Witte wieven wit hier bring ik oe ‘t spit!

Door Abe de Verteller op
wijf

De witte wievenkuil bij Barchem

Het beroemdste verhaal over de witte wieven is de sage waarin een jonge man een spit in de wittewievenkuil werpt of in de wittewievenbelt steekt. (1) Dit verhaal is wijd verspreid in Twente en de Achterhoek. Het wordt onder andere verteld van de Lutterberg bij Raalte, de witte wievenkuil van Loo onder Markelo, en die van Zwiep bij Lochem. Het wordt ook verteld bij de Barga belten (grafheuvels) bij Bathmen en van de belten van Borne en Buurse. (2) In de sagen komt telkens het gebruik van het spit voor en het merken van de achterdeur met een zogenoemd stiepelteken. Via merkwaardige omwegen kwam ik tot een oplossing van deze raadselachtige kenmerken van het witte wievengeloof.

Spit, speer en bijl

Witwief_achtervolgt_boerenzoon_400In de sagen wordt er meestal met een spit geworpen. Dit spit kan een braadspit zijn – zoals in vele versies van de sage –, een haarspit (waarmee de boeren vroeger hun zeis scherpten) of een werpspeer (een korte houten speer met een ijzeren punt eraan). Als vierde mogelijkheid kan het gaan om een drietandige spitvork.

Bij het werpen van het spit zegt de dappere jongeling een spreuk op: ‘witte wieven wit, hier breng ik oe het spit, zie moar dat je het gebroad erbie kriegt!’ Dan zullen er – meestal drie – wieven uit hun grafheuvels verschijnen en de jongen – want meestal ging het om een jonge jongen – achterna zitten. Deze vlucht zo hard hij kan en bereikt nog net zijn boerderij.

 

De wieven gooien hem het spit (of soms een bijl) achterna en die blijft dan steken in de stiepel van de niendeur. Dat is de – uitneembare – paal tussen de achterdeuren. In de sage wordt beweerd dat dit de oorsprong is van het stiepelteken! Als ze zien dat hun prooi veilig binnen is roepen de wieven hem spijtig na: ‘als ik mijn schoenen eerder aan had geknoopt, dan was jij het gebraad geweest’.

Dit gegeven blijft niet beperkt tot de sagenwereld. Ook in het echt gingen jonge jongens vroeger naar plekken toe waar spinsters zaten. Dit waren meestal oude vrouwen die tezamen spinden. Zij hadden een “spit” gemaakt door twee houtjes over elkaar te binden en gooiden die naar binnen onder het uitroepen van de voorgaande spreuk. In tegenstelling tot de andere voorbeelden leek dit spit wèl op het stiepelteken. (3)

Stiepeltekenstiepel1

(Stiepeltekens in de vorm van een maalkruis)

De betekenis van het stiepelteken

Valkenburg_brulfteneugers

Valkenburg – Twee brulfteneugers op pad

Het stiepelteken valt te bewonderen op veel oude Twentse boerderijen. Het lijkt niet op een spit, maar heeft de vorm van een zandloper of een maalkruis (X). (4) Als maalteken is het teken van de stiepel ook het teken voor vermenigvuldiging, zowel in de wiskunde als in het huwelijk. Denk maar aan de bijbelse uitdrukking: ‘Gaat heen en vermenigvuldigt u’! Het teken is te zien als de conjunctie van de mannelijke – naar boven gekeerde – en de vrouwelijke – naar beneden wijzende – driehoek. (5) Het verhaal van het geworpen spit blijkt nu juist te gebeuren in de nacht van zo’n conjunctie; namelijk tijdens een huwelijksfeest.

Het is een goed gebruik in Twente dat ongetrouwde jongelingen langs de buren gaan om ze uit te nodigen voor een bruiloft. Dit heet ‘brulfteneugen’.  Zo kan hij direct de nog beschikbare jonge dochters peilen die naar de bruiloft komen. Bij elk huis krijgt hij gewoontegetrouw een slokje aangeboden. Het is juist zo’n ‘brulfteneuger’ die de wieven gaat uitdagen door middel van het werpen van het spit om ze zo voor de bruiloft uit te nodigen. In de versie waar hij het spit in de heuvel steekt zou je dat kunnen interpreteren als een symbolische vereniging met de aardegodin. Als hij dit doet met de drietandige spitvork, dan wordt het een drievoudige vereniging met de drievoudige godin! De wieven komen vaak met zijn drieën uit de kuil of heuvel te voorschijn om de jongen achterna te jagen. (6)

Witte wieven en godinnen

guinevereZo zijn de witte wieven te zien als godinnen. Zij verschijnen meermalen gedrieën. In connectie met de dodenheuvel en het spinnewiel maakt het hun tot de godinnen van het lot, van leven en dood. Zij – en in hun plaats, de priesteressen – deden in de heidense tijd de inwijdingen van de jonge mannen. Zo kan je het verhaal van de jonge boer die het spit in de heuvel steekt zien als de symbolische versie van een oud heidens gebruik ter inwijding van die jongeling.

Tegelijkertijd is het een verzoening met de Godin om zo te komen tot grotere vruchtbaarheid van het veld. Die verzoening heeft te maken met het omspitten van de aarde. Je moet je voorstellen dat vroeger het spitten in de aarde met de spitvork een zeer belangrijke klus was, die vooral gedaan werd door de jonge boerenknullen met sterke ruggen. Dit werk was echter ook een schending van de heilige moeder aarde. Deze werd open gestoken en zij kon daar wel eens vertoornd om wezen. Een van de meest voorkomende vormen van vergelding door de godin was het spit! Hierbij gaat het om een stekende pijn in de onderrug.

Elvenschot en heksenschot

Hexenschuss_von_Johann_ZainerDit spit werd in de folklore veroorzaakt door het ‘heksen- of elfenschot’. Bij de Schotten heette dit ‘elfshot’ en werd veroorzaakt door elfen die in bepaalde – met meidoornstruiken begroeide – grafheuvels wonen. Wie deze struik probeert te kappen word gestraft. De wezens schieten met een speer of pijl in je onderrug, waarbij ze een helse pijn veroorzaken. Hierbij is het interessant te weten dat de meidoorn gewijd is aan de witte godin. Van Guinevere (Gwenhwyfar) – wat wit wief betekent – wordt gezegd dat zij kransen maakte van meidoorn op de avond van de eerste mei oftewel Beltaine, het feest van het huwelijk en het samengaan van God en Godin. (7)

In Duitsland kende men hetzelfde verschijnsel als ‘Hexenschuss’. Beide keren is het te zien als een straf voor het niet respectvol benaderen van de natuur. Deze straf was ook logisch: wie wild en onachtzaam vanuit een verkeerde houding het land bewerkt of bomen kapt zal al heel snel last van zijn rug krijgen! Dit kon een ramp betekenen voor het boerenbedrijf: een sterke werker minder was een groot verlies. Het etymologisch woordenboek geeft als uitleg bij het woord spit (als pijn in de onderrug) dat dit gaat om een spit dat door heksen of elfen in de rug van het slachtoffer is geschoten en verwijzen daarbij naar het beruchte ‘Hexenschuss’ en ‘elfshot’! (8)

‘Charm against a sudden stitch’

In een Angelsaksische toverspreuk tegen een plotselinge pijnscheut (vòòr 1050 AD) is één van de oudste bewijzen te vinden voor het volksgeloof in heksenschot en elfschot:

Loud were they, lo ! loud, when they rode over the barrow,
Resolute were they when they rode over the land.
Fend thyself now, that thou mayest survive this violence !
Out, little spear, if herein thou be !
I stood under linden, beneath a light shield,
Where the mighty women made ready their strength
And sent whizzling spears;
I will send them back another
Flying arrow in their faces.

Het is frappant om te zien hoe deze spreuk doet denken aan het witte wievenverhaal. In de spreuk  rijden machtige vrouwen luidruchtig over de grafheuvel. Zij werpen hun kleine speer naar het slachtoffer die daarop een plotselinge pijnscheut krijgt. Hij wenst vervolgens dat hij een pijl of speer terug kan werpen, gemaakt door machtige smeden, zodat hij de pijn naar zijn veroorzakers terug kan zenden. (9) Je zou hierin een vroeg bewijs kunnen zien van het wittewievenritueel van het werpen van het spit.

DSC_0013

De witte wievenkuil bij het buurtschap Zwiep

Het merkteken van het wief

Het werpen van het spit naar de witte wieven lijkt zo een test van mannelijkheid te zijn en daarmee een inwijdingsdaad. Voor zo’n inwijding gaat hij naar de meest heilige plek toe; de grafheuvel of kuil die gewijd is aan de godin van de aarde. Hier is haar kracht het sterkst! Daar aangekomen stak hij zijn spit in de heuvel of wierp het in de kuil en door de spreuk op te zeggen bood hij zichzelf aan als zoenoffer. Soms had hij een vervangend offer bij zich in de vorm van een kat – de balkenhaas – die ze dan op konden eten. Vaker zette hij het direct op een hollen, achterna gezeten door de wieven. Deze lieten nu hun duistere kant zien en als wrekende furieën zaten ze hem achterna!

1274784635074_f

Kon hij op tijd zijn huis bereiken dan werd hij niet aan het spit geregen, of in zijn rug door het spit getroffen, maar werd zijn huis geraakt en daarmee gemerkt. Dit was geen straf, maar een zegening. Wiens huis was gemerkt door dit ‘stiepelteken’, die was beschermd tegen allerlei kwade invloeden. Hij was – als het ware – goedgekeurd om zelf een  huisgezin te stichten. Zo werd de dapperheid van de jongeling beloond door de witte wieven, die zich hier lieten zien als priesteressen of zelfs godinnen.

Als laatste is het opmerkelijk te noemen dat het stiepelteken juist aangebracht werd op de steunpaal tussen de achterdeuren. Deze plaatsing wordt echter duidelijk als je het huis ziet als symbool voor het (energetische) lichaam van de man. Dan staat deze plek gelijk aan de onderrug, de plek die getroffen word door het spit.

Abe van der Veen

Dit artikel is onderdeel van het boek ‘Witte wieven, weerwolven en waternekkers’. Dit boek is hier te bestellen.

Deeldeuren met stiepelteken

1) Het eerste deel van dit verhaal over de Witte wieven vind je hier: Witte wieven, nevelslierten en grafheuvels
De geromantiseerde versie is van Josef Cohen uit 1918. http://www.verhalenbank.nl/extra.php?info=tekst&idnummer=COHEN034&volksverhaal_type=SINSAG%200305&atu_type=

Een erg grappige versie hiervan is: De legende van de witte wieven van Gery Groot Zwaaftink. Gery is een erg goeie verhalenverteller en zijn mooi geïllustreerde boekje over de wieven is nog steeds te koop. http://www.gerygrootzwaaftink.nl/

Zie ook deze filmversie van het verhaal: http://www.willemwever.nl/vraag_antwoord/de-maatschappij/wat-er-waar-van-de-witte-wieven

Ook van Ellert en Brammert wordt verteld dat zij iemand een bijl na werpen waardoor het maalteken in de stiepel van de niendeur ontstaat. Dit lijkt mij echter een verwarring van sagenelementen uit latere tijden. http://nl.wikipedia.org/wiki/Ellert_en_Brammert

2) Sinninghe – Overijssels sagenboek en Gelders sagenboek

3) Sinninghe – Overijssels sagenboek p. 6-9

4) Sommige schrijvers zien het als het teken van Donar. Zijn teken wordt ook wel een donderbezem genoemd. Het houdt de bliksem en ook de boze geesten op afstand. Sommigen zeggen zelfs dat het de witte wieven tegen houdt! Toch is de donderbezem niet exact hetzelfde als een  stiepelteken, de verticale streep ontbreekt bij de laatste.

donderbezem2

Tjaard de haan – Onze volkskunst p. 149

Het stiepelteken zou ook bekend staan als biel’nsmid (bijlensmid?).

Stiepeltekens http://www.bovenlichten.net/id298.html

Sinninghe – Overijssels Sagenboek

5) Walker – Dictionary of symbols and sacred objects p. 35

6) De drietand als duivelsteken duidt hier ook op. De duivel is te zien als de opvolger van de gehoornde god en minnaar van de drievoudige Godin.. Walker – dictionary of symbols and sacred objects p. 109

7) Voor brulfteneugen zie Overijssels sagenboek p. 7 voor de sage en bv. http://nds-nl.wikipedia.org/wiki/Goastok voor de rite.

n) http://en.wikipedia.org/wiki/Elf

Briggs – a dictionary of fairies p.118

Over Guinevere als wit wief schreef ik al in mijn vorige artikel over de witte wieven.

8) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/spit2

Etymologisch woordenboek – J. de Vries: ‘Men schreef de pijnaanval oudtijds toe aan magische inwerking van buiten af en dacht daarbij aan dunne spitse staafjes, die door een tovenaar in het lichaam geschoten werden. Andere voorbeelden daarvan zijn woorden als limb. heksenscheut, nhd. hexenschuss, oe.hægtessan gescot en verder noorw. trollskot, finnskot, alvskot, gandnål. Er schijnt geen reden om aan deze verklaring te twijfelen en zijn toevlucht te nemen tot de bleke omschrijving ‘plotselinge pijn in de rug alsof men met een spit gestoken werd’.

Natuurlijk kon de toorn zich ook anders uiten. Bijvoorbeeld in ziekte onder je vee, een slechte oogst of een uitslaande brand.

9) http://www.heorot.dk/stitch-i-txt.html

http://www.heorot.dk/suddenstitch.html

Charm against a Sudden Stitch in the Side

Feverfew and the red nettle which grows through the house and plantain; boil in butter —

	Loud were they, lo ! loud, when they rode over the barrow,
	Resolute were they when they rode over the land.
	Fend thyself now, that thou mayest survive this violence !
	Out, little spear, if herein thou be !
5	I stood under linden, beneath a light shield,
	Where the mighty women made ready their strength
	And sent whizzling spears;
	I will send them back another
	Flying arrow in their faces.
10	Out, little spear, if herein it be !
	The smith sat, forged his little knife,
	Sore smitten with iron.
	Out, little spear, if herein thou be !
	Six smiths sat, wrought war-spears.
15	Out, spear, not in, spear !
	If herein be aught of iron,
	Work of witch, it shall melt.
	If thou wert shot in the skin, or if thou wert shot in the flesh,
	Or if thou wert shot in the blood, or if thou wert shot in the bone,
20	Or if thou wert shot in the limb, thy life shall never be harmed.
	If it were shot of gods, or if it were shot of elves,
	Or if it were shot of witch, now I will help thee.
	This to relieve thee from shot of gods, this to relieve thee from shot of elves,
	This to relieve thee from shot of witch; I will help thee.
25	Flee to the mountain-head,
	Be thou whole; May the Lord help thee.
Take then the knife; plunge it into the liquid.

2 reacties op “Witte wieven wit hier bring ik oe ‘t spit!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.