeien met een brandende staf! De staf staat voor daadkracht en zo is dit te interpreteren als het bewust kiezen voor een andere handeling. Hij had de discipline en de kracht om de verleiding te negeren en een ander pad te kiezen. 
De held die de draak verslaat kan nu zelf bepalen wat hij doet met de vrijgekomen energie. Dit is zijn ware, innerlijke schat. Ook (her)vindt hij zijn vrouwelijke helft en door deze te huwen kan de energiestroom weer ononderbroken vloeien.

De draak bewaakt de schat

Het beeld wordt compleet bij de slang-draak die de bewaker is van een heilige plaats met een kostbare schat. Doordat hij bovenop de schat zit of zich rondom de plek kronkelt, verspert hij de held of ridder de weg. Bekende voorbeelden hiervan zijn: de draak Kholkikos en het ‘gulden vlies’, de draak Ladon en de appelen der Hesperiden, de lintworm Fafnir met de Nibelungenschat, de slang-draak Python in het heiligdom van Gaia te Delphi en de draak onder de grafheuvel in het epos van Beowulf. Met een dergelijke angstaanjagende draak laat – bijna – iedereen het wel uit zijn hoofd om de schat te stelen. Alleen een uitverkoren held kan het tegen hem opnemen en hem verslaan.

Jason wordt uitgespuugd door de draak

De draak van Kolchis (Kholkikos) is het kind van de aardegodin Gaia. Het is een enorme slang die in een heilig woud een grote eik bewaakt waarin het ‘gulden vlies’ hangt. Deze gouden schaapsvacht wordt uiteindelijk meegenomen door de held Jason doordat de tovenares Medea voor hem – door middel van toverzang en drugs – de draak in slaap weet te krijgen. In een andere versie wordt Jason eerst door de slang opgegeten en weer uitgespuugd voordat hij het vlies mag winnen. Ook Ladon – een draak met wel honderd koppen – bewoont een heilige plaats en bewaakt een heilige boom. In dit geval de boom met de gouden appelen van Hera. Deze tuin met de appelen van de jeugd staat aan de uiterste grens van de wereld in het westen, vlakbij de plaats waar Atlas de hemel moet dragen. Heracles weet deze draak te verslaan en gaat er vandoor met de appelen of anders weet hij Atlas zover te krijgen om voor hem de appelen te stelen. De helden moeten hun grootste angst – de dood – onder ogen zien en betreden de binnenwereld (de wereld van de Godin). Doordat zij dit bewust en uit eigen keuze doen nemen ze een schat van inzicht en energie mee uit dit Paradijs. 

Siegfried vecht met de draak 1914

De held Sigurd (in de Duitse versie heet hij Siegfried) verstopt zich in een kuil onder een lindeboom. Als de machtige lintworm Fafnir daar overheen schuifelt weet Sigurd hem met zijn zwaard te doorsteken. Hij baadde zich in het drakenbloed en kreeg op die manier een ‘gehoornde’ huid. Zo werd hij onkwetsbaar. Echter één plekje bleef schoon van drakenbloed. Van de lindeboom was een blaadje neergedwarreld, dat tussen zijn schouderbladen was blijven plakken op zijn bezwete huid. Sigurd at vervolgens het drakenhart op en kon daardoor de taal van de vogels verstaan.
Sigurd leek onkwetsbaar, maar aan zijn geliefde Kriemhilde verklapte hij het geheim van de zwakke plek bij zijn hart. Zij vertelde dit geheim door aan zijn vijand Hagen. Toen hij bij een bron vooroverboog om te drinken, werd hij door deze Hagen met een dolk doorstoken op juist deze plek. Zo werd zijn liefde hem fataal. In zijn liefde voor Kriemhilde toonde hij zich kwetsbaar en opende hij zijn hart. Dit bleek zijn ondergang. Zo gepantserd als hij was door het drakenbloed, kon hij deze fatale steek niet hebben en stierf naast de bron. (11)

Conclusie

Ruggiero en Angelica – Böcklin 1873

De reis van de held is te zien als een inwijding waarin hij leert om te gaan met zijn eigen energie en leert om een hoger bewustzijn te bereiken, maar ook om daarna weer terug te gaan. Hij moet zijn grootste angst in de vorm van een draak onder ogen zien. De draak kan je zien als de energiestroom vol van levenskracht die vanuit je verbinding met de natuur en de vier elementen in en door je heen stroomt en die altijd tot je beschikking staat. Jouw energetische veld is te zien als een heilige plaats met een boom, een bron en/of een grot die in verbinding staan met de onder- en bovenwereld. Pas als je je verbindt met de drakenkracht en zo – tot op zekere hoogte – zelf de draak wordt kan je gebruik maken van deze levensenergie. Doordat deze energie door angst, ontkenning en verwarring geblokkeerd kan zijn geraakt, zal het lijken of deze natuurlijke bron zich tegen je heeft gekeerd, je kan overweldigen en opslokken. De – in wezen – goedaardige draak wordt zo een angstaanjagend monster. De draak wordt hier de angstoproeper. Elke keer als iemand verstijft van angst omdat hij niet met de levensstroom mee durft te gaan en het onbekende niet aandurft, gaat er gestolde energie naar de drakenschat. In vele versies van het drakenverhaal staat hij alleen nog voor deze energie-vretende blokkade en wordt zo juist het ultieme kwaad, maar dit is het halve verhaal. 

Sint Margaretha en de draak – Rafael ca. 1518

De vele koppen van de draak zijn te zien als de hypnoses van deze wereld, alle verleidingen en afleidingen die er zijn om ervoor te zorgen dat je niet op zoek gaat naar de ultieme, maar angst aanjagende waarheid die in het diepst van jezelf verborgen ligt. Deze energie komt pas vrij als de held zijn angst onder ogen durft te komen. Maar vaak is die angst slechts een illusie, het is een hechting aan de huidige vorm, terwijl de ware vorm; je hogere zelf al vergeten is! De draak is zo te zien als de doodsangst van het ego om weer op te moeten gaan in een hoger, groter Zelf. Wie zich weer identificeert met zijn ware zelf zal niet bang zijn voor de dood en zo op een dieper niveau het paradijs, het groene heiligdom weer kunnen betreden! De ware held gaat vervolgens terug naar ons huidige bewustzijnsniveau en neemt een schat aan energie met zich mee. Hij weerstaat de verleiding om daar – als de volgende draak – jaloers op te liggen broeden. Hij weet zich als een ware draak te pantseren tegen energetische aanvallen, maar hij weet zich ook vanuit zijn hart open te stellen voor de liefde en het licht. Zo’n held heeft zijn centrum en zijn ware zelf gevonden en is het waard om de nieuwe koning van het land te worden!

Abe van der Veen

Sint Joris en de draak – Vittore Carpaccio 1502

1 http://etymologiebank.ivdnt.org/trefwoord/draak
Dekkers, Middas – Bestiarium 29
In de Statenvertaling van Daniël 14 verslaat deze profeet een draak door hem ‘pekballen’ of koeken met graten te voeren. https://nl.wikipedia.org/wiki/Bel_en_de_draak
Ik laat de Chinese draak buiten beschouwing. Dit wezen – dat in China ‘lung’ wordt genoemd – heeft een heel eigen folklore en betekenis die maar ten dele synchroon loopt met de westerse draak.
Er zijn trouwens zowel mannetjes- als vrouwtjesdraken. Vaak is het geslacht niet duidelijk. Ik gebruik voor het gemak daarom het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’.
2 https://en.wikipedia.org/wiki/Ouroboros
https://en.wikipedia.org/wiki/Apep
3 Edda – vert. Otten, M. 430
4 https://www.theoi.com/Titan/TitanOkeanos.html
5 Wolkstein en Kramer – Inanna queen of heaven and earth 3-10
6 Ashton – Curious creatures in zoölogy 210
7 Ook de tovenares Medea rijdt door de lucht in een wagen getrokken door draken. Er zijn ook afbeeldingen van heksen die op draken rijden, zelfs kronkelend rondom een staf.
Dat Odin reist met de kosmische boom kan je afleiden uit de naam Yggdrasil. Dit betekent ‘het paard van de verschrikkelijke’ en met die verschrikkelijke wordt Odin bedoeld.
De koning der slangen werd ook wel ‘hazelworm’ genoemd. Deze draak-slang zou wit zijn en een kroon van goud dragen. Degene die hem vind en weet te vangen – en zeker als dat gebeurt onder een boom die maretak draagt – verwerft daarmee de wijsheid van Salomo. Hij zal de taal der dieren, de kracht der kruiden kennen, weten waar schatten liggen, alle demonen zijn hem onderdanig en alle deuren en sloten zullen zich voor hem openen. Dit vangen moest gebeuren op Sint-Jan en met volle maan. 
8 Geoffry of Monmouth – History of the kings
Mabinogion – Lludd and Llevellys
9 Vortigern en Lludd zijn als koning de ‘Pendragon’, het hoofd van de draak.
Het woeste, onvruchtbare land is ook de verschroeide aarde rondom de draak Fafnir, of het woeste land van de Visserkoning in het Graalverhaal.
10 Openbaringen12:9: ‘En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.’
11 Cherry, John – Mythical beasts 38
11 In Duitsland, Zweden en Noorwegen woonden onder bepaalde machtige lindebomen het monster Lindorm of ook wel Lintworm! Tegenwoordig is lintworm de benaming van een lintvormige parasiet, die zich in de darmen kan nestelen om daar mee te eten met zijn gastheer. In de middeleeuwen was het echter de benaming van een machtige draak. Vooral dan de variant zonder vleugels, met een slangachtig lijf en twee poten. Ook in de negentiende eeuw werd er nog fervent geloofd in de ‘lindorm’. Zo vertelde men in Zweden van een jonge maagd die even ging rusten in de schaduw van een lindeboom. Plots kwam er een enorme lintworm tevoorschijn, die haar met huid en haar opvrat! De lintworm werd ook wel wiel-serpent genoemd omdat hij zich soms bij zijn eigen staart vastpakte en zich vervolgens oprichtte om zich als een wiel door het landschap voort te bewegen. De lintworm komt ook voor in de saga van Ragnar Lodbrok.
In het Zweedse sprookje van ‘Prins Lintworm’ krijgt een koningin het advies om rauwe uien te eten om zwanger te worden. Vervolgens eet zij een ui op met schil en al. Zo wordt uit haar een draak genaamd lintworm geboren. Haar kind krijgt de schil die de ui ook had; het pantser van de draak! Pas als iemand hem werkelijk liefheeft kan hij zijn pantser kwijtraken en kan hij weer een prins worden. Alle maagden die naar zijn grot onder de lindeboom worden toegestuurd, sidderen echter van angst en worden met huid en haar opgeschrokt. Tot een schone maagd een list bedenkt en hem uitdaagt om zijn huid af te werpen als zij in ruil daarvoor haar jurk uitdoet. Prins Lintworm heeft echter niet door dat zij wel zeven jurken aanheeft! Pas als hij alle zeven huiden afwerpt komt zijn ware aard – de prins – te voorschijn!

Je kunt de lintworm vergelijken met de Kundalini-slang uit de Indiase yogafilosofie, die zich heeft opgerold in het buik-bekken gedeelte van het lichaam. Deze slang bevat en bewaakt de ‘prana’, oftewel de levensenergie. Als zij niet verder kan stromen, vormt zij zich om tot een schat van gestolde energie. Het is niet vreemd dat de naam lintworm nu hoort bij een darmparasiet. Ook hier komt – letterlijk – de energie niet verder dan de buik. Het is moeilijk deze schat aan energie weer aan het stromen te krijgen. Zolang de draak zich er omheen heeft geslingerd zal je die eerst moeten verslaan. Pas dan kan de energie om de levensboom/ linde omhoog kronkelen en bevrijd worden. Dit thema vinden we ook in het sprookje terug. Echter hier wordt de draak niet verslagen door middel van strijd, maar door middel van onvoorwaardelijke liefde. Zowel het meisje als de slang-draak doen één voor één hun pantsers af. Zij maken zich kwetsbaar voor elkaar, om elkaar zo werkelijk zonder voorbehoud lief te kunnen hebben. De zeven huiden en zeven jurken staan dan voor elk van de zeven auralagen en zeven chakra’s. Na elke laag kunnen ze door wederzijdse liefde dieper doordringen tot hun ware zelf, tot ze bij het afleggen van de laatste laag het ‘heilig huwelijk’ kunnen sluiten!

Bij de Nibelungensage is er geen plaats voor zo’n ‘happy ending’. Siegfried verslaat de draak met geweld en wordt daarmee een soort van nieuwe draak; de ‘gehoornde’  Siegfried. Hij neemt de schat van de Lindorm in zijn bezit en erft daarmee de vervloeking die ermee is verbonden. Heel even mag hij zich verbinden met zijn ware bruid Brunhilde. Hij vindt haar als hij met zijn paard over de vlammenwal springt. Maar terug in de mensenwereld vergeet hij haar volkomen en trouwt Kriemhilde. Qua uiterlijk is zij een schoonheid, maar zij is niet de innerlijke bruid waarmee het ‘heilig huwelijk voltrokken had kunnen worden. Het vertrouwen in elkanders liefde – dat bij het sprookje van Prins Lintworm leidde tot een gelukkig huwelijk – leidt hier tot een tragisch einde.
Het grootste geluk wat je kunt vinden bij je wederhelft, kan omslaan in verraad en pijn bij degene die toch niet je ideale partner blijkt te zijn. Toch zullen we elke keer ons hart weer moeten openstellen en kwetsbaar maken om de kans te krijgen om die ideale man of vrouw te vinden. De linde kan ons helpen bij het maken van die keuze en daarna bij het veilig stellen van dit huwelijksgeluk.

Gould, Charles – The dragon
Shuker, Karl – Draken

Sint Joris en de draak – Paolo Ucello ca. 1470

Andere interessante weetjes: 

De draak als vertegenwoordiger van moeder Aarde Python, Tiamat

In de ‘sacred grove’, de heilige plaats in de natuur. Daar is hij onderdeel van een afspiegeling/nabootsing van de macrokosmos en van het energetische proces. 

Ook de mandragora zou onder de hazelaar te vinden zijn en wijsheid verlenen. Echter deze kwam van de duivel, en wie hier gebruik van maakte verspeelde zijn ziel. Ook dit wezen is te associëren met de draak in het Engels heet hij namelijk ‘Mandrake’, man-draak… De alruinswortel heeft ruwweg de vorm van een mens.

Er is slechts één ander wezen in de symboliek die man en draak tegelijk is en dat is Fafnir. In de Nibelungen-mythe verandert Fafnir langzaam in een draak door de verderfelijke invloed van een grote goudschat en met name door de invloed van de vervloekte ring Andvaranaut. Deze ring heeft twee bijzondere eigenschappen: zij maakt onzichtbaar en met deze ring kan op magische wijze nieuwe rijkdommen vergaard worden.

De slang zou staan voor het tijdelijke en de hazelaar voor het eeuwige volgens Blöte-Obbes.

Ook van de els wordt gezegd dat er een ‘worm’ onder woont die geleidelijk uitgroeit tot een draak.

Ook andere draken komen uit de zee; Cuchulain vecht met een zeemonster: hij doet zijn heldensprong en reikt met zijn arm diep in de muil van het beest. Vervolgens trekt hij het hart uit het lijf van het beest en doodt hem op deze wijze. 

De meest duivelse draak is degene die door St-Michaël wordt verslagen tijdens de oorlog in de hemel in de oertijd. Hij doet dat met zijn zwaard.

Ook Maria en de heilige Margaretha zouden de draak kunnen beheersen. Maria wordt vaak afgebeeld met een draak of slang onder haar voeten. Margaretha werd door haar heilige daad zelfs gezien als een haaibaai, helleveeg en zelfs een ‘draak’ van een vrouw. Margaretha werd de ‘dulle griet’ die de duivel op het kussen bindt. 

Plinius beschrijft in zijn ‘naturalis historia’ een vergelijkbaar tafereel: met midzomer zullen talloze slangen zich samen oprollen tot een bal. Zij creëren uit hun slijm en spuug een ei, die ze door hun gesis de lucht in blazen. Dit ei moet gevangen worden met een kleed zodat het de grond niet kan raken. De dappere die dat doet zal snel moeten vluchten voor een horde woedende slangen en zal pas veilig zijn als hij stromend water heeft overgestoken. Dit ei brengt zijn bezitter geluk. Vooral druïden droegen dit ei zeer graag. Zij heet ‘glain’ of ‘anguinum’. In Cornwall blijkt dit geloof nog steeds te bestaan. De geluk brengende glain bestaat hier echter uit een glazen of stenen ring. Zij wordt gevormd door een krioelende massa sissende slangen, maar zij kan ook gevormd worden door één slang. Deze moet dan opgekruld in zijn slaap gestoord worden door een mens die een hazeltak tussen zijn wendingen steekt. Zij zal dan blazen op de tak en zo een ‘glain’ produceren. Dit beeld komt zeer dicht in de buurt van het symbool van de caduceus, ook Plinius noemt deze naar aanleiding van zijn verhaal.

In een Russische sage wordt verteld van een meisje die op drie mei het bos ingaat. Doordat ze schrok van een kluwen slangen viel ze in een kuil die leidde naar de onderwereld. Daar hield ze zichzelf in leven door aan een wonderlijke steen te likken. Aan het eind van haar verblijf leerde ze de taal der kruiden van de koningin der slangen. Door middel van een ladder van slangen kon ze weer uit de kuil klimmen. Vanaf dat moment kende ze de genezende kracht van elke plant, maar ze vergat alles weer toen ze de naam bijvoet noemde. Sindsdien werd de bijvoet ‘kruid van vergetelheid’ genoemd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.