Het leven van de tovenaar Malegijs: een middeleeuwse kijk op de toverkunst

Door Abe de Verteller op

De tovenaar Malegijs

Tegenwoordig is de naam Malegijs onbekend. Toch was hij één van de beroemdste tovenaars van de Middeleeuwen! Hij wordt genoemd in recepten om het toveren te leren en er zijn twee boeken over zijn avonturen in verschillende landen uitgegeven. (1) Malegijs (soms ook Maeldegijs of Madelgijs genoemd) komt voor in twee verhalen uit de Franse ‘chansons de geste’ die zich centreren rondom de legendarische koning Karel de Grote. In ‘De vier Heemskinderen’ (In het Frans ‘Renaut de Montauban’) heeft hij alleen een prominente bijrol. In dit boek is hij de oom van de  beroemde vier Heemskinderen. Hij helpt hen meerdere malen met zijn toverkunsten om uit de handen van de koning te blijven.
Blijkbaar is zijn karakter populair want later wordt er een ‘chanson’ geschreven met hem in de hoofdrol: ‘Maugis d’Aigremont’ uit de dertiende eeuw. De Nederlandse versie, ‘De schone historie van Malegijs’, is uit de veertiende eeuw en er is ook een zestiende-eeuws volksboek van. Ik ga in dit artikel zijn levensverhaal vertellen aan de hand van de Nederlandse volksboeken, met na elke episode telkens een esoterische uitleg over de werkingen van de toverkunst. (2)

Hoe Malegijs de toverkunst machtig wordt 

Malegijs wordt door zijn oom betrapt in het lezen van grimoires

In het volksboek ‘De schone historie van Malegijs’ worden de jonge jaren van de tovenaar beschreven: Malegijs wordt als baby te vondeling gelegd en bijna opgegeten door twee leeuwen. Hij wordt – net op tijd – gevonden door de fee Oriande en geadopteerd door de meester in de zwarte kunst Baldaris. Zijn pleegvader en moeder waarschuwen hem dat, als hij de nigromantie wil leren, het mogelijk zijn ziel zal kosten. Als jongen leest hij toch stiekem de boeken over nigromantie van zijn pleegvader en roept daarmee – zonder het zelf door te hebben – vele duivelen op. Vervolgens valt hij in een diepe slaap en de duivels kunnen hem meevoeren naar de hel. Gelukkig komt er een engel van God die hem redt en de duivels worden gedwongen hem weer terug te brengen naar de aarde. Ze werpen Malegijs dan in een put. Een kluizenaar haalt hem daar uit en laat hem lezen en schrijven uit zijn kleine nigromantische boekje. Daarna is Malegijs de kunst machtig: ‘Aldus sceyde Malegijs van die heremijt ende hi nam sijn boecxken ende began daer wt te lesen een coniuracie der vianden. De viant Putafar dit horende quam tot Malegijs ende seide. Meester wat believe u van mi. Malegijs seyde.’ Neemt mi op uwen hals ende brenget mi te Rootsefluer bi Oriande gesont ende onghequetst. Die duyvel nam Malegijs op den hals ende vlogher mede door de luchte. (3)
Sindsdien hoefde hij maar in zijn boeken te lezen of een conjuratie uit te spreken of duivelen verschenen en gehoorzaamden hem in al zijn bevelen.

Met zijn bijzondere jeugd en opvoeding is Malegijs voorbestemd om tovenaar te worden. Hij weet ook zelf dat dit zijn lot is en laat zich door niets of niemand weerhouden. Zijn eerste ervaringen met de geestenwereld zijn zeker niet zonder risico. Doordat hij zonder begeleiding geesten oproept, wordt hij uit zijn lichaam en uit zijn centrum geslingerd en kan alleen maar de weg terug vinden met hulp van buitenaf. Dit had goed fout af kunnen lopen; wie geesten oproept om te beheersen, maar deze niet meer weg kan zenden, loopt een grote kans dat de geesten hem juist in hun macht zullen krijgen! Of anders gezegd: wie zich openstelt voor de geestelijke wereld, maar niet weet hoe hij zich af moet schermen, die maakt zich kwetsbaar voor – mogelijk negatieve – krachten van buitenaf. (Bij de tovenaarsleerling van Faust, Christoffel Wagenaer gaat dit lelijk fout: hij roept per ongeluk duizenden duivels op die hem naar het leven staan, alleen door in zijn magische cirkel te blijven kan hij het overleven. Zo moet hij wachten tot zijn meester Faust hem komt redden. Deze kapittelt hem omdat hij vergeten was om de geesten te danken en weg te sturen.)
De put kan je zien als een inwijdingsplek. Als je ‘in de put’ zit ben je het vertrouwen in alle aardse hulp of troost kwijt en sta je open voor bovenaardse hulp. Een wijze kluizenaar trekt vindt hem en trekt hem uit de put. Met zijn bekwame begeleiding kan Malegijs zijn geestelijke krachten leren beheersen.

Nigromantie

Net als vele andere tovenaars trekt Malegijs daarna naar Toledo om zich verder te bekwamen in de magie. Aan de universiteit van Toledo werd in de middeleeuwen werkelijk de nigromantie onderwezen als één van de zeven vrije kunsten. De (zwarte) magie kreeg daar zoveel prestige dat de nigromantie er als gelijkwaardig aan de andere wetenschappen werd beschouwd. Nigro- of ook wel necromantie is de kunst van het oproepen van geesten. Dit werd oorspronkelijk beschouwd als het oproepen van de doden, maar werd later – met name vanuit de kerk – gezien als het oproepen van duivels en streng verboden. Toch moet dit aan de universiteiten van Toledo, Salamanca, Parijs en Krakow onderwezen zijn. Het is duidelijk dat Malegijs ‘duivels’ kan oproepen en gebieden, maar in de teksten wordt nigromantie ook gebruikt als verzamelnaam voor alle toverkunsten. (4)

Hoe Malegijs het wonderpaard Beyaert bevrijdt uit de onderwereld.

Titelblad van het volksboek Malegijs

Na de inwijding in de toverkunst volgt de meesterproef voor Malegijs: het winnen van het paard Beyaert uit de onderwereld. Dit mag je gerust zijn grootste avontuur noemen! Op een dag doet Malegijs een wandeling met zijn pleegmoeder Oriande en hij ziet een vurige plek tussen twee bergen. Malegijs hoort van haar dat daar het paard Beyaert gevangen wordt gehouden en dat dit het meeste woeste paard ter wereld is:
Alst op een tyt lustich weer was, also dat Malegijs ende Oriande tsamen gingen wandelen, ende si gingen soe langhe, dat Malegijs wert siende tusschen twee bergen een dompinge van vier daer hi seer af verwonderde, niet wetende wat mocht bedieden, ende hi seyde tot Oriande. Wat mach bedieden die dompinghe vanden viere tusschen die twee bergen. Oriande seyde. Tis Vulcanus duwarie daer die vyant Ramas bewaert een dat felste paert dat oyt sonne bescheen, want die vyant in een ghedaente van een serpent wandt aen een droomedaris ende het heeft veel silveren ketenen, ende daer zijn veel serpenten diet bewaren. (5)

Malegijs besluit om het paard te gaan redden. Ondanks de vlammen gaat Malegijs toch de grot in en weet de duivel Ramas in de luren te leggen door zichzelf als Satan te vermommen. Als Ramas hem doorheeft denkt deze dat hij de tovenaar Salomo is! Daarna vecht Malegijs met vele slangen. Deze lijken hem te overwinnen maar met behulp van wat drank gebracht door zijn knecht en tovenaarsleerling Spiet komt hij weer bij. Nu moet hij het pikzwarte en woeste paard Beyaert zelf bevechten. Het paard weet hem nog wel de helm van het hoofd te schoppen, maar moet dan in hem zijn meester herkennen en knielt voor hem in het stof.

Het beeld van een grot tussen twee bergen als ingang naar de onderwereld is voor mij zeer krachtig. Ik zie dit als een symbool voor het centrum, de stille plek in jezelf van waaruit je deze wereld kan verlaten om de geestenwereld in te gaan. De bergen zijn als een lemniscaat waarin je continu schommelt tussen actieve en passieve energie. (De lemniscaat zie je ook boven het hoofd van de Magiër in kaart I van de Tarot.) Ergens tussen introvertie en extravertie in vindt je het precieze evenwicht, waarin je uit de uiterlijke wereld kan stappen en naar binnen kan reizen. Malegijs wordt die weg gewezen door zijn bovennatuurlijke pleegmoeder, de elvinne Oriande. Dit deel van het verhaal is de grootste beproeving van Malegijs. Je zou zijn strijd met de duivels kunnen zien als zijn innerlijke demonen of  de demonische krachten van verslaving. De slangen zijn dan zijn eigen energetische stroom die hij zelf in beheer kan nemen. Hij ziet de dood onder ogen, maar weet toch te overwinnen en gaat er met de schat, het wonderpaard Beyaert, vandoor.

Het ros Beyaert

Het paard Beyaert wordt omschreven als wonderbaarlijk sterk en vurig. Het maakt zulke grote sprongen dat het lijkt alsof hij vliegt. Volgens de Franse versie is het paard het nageslacht van een slang en een draak. De Nederlandse versies hebben het zelfs over een serpent of draak als moeder en een dromedaris als vader! Slangen en draken hebben een sterk duivelse associatie, maar het paard is ook te vergelijken met mythische paarden zoals Pegasus en Sleipnir. Dezen dragen hun meesters Bellerophon en Odin tijdens hun trancereizen. Zo is het paard Beyaert te zien als het ‘geestelijke’ voertuig of het ‘astrale lichaam’ van Malegijs. Hiermee kan hij in korte tijd grote afstanden overbruggen, zowel in de ruimte als in de geest. (6)

Hoe Malegijs zich de vijandschap van Karel op de hals haalt.

Wanneer je zo bedreven wordt in de toverkunst is het gevaar van hoogmoed en willekeur groot. Als koning Karel hem – uit nieuwsgierigheid – vraagt om hem zijn kunsten te tonen, gebruikt Malegijs deze kans om de koning volledig belachelijk te maken. Hij dwingt hem om samen met zijn hele hofhouding naakt te dansen!:
mijn vrouwen ende mijn heeren hebben op mi begeert dat ict u bidden soude, dat ghy ons eenige consten wilt thonen.’ Daer op Malegijs seyde: ‘Heer coninc, van tgeen dat ic can wil ic gaerne laten sien’, Ende mettien so ghinc hi aen deen side ende hi beswoer drie ofte vier duyvelen datse bi hem quamen, ende bisonder eenen duyvel die Bleckas heet, dye oppercapiteyne was. Ende si vraechden Malegijs wat hem beliefde. Malegijs seyde: ‘Ghi duvels, ghi sult coninc Karel met sijn vrouwen ende met alle sijn heeren, uutgenomen bisschop Tulphijn ende Namals, doen dansen al moedernaect, deen met een pijpe inden mont ende dander met een tamboor in de hant.’ (7)
Na deze schande is koning Karel voor eeuwig zijn doodsvijand en altijd uit op wraak. Malegijs beleeft in het volksboek ‘Malegijs’ nog vele avonturen, maar geen is interessant genoeg om hier te verhalen.

Malegijs redt Reinout in de grootste nood

De vier Heemskinderen op het ros Beyaert

In het volksboek van ‘De vier Heemskinderen’ komt Malegijs – ergens halverwege het boek – tevoorschijn als een ‘reddende engel’. De hoofdpersoon Reinout is wanhopig omdat zijn drie broers door koning Karel gevangen zijn genomen en bijna gehangen zullen worden. Tot overmaat van ramp is hij zijn geliefde paard Beyaert ook nog kwijt geraakt. (Nadat hij de enige bleek te zijn die de kracht had om het woeste dier te temmen had zijn oom Malegijs hem het dier cadeau gedaan.) In die wanhoop zegt hij dat hij net zo goed dood had willen zijn. Precies op dat moment komt zijn oom op de proppen:
‘Als Reinout aldus stont in sijn clage quam daer een man wt een hagedochte, welcke man hem selven vermaken ende versceppen conde bider const van nigromancien, als nu ionc als nu out ende cranc. ende hi was geheten Maeldegijs, hi ginc sijn const van nigromancien openbaren bi hulpe van cruit ende stenen de hi bi hem had ende secretelic in sijn cleder genayt waren so dat hij scheen out ende cranc te wesen ende seer mismaect van lichaem.’
Malegijs doet zich voor als een oude pelgrim en stelt Reinout op de proef door tot drie keer toe een gift van hem te vragen. Reinout geeft hem zijn gouden sporen en zijn tabberd, maar als de pelgrim dan nog om meer vraagt wordt hij kwaad en hij probeert hem met zijn zwaard te slaan. Malegijs verandert zich dan in een jongeman en Reinout vraagt zich verbaasd af: ‘nu comt voer mi de duvel Belsebub of een ander. ende soude mi gaerne mede tempteren: ic sal, wilt God, besoecken oft is alfs bedroch of duvely.’ Na nog een zwaardslag onthult Malegijs zich als zijn oom die hem wil helpen om zijn paard terug te krijgen. (8)

De heg en de grot

Dit is een cruciale scene in het verhaal, door de verschijning van Malegijs keert het geluk van Reinout ten goede. Hierin is het interessant om te zien dat Malegijs uit een ‘hagedochte’ tevoorschijn komt. Dit woord is te vertalen als een grot achter een heg. Ook andere tovenaars zoals Merlijn en Morgaine maken gebruik van een ‘hagedochte’ om zich in terug te trekken. In de Arthurroman ‘Lantsloot vander Hagedochte’ wordt verteld dat Morgaine van een grot (hagedochte) gebruik maakt om Lancelot als jongeling in op te voeden, de grot is van niets anders gemaakt dan toverij. Het maakt duidelijk dat het hier niet om een gewone grot gaat, maar om de ingang naar de binnenwereld en/of de onderwereld. Hier kan de tovenaar in zich zelf keren en in zijn centrum komen. Maar hier kan hij ook de toegang vinden naar een andere staat van bewustzijn. De heg is hier de afscherming van een sacrale, heilige ruimte, de grot leidt naar een spelonk die te zien is als een tempel van moeder aarde, een plaats waar heilig werk wordt verricht. Het is de plek van de ‘haghetisse’, de heks of de tovenaar. Hier wordt de toverkunst oftewel de ‘hagu-rûn’ bedreven. (9)

Mariken en Moenen

Het is interessant om te zien dat de metamorfose van Malegijs in een oude man, gedaan wordt door middel van kruiden en stenen die in zijn kleren zijn genaaid. Hoe dit zou moeten helpen om jong of oud te lijken wordt niet duidelijk. Wel is het een bekend geloof dat (edel)stenen en bepaalde kruiden magische eigenschappen en krachten zouden hebben. Meestal gaat het dan om een genezende kracht, maar hier lijkt het meer te gaan om de kracht van zinsbegoocheling. Reinout vraagt zich dan ook af of het hier gaat om elfen die hem willen bedriegen of duivels die hem willen verleiden met hun kunst. Uiteindelijk blijkt het niet om een elf of duivel te gaan, maar om een tovenaar! Toch is er wel degelijk een verleiding in het spel: ook Reinout moet – om zijn paard terug te krijgen – gebruik maken van duivelse toverkunst. Mogelijk zag Malegijs in hem een tovenaarsleerling. Ook in het verhaal van Mariken van Nieumeghen komt Moenen tevoorschijn van achter een heg en verleidt haar terwijl zij in grote wanhoop is. Hij bied haar – net als Faust – verborgen kennis aan, maar zij hoopt de nigromantie van hem te kunnen leren. (10)

Reinout krijgt zijn paard terug

Reinout laat zich helpen door zijn oom en door middel van de kunst van de nigromantie verandert Malegijs hem in een stokoude man. Zo gaan ze naar Parijs, waar Karel verblijft met het ros Beyaert. Malegijs heeft een toverdrank gemaakt, ieder die ervan drinkt zal hem moeten gehoorzamen: ‘want Maeldegijs had den wijn met cruden ende woerden selve ghemaect ende den wijn was van sulcker crachte: wien dranc de moeste Maeldegijs onderdanich wesen ende tot sinen dienste staen.’ Deze drank bieden ze de koning aan en als deze de hoorn leegdrinkt, gunt hij het Reinout om een ritje te maken op het paard. Het ros Beyaert had zijn baasje allang herkend en zo kan Reinout er snel vandoor gaan! In dit geval zijn het magische (of hallucinogene) kruiden en bezweringen (‘woerden’) die de hoofdingrediënten vormen van de nigromantie.

De toverkunsten van Malegijs

Na dit avontuur zal Malegijs nog vele malen gebruik maken van zijn toverkunsten. Elke keer wordt dan weer gezegd dat hij ‘zijn kunst van nigromancie‘ toonde. Maar hoe dat in zijn werk ging blijft meestal onduidelijk. Ik geef hier enkele voorbeelden:
-‘Maeldegijs wt zijn slape ende sanc van blijscap ende stont op ende ginc inden stal tot Beyert ende bandt hem sinen rechter voet. ende ghinc toe te werc met sijnre konst van nigromancien soe dat Beyert veranderde van sijnre vetticheit ende scheen seer mager ende lam te wesen ende en scheen niet waert te wesen twee penningen.’ Het paard Beyaert wordt hier ogenschijnlijk ‘mager en lam’ gemaakt door de ‘kunst van nigromancie’. De rechtervoet van het paard wordt gebonden, hoe dit helpt in die kunst is onduidelijk.
-‘Eer middernacht quam, toechde Maeldegijs sijn const van nigromancien. so dat die boyen ende alt yser dat hi om sijn lijf had van hem viel ende die genoten makede hij slapende seer vast, dye den kercker wachten, ende die doer vanden kercker ghinc open ende hi ginc wt.’
-‘ende Maeldegijs was voer hem op wege ende toende sijn const van nigromancien. ende plocte veel cruden die hi te gader stiet met den appel van sijn swaert ende als Maeldegijs dat cruyt gemenct had wert hi so gelu oft soffraen wair ende voert toende hi sijn const so dat hi out sceen ende cranc ende seer lanc zijn.’ (11) In dit voorbeeld is het duidelijk dat hij ‘magische’ kruiden gebruikt, die hem geel maken als saffraan.

Zo is het duidelijk dat de nigromantie of toverkunst gebruikt kan worden voor een enorm scala van ongelofelijke dingen. Meestal gaat dit via de tussenkomst van duivels. Zij worden door middel van een zgn. conjuratie uit een boek opgeroepen om de tovenaar te dienen. Vervolgens kan de nigromantie vele dingen mogelijk maken: het kan iemand van uiterlijk doen veranderen, iemand oud of jong, ziek of gezond maken. Je kan er mensen mee dwingen om te dansen, slapen, stil doen staan, uit laten kleden, kortom om ze te doen gehoorzamen. Veel van deze kunsten lijken op het eerste gezicht pure fantasie. Zij lijken alleen te dienen als fantasievol vermaak voor het lezende publiek. Toch zou een deel van dit soort kunsten tegenwoordig hypnose genoemd worden. Zo kunnen er illusies worden opgeroepen en vindt er bewustzijnsvernauwing plaats. Een ander deel is weer te zien als goochelkunst. Verder zou de communicatie met geesten/duivels kunnen duiden op een trance-toestand bij de tovenaar. Toch zijn met deze suggesties nog lang niet alle toverkunsten verklaard.

De moraliteit van toverkunst

In een discussie van Malegijs met zijn tweelingbroer Vivien zegt deze dat de toverkunst blijk geeft van minachting voor God. Malegijs betwist dit en zegt: ‘men zal met wijsheid verder komen dan met macht’. Men moet zowel wijsheid als ‘macht’ aanwenden, aangezien de wijsheid de mens boven de dieren verheft. Het is duidelijk dat Malegijs de toverkunst ook als een vorm van wijsheid ziet. Vivien antwoord hierop, dat hij het gebruik van militaire kracht het eerlijkst vindt. Daarop zegt Malegijs: ‘Probeer dan maar op jouw manier het (heidense) kasteel (vóór ons) te veroveren! Dat lukt alleen met ‘behendickeit’ (= list). Bovendien heeft de mens zijn wijsheid van God zelf. Malegijs bedoeld met zijn ‘wiisheit’ en ‘behendickeit’ de toverkunst. Deze helpt hem het beste met het behalen van het beoogde resultaat. (12) De moraliteit van Malegijs is er hier een van: ‘het doel heiligt de middelen’. Zolang hij de baas blijft over zijn duivels (geesten), is hij niet in hun macht. Hierin zit een belangrijk onderscheid: van heksen werd gezegd dat zij in dienst van de duivel stonden, dit maakte ze tot aanbidders van de duivel en daarmee tot ketters. Als zij tot een bekentenis kwamen dan werden zij daarvoor streng gestraft. Tovenaars pretendeerden daarentegen dat zij de duivels dwongen om aan hun wil te gehoorzamen. Elke omgang met demonen was voor de kerk afkeurenswaardig, maar deze vorm was een stuk minder erg dan de aanbidding van demonen. Tovenaars werden dan ook – als ze al gestraft werden – meestal verbannen voor hun daden, terwijl heksen – zeker vanaf de zestiende eeuw – vooral geëxecuteerd werden. 

Het einde van Malegijs

Ook Malegijs was – na nog vele avonturen beleefd te hebben – toch doordrongen van zijn zonde en had uiteindelijk berouw. Aan het einde van zijn leven ging Malegijs boeten voor deze zonden en trok zich – in de buurt van Lyon – als kluizenaar terug in de natuur. Daar sterft hij uiteindelijk van ouderdom of – in een andere versie – komt hij zijn geliefde neef Reinout nog een laatste keer te hulp in een gevecht in het Heilige land en wordt daar dodelijk getroffen door een pijl. Zo eindigt het leven van deze grote tovenaar. (13)

Conclusie

Aan de hand van het – fictieve – leven van de tovenaar Malegijs vangen we enkele glimpen op van de werkingen van de tovenarij in de middeleeuwen. Een tovenaar leert door middel van de spreuken, zegels en karakters in een grimoire zijn geest dusdanig te focussen dat hij ‘geesten’ kan oproepen. Deze energetische constellaties helpen hem bij het versterken of juist vernauwen van bepaalde onderdelen van de perceptie van zichzelf èn van anderen. De wereld verandert zo op wonderbaarlijke en bovennatuurlijke wijze. Hiervoor moet hij wel eerst geleerd hebben om in zijn ‘hagedochte’, zijn grot te zijn. Dit kan je zien als zijn diepste centrum van waaruit hij contact kan maken met de geestenwereld. Ook moet hij oog in oog hebben gestaan met de dood en uit de dodenwereld weer terug gekomen zijn. Zo raakt hij zijn hechting met de alledaagse realiteit kwijt. Malegijs doet dat als hij het ros Beyaert uit de onderwereld haalt. (Je kan deze episode vergelijken met een sjamanistische inwijding.) De tovenarij van Malegijs kan in dienst staan van de gemeenschap, maar kan ook op een amorele wijze gebruikt worden, bijvoorbeeld om zijn vrienden uit allerhande penibele situaties te redden of puur uit vermaak of wraak. Malegijs mag wijs zijn, maar dit maakt hem nog niet heilig! Omdat de ‘nigromantie’ die Malegijs bedrijft nauwelijks wordt uitgelegd weten we alleen bij benadering hoe deze in zijn werk ging. Voor een beter begrip van de tovenarij in de middeleeuwen is er uitgebreider onderzoek nodig.

Abe van der Veen

1 ‘Hoe een mensche sal verstaen alle gokelie ofte weten diemen doet ende alle nighelmanchie. Nemet een cruyt dat men heet benedictie, dat wast van wijn water, dat men sait in Sinte Johans avont tusschen middach ende noene, ende houdet dat cruyt in uwen mont, daer men speelt: ghij sult al sien hoemen doet. Ende alsoe leerde Madelghijs sine const.’ Uit: Orlanda, S.H. – Magie in de Middeleeuwen fictie of werkelijkheid?
2 Hier kan je de oorspronkelijke volksboeken lezen: https://www.dbnl.org/tekst/_mal001male01_01/
https://www.dbnl.org/tekst/_his003heem01_01/
3 Historie van Malegijs 11-16
4 https://www.dbnl.org/tekst/berg006epis01_01/berg006epis01_01_0008.php
https://en.wikipedia.org/wiki/Necromancy
5 Historie van Malegijs 49-53
6 https://www.dbnl.org/tekst/_taa008198501_01/_taa008198501_01_0034.php#408
7 Historie van Malegijs 19-20
8 Historie van den vier Heemskinderen 97-102
9 http://etymologiebank.ivdnt.org/trefwoord/heg
10 Mariken van Nieumeghen vs 140-260
11 Historie van den vier Heemskinderen 139, 184, 200
In de historie van Malegijs laat hij nog door middel van de nigromantie een geslachte haan weer levend van de tafel rennen 117, hij laat duivels een kasteel maken tussen twee bergen om daar de bruiloft te vieren van zijn leerling Spiet. 158
12 Berg, Evert van den en Bart Besamusca – De epische wereld 109
In de Duitse tekst staat: ‘Man mag mit wißheit gan Forter dann mit eynicher macht.’
13 https://nl.wikipedia.org/wiki/Malegijs
Met het ros Beyaert loopt het nog slechter af. Hij wordt door zijn baas Reinout met een molensteen om de nek in de Maas geworpen om te verdrinken. Dit slaagt pas in de derde poging als er drie molenstenen om zijn nek zijn gedaan en Reinout hem niet meer aankijkt.. Reinout moet dit wel doen om zich te kunnen verzoenen met zijn koning Karel de Grote.
https://www.dbnl.org/tekst/brae003midd01_01/brae003midd01_01_0011.php

Een tovenaar is iemand die kan toveren, maar wat is dat dan toveren? Zo iemand wordt ook wel een magiër genoemd, iemand die de kunst van de magie beoefent. Maar wat is die magie? De herkomst van het woord toveren is onzeker. Mogelijk heeft het te maken met het oud-Engelse ‘teafor’ wat een woord is voor een oranjerode verfstof waarmee wellicht de runen werden gekleurd. http://etymologiebank.ivdnt.org/trefwoord/toveren Het woord magie wordt ontleend aan de oudtijdse priesters van Perzië, de ‘magos’. De mag in magie slaat op macht het komt van het Proto-Indo-Europese ‘magh’. https://www.etymonline.com/search?q=magic Toch brengen deze woorden ons niet veel verder.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.